De uitvinding van een moordenaar (Gen. 4:17b)

“Kaïn was een stad aan het bouwen, en hij noemde de naam van die stad naar de naam van zijn zoon, Henoch.” (Gen. 4:17b)

Het boek Genesis vertelt van ‘de eerste dingen’. De eerste mens, de eerste zonde, de eerste geboorte, de eerste kunst, en ook de eerste stad. De stad is in deze geïnspireerde mythologie een uitvinding van Kaïn, de eerste moordenaar. Een uitvinding, en tegelijk ook een noodoplossing. Zonder de broedermoord was de stad er niet gekomen, maar nu Kaïn heengezonden is, voelt hij zich ook vogelvrij: ‘al wie mij tegenkomt, zal mij doden’. De belofte des HEREN, dat Hij Kaïn beschermen zal, is voor Kaïn niet voldoende. De stad dient zo dus ter bescherming van de mens. De stad, dat is: schorten in kwadraat (3:7), en zij heeft van meet af aan dan ook iets van een vesting. De stadsmuur, de wal en de gracht behoren tot de essentie van de stad. De poort moet opgetrokken kunnen worden. In Jeruzalem en in Jericho kun je wel wezen, alleen de weg ertussen is zo gevaarlijk (Lk. 10). De stad is veiliger dan het platteland, waar het ’s nachts donker is, waar de natuurkrachten veel intenser zijn en waar je op jezelf bent aangewezen.

De stad is de uitvinding van een moordenaar. Begonnen als landbouwer ontwikkelt Kaïn zich als een speer, en wordt stedeling. We zien de wording van de mensheid in sneltreinvaart voor ons. En het stelt de stad dus van meet af aan in duister licht. Als de stad een vesting, is het dan niet ook een vesting tégen de Allerhoogste? Het is niet verwonderlijk dat na deze stad van Kaïn de volgende stad Babel is (11:1-9).

Toch zit er ook een andere kant aan de stad. Kaïn was gerechtvaardigd heengezonden. Hij is een moordenaar die mag leven onder de belofte. Kan de stad ook in het verlengde daarvan liggen? Dat zij geen vesting is, maar een plek van waarachtige gemeenschap? Van mensen die elkaar opzoeken en vinden als broeders en zusters en kinderen van God?

De stad krijgt de naam ‘Henoch’. Dat schijnt ‘toegewijd’ te betekenen. Daarin ontbreekt het object. Toegewijd aan wie of wat? Wijdt de mens zich in de stad toe aan zichzelf? Of aan God? Die dubbelzinnigheid is aan de stad blijven kleven. Alleen daarom kon de eerste stad Henoch zich later splitsen in Jeruzalem en Babylon. Waarbij ‘Jeruzalem’ op aarde nooit gerealiseerd wordt, maar uit de hemel moet neerdalen. “De eerste dingen moeten”, met al hun dubbelzinnigheid, “voorbij gaan”.