De leeslijst (recensie)

Feest van herkenning, bron van ideeën[1]

Als ik iets lees, is het bij voorkeur van dode mensen; vooral wanneer dit om romans gaat, want daar heb ik toch al zo weinig tijd voor. Waarom? Hopelijk niet alleen uit snobisme, ook niet puur om – zoals Chesterton mooi zei – het tot het wezen van de democratie behoort om ook naar de stemmen van de doden te luisteren, maar vooral ook pragmatisch. De tijd heelt niet alle wonden, maar is wel daarin een beetje rechtvaardig, dat zij redelijk het kaf van het koren scheidt. Wat blijft, zijn de boeken met kwaliteit. Dat worden meestal niet voor niets klassiekers.

Een heleboel van die klassiekers zijn verzameld in ‘De leeslijst’. Daarin staan 222 werken bij elkaar. Elk werk krijgt een bespreking van twee pagina’s, wat net genoeg is om een aardig beeld te krijgen en te bepalen of je dit boek nu echt nog eens lezen wilt. (Miskotte maakte van jongs af aan lijstjes gelezen en te lezen en mooiste (en misschien ook wel: slechtste) boeken, en hij is denk ik niet de enige.) Als aardigheidje is de laatste bespreking die van ‘De leeslijst’ zelf.

De medewerkers aan dit boek zijn universitair docenten en promovendi Nederlandse letterkunde. De redactie komt van de (vanouds) katholieke Radboud Universiteit Nijmegen. Dat is soms te merken in de keuze voor bepaalde titels. Er staan tamelijk veel Vlaamse (veelal katholieke) en ook relatief veel vrouwelijke auteurs op de lijst, en vergeleken met andere leeslijsten misschien ook relatief veel werken met een religieuze thematiek. Van sommige auteurs is wel evident dat ze in een boek als dit opgenomen moesten worden, maar is de gekozen titel wel verbazingwekkend. Waarom bijvoorbeeld van Mulisch het boekenweekgeschenk ‘Het theater, de brief en de waarheid’ en niet één van zijn grote romans? Dat neemt niet weg dat boek een feest van herkenning is voor wie de Nederlandse literatuur een beetje kent. Bovendien is het prettig dat de selectie niet beperkt is tot proza, maar ook de poëzie is meegenomen: van Hendrik van Veldeke tot en met H.H. ter Balkt. En ook het theater komt langs, niet veel maar wel bijvoorbeeld de voor mij tot op heden onbekende, maar interessante gruwelijke tragedie ‘Aran en Titus’ van Jan Vos (1641)

De essaybundel ‘Tussentijds’ van Kees Fens staat naar mijn idee wat vreemd tussen dit alles in, omdat het hier immers niet gaat om literair werk, maar om reflectie daarop. Maar Fens is natuurlijk een van de geestelijk vaders van de redacteuren van deze uitgave. Hetzelfde geldt eigenlijk voor het essay ‘Zij zijn niet van Jeremia’ van Marc Kregting en Walravens ‘Fenomenologie van de moderne poëzie’. Desalniettemin een prachtig boek, mooi uitgegeven ook, om in te bladeren, te lezen en zin in meer lezen op te doen.

Willem Maarten Dekker

 

[1] N.a.v. Nina Geerdink, Jos Joosten en Johan Oosterman (red.), De leeslijst. 222 werken uit de Nederlandstalige literatuur, Nijmegen: Vantilt 2015.