Samen uit, samen thuis

“opdat zij zonder ons niet tot de volmaaktheid zouden komen.” (Hebr. 11:40)

In Hebreeën 11 staat de keten van geloofsgetuigen. De schrijver wil laten zien wat geloven is. Daarvoor vestigt hij dan de aandacht op de grote figuren die hebben voorgeleefd wat geloven is. Geloven is onderweg zijn. Het is niet gearriveerd zijn, in een heerlijke toestand leven, de schaapjes op het droge hebben. Het is veel meer: aan een reis beginnen. En het doel van die reis bereik je je hele leven niet. Het doel bereiken we samen, tegelijk, aan het einde.

Ik moet bij die rij gelovigen door de tijden heen denken aan een tocht die ik maakte op vakantie. Wij zaten in de Alpen en ik liep met een gids naar een bergtop boven de 4000 meter. Zo’n tocht kun je niet alleen maken, want je komt in een gebied waar geen paden zijn. Je moet ijzers onder je schoenen om niet uit te glijden op de massa sneeuw en ijs. En vooral: je zit aan elkaar vast. Je bent allemaal aan elkaar verbonden met een touw. Als er dan iemand valt, richt de groep hem op. Zodat er niemand de sneeuwhelling afzeilt.

Maar zo’n touw heeft nog een belangrijk gevolg. Je kunt namelijk niet meer in je eigen tempo naar boven. Je bent tot elkaar veroordeeld. De sterken zijn ertoe veroordeeld samen met de zwakken op te trekken, en de zwakken kunnen zich niet afscheiden van de sterken. Je komt samen op de top, of je komt helemaal niet op de top.

Boven op de top heb je dan een uitzocht zoals je nog gezien hebt. Als de oude Mozes die de berg Nebo opklom en toen het hele beloofde land ineens kon zien. Zo konden wij aan de ene kant kijken tot de Mont Blanc, en aan de andere kant tot in Italië. Eén uitgestrekt en ongerept berggebied. Met daarover de witte sneeuw, het teken dat God ons mooie maar ook boze leven onder zijn vergeving wil bedekken.

Dat is het leven: samen naar de top reizen van waaruit je het beloofde land kunt zien, en dan sterven. Niemand is nog het beloofde land binnengegaan, schrijft de apostel, “opdat zij zonder ons niet tot de volmaaktheid zouden komen.” Het is samen uit, samen thuis. Of je bereikt samen de top, of helemaal niet.

Dit leert ons dat wij nu al aan al onze broeders en zusters verbonden moeten willen zijn, aan één touw. Ook die je er liever niet bij wilt, zoals Jakob de bedrieger (21), Mozes de moordenaar (24), Rachab de hoer (31) en Simson de hoerenloper (32). En degenen die niet van jouw richting zijn, die van een andere kerk zijn, die een ander kleurtje hebben, die er een andere moraal op na houden. Bedenk dat goed: de broeders en zusters aan wie je je ergert, gaan met jou naar de top. Als je zonder hen wilt gaan, ga je zelf niet.

(Hervormd Kerkblad Waddinxveen en Benthuizen, 81/6, 15 februari 2019)

W.M.Dekker.