Ontmoeting

In die dagen reisde Maria naar een stad van Juda. En toen Elizabet de groet van Maria hoorde, gebeurde het dat het kindje opsprong in haar schoot.’ (Lukas 1:39,41)

Iets dat klein lijkt, kan soms ineens groot blijken te zijn. In 1900 viel graaf Schimmelpenninck van zijn paard. Niets vreemds aan. Er vielen wel vaker heren van hun paard. Nog geen kolommetje in het huis-aan-huis-krantje waard.

Maar dit kleine voorval was veel groter dan het leek. Graaf Schimmelpenninck was onderweg naar de Tweede Kamer, waar gestemd zou worden over de leerplichtwet. Schimmelpenninck zou tegen stemmen. Doordat hij van zijn paard viel, kon hij niet bij de stemming aanwezig zijn. Het gevolg: de eerste leerplichtwet werd met 50 tegen 49 stemmen aangenomen. Als de graaf gewoon op zijn paard was blijven zitten, had de wereld er heel anders uitgezien.

Ook de ontmoeting van Maria en Elizabet lijkt klein nieuws. Het heeft de journaals van het Romeinse rijk niet gehaald. Vrouwen drinken wel vaker thee. Maar Lukas, gedreven door de Geest Gods, ziet meer. Met deze ontmoeting van twee onmogelijke mensen begint God zijn volk te redden. Bij Maria was nog-niets-mogelijk en bij Elizabet was niets-meer-mogelijk. Onmogelijke mensen zijn een doorn in het oog van de wereld. Maar ze zijn groot bij God.

Daarom is dit niet zomaar een kopje thee. In de thee weerspiegelt zich een besef opgenomen te zijn in de grote geschiedenis van Gods daden. God vervult zijn beloften. God herenigt zijn volk. Dit is niet alleen een ontmoeting van twee individuele vrouwen, dit is ook de ontmoeting van Galilea en Juda, zo vertelt Lukas ons. Maria uit het Galilea der heidenen, het oude gebied van de tien stammen, die vergaan waren in hun ballingschap, waar ongeletterde mensen woonden, jood en heiden door elkaar. En Elizabet uit Juda, uit het priestergeslacht van Aäron, eerbiedwaardig en geletterd volk, uit de twee stammen rond de tempel en de heilige stad Jeruzalem. Jezus zal later ondervinden hoe zwaar de reis is van Galilea naar Juda, en hoe moeilijk die zich verenigen laten. Maar hier laat God alvast zien dat het kan, dat het volk weer één kan worden onder Hem.

Dit is niet zomaar een ontmoeting. Dit is ook nog de ontmoeting van Jezus en Johannes de Doper. Het kind springt op in de schoot van Elizabet, gelijk een veulen dartelt in de wei. Het erkent vol blijdschap zijn Heer. Hier slaat God de handen ineen. Met Johannes zal Hij de bijl aan de wortel van de boom zetten. Met Johannes zal Hij Israël vellen. En met Jezus zal Hij het oprichten.

Ook ons leven is veel groter dan wij denken dat het is. Ons leven staat niet in de gazetten van de hoge heren. Maar als wij geloven, staat het in een veel groter boek, het boek van de daden Gods. Als wij geloven, gelden die daden ook ons, en maken wij deel uit van Gods ontmoeting met de wereld; zelfs als wij van ons paard vallen.