Preek op de tweede zondag van de Corona-tijd

22 maart 2020, Waddinxveen.

Schriftlezingen: Johannes 14:25-31   en   Filippenzen 4:1-7

Tekst: Johannes 14:27 “Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u. Laat uw hart niet in beroering raken en niet bevreesd worden.”

Gemeente van Christus,

I.

Het is een vreemde situatie waarin wij ons bevinden. Ongehoord. Een dergelijke ontwrichting van ons gewone leven hebben we sinds de oorlog eigenlijk niet meer meegemaakt. Een dergelijke crisis in de handel en economie misschien wel eerder, maar niet dat we half gedwongen, half vrijwillig allemaal bijna in quarantaine gaan.

En nu zijn we in de kerk. Tenminste, we zijn hier maar met een handjevol, ook al heel vreemd, maar gelukkig verbonden met velen in de huiskamers. En zo kunnen we toch nog op een andere manier gemeente zijn. U thuis ervaart nu allemaal hoe het is om niet meer naar de kerk te kunnen. Sommige ouderen en chronisch zieken van de gemeente weten al langer hoe dat is. Zij weten ook dat er niets gaat boven echt contact. De virtuele wereld kan de echte wereld nooit vervangen. Want de virtuele wereld is onze schepping, maar de echte wereld is Gods schepping. Een wereld van lichamen die elkaar kunnen vastpakken. Misschien dat we die echte wereld weer extra gaan waarderen als deze crisis voorbij is. Ook de wereld van de dieren en de planten. Ik hoorde dat in China en Noord-Italië de natuur nu opleeft. De lucht is schoner, je hoort de vogels weer fluiten. Het is wrang om te zeggen, maar voor de natuur is Corona een zegen, is het ook een zegen dat Schiphol een keer voor een groot deel stil ligt. En dat moet ons aan het denken zetten, of we eigenlijk wel zo verder willen leven als we deden. Ook in Waddinxveen is het stiller. Geen vliegtuigen, geen verkeersgeluiden. De stilte, hoe vaak hebben we het daar niet over, dat ons leven zo gejaagd is, dat we eigenlijk wel eens wat rustiger willen leven. Maar nu we gedwongen worden om stil te staan, nu we zo stil worden gezet, merken we ook dat we dat eigenlijk heel moeilijk vinden, zo’n ander leven. En toch moeten we misschien wel deels anders gaan leven, om samen met alle mensen en de hele natuur op de lange termijn te mogen overleven.

II.

We zijn stilgezet. En zo, stilgezet, komen we bij God, op zijn dag, de zondag. Waar zullen we het over hebben? Wat dat virus met God te maken heeft? Ik heb daar iets over gezegd in de biddag-preek. Vandaag wil ik het over iets anders hebben. Ik heb trouwens niet lang zitten zoeken. Volgens mij moeten we vooral geloven, juist nu, dat elk Schriftwoord van God ingegeven is en nuttig tot opbouw van ons geloof, tot troost voor de tobbers en tot vermaning van de zelfverzekerden, zoals de Bijbel zegt. Ik heb dan ook niet extra lang zitten zoeken en bladeren in de Bijbel. We waren bij het Johannes-evangelie, en daar ben ik gebleven. We zaten in de lijdenstijd, de weken voor het paasfeest, en daar zijn we nog steeds. Ik heb iets gekozen uit de afscheidsgesprekken van Jezus, de gesprekken die Hij voert met zijn discipelen voordat Hij gekruisigd wordt. Johannes noemt dat trouwens niet gekruisigd worden, of gedood worden, maar verheerlijkt worden. Jezus’ dood is Jezus’ verheerlijking. Want zo komt Hij tot zijn bestemming. Voor ons.

III.

In die afscheidsgesprekken heeft Jezus het ook over vrede. Dat trof me. Want als we iets gemist hebben de afgelopen week, als we aan iets behoefte hebben, dan is het wel echte vrede.

“Mijn vrede geef ik U, mijn vrede laat ik u”, zegt Jezus bij zijn heengaan. En Paulus schrijft: “De vrede van God, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus onze Heere”.

Vrede is in de bijbel veel meer dan de afwezigheid van oorlog. Het is een woord dat de situatie aanduidt waarin alles goed is. Het is goed tussen God en ons, het is goed tussen elkaar, het is goed tussen ons en de schepping. Er is harmonie, en recht. Het is de werkelijkheid van de wolf en het lam die tesamen neerliggen, waar zwaarden omgesmeed zijn tot ploegscharen, waar ieder onder zijn wijnstok en vijgenboom zit, waar het grote visioen vervuld is van de tijd waarin God zijn tent tussen opslaat en wij Hem kennen zullen van de oudste tot de jongste. Dat is vrede.

Jezus neemt afscheid, en in zijn afscheid heeft Hij ons dít nagelaten. Mijn vrede geef ik u. Het was gebruikelijk onder joden om met de vredegroet afscheid te nemen. Maar dan is zo’n vredegroet niet minder maar ook niet meer dan een goede wens. Ik wens je vrede! Mooi als je dat elkaar toewenst bij het uit elkaar gaan. Maar je kunt het niet waarmaken. Dat is het verschil met wat Jezus doet. Hij zegt niet: “Ik wens jullie vrede”, maar “Ik gééf jullie vrede”. Dat is de erfenis die wij krijgen door zijn heengaan, zijn verheerlijking, zijn kruisdood.

In die vrede leven wij. Wie gelooft, is besmet geraakt met die vrede. Die vrede is het virus waarmee Christus zijn discipelen aanstak, en dat sindsdien niet meer uit de wereld verdreven is, en nooit meer uit de wereld verdreven zal worden. Wie door dat virus van Gods shalom is geïnfecteerd, kan nog steeds door andere virussen ook geraakt worden, maar niet zo, dat zij die vrede wegnemen.

IV.

Er is een nieuwe catechismus verschenen die als kernwoord van het christen-zijn kiest: geluk. Waarin bestaat jouw geluk? Dat Jezus Christus mij gevonden heeft. Geloof maakt gelukkig, dat is de grondtoon van dit leerboekje.

Ik wil daar niet tegen polemiseren. Je kunt het best wel eens zo zeggen. Maar toch heeft de Bijbel haar eigen taal. Geloven is die taal leren spreken. En in die bijbeltaal staat het woord vrede, shalom, veel meer centraal dan het woord geluk, dat veel meer een modern, westers woord is. Een woord waarbij je snel denkt aan welvaart en voorspoed. Waarbij je ook snel aan jezelf denkt. Als we zo naar onze wereld kijken, dan hadden we het geluk aardig in de hand. We waren allemaal gelukszoekers geworden, en ook wel geluksvinders. Dat er ook nog veel pechvogels waren, vergaten we vaak.

V.

De taal van de vrede is iets anders dan die van pech en geluk. Want vrede is iets anders dan tevredenheid. Een leven waarmee je tevreden bent, dat hadden we wel ongeveer voor elkaar. Niets kon ons overkomen, en als ons toch iets overkwam, dan zouden de overheid en de wetenschap ons wel helpen. Maar nu ineens kan de overheid niet helpen, hooguit regels stellen. Nu ineens kan de wetenschap niet helpen. Weg is ons tevreden leventje.

VI.

Is het dan ook uit met de vrede? Als vrede en tevredenheid hetzelfde zijn wel. Maar ze zijn niet hetzelfde. De discipelen van Jezus krijgen geen leven waarmee ze tevreden kunnen zijn. Sterker nog, Jezus zegt in deze afscheidsrede dat ze zich voor moeten bereiden op vervolging. De wereld zal hen haten. Het virus van de haat zal zich verspreiden en haar net om hén sluiten.

Maar Hij belooft hen tégelijk vrede. Shalom. Is dat dan iets innerlijks? Een soort stoïcijnse gelatenheid? Al ontploft er een bom naast je, dan nog blijf je in een soort van yoga-houding, als een boeddha op je plaats?

Nou, het heeft zeker wel met je innerlijk te maken ja. Al zijn de uiterlijke omstandigheden nog zo beroerd, innerlijk laat je je niet uit het veld slaan. Daar heeft het zeker mee te maken. Maar dan niet omdat je nu eenmaal een kalm karakter hebt, of omdat je goed in yoga bent, maar omdat je door het geloof met Christus verbonden is. Als je met Christus verbonden bent, ben je met hét leven verbonden. Met het leven dat niet stuk kan. Uw leven is met Christus verborgen in God.

VII.

Míjn vrede geef ik u, zegt Jezus. Nadruk op dat woordje míjn dus. Geen algemene vrede. Geen vrede zoals wij die bedenken. Zíjn vrede. Vrede die er alleen is in Hem en door Hem. Om dat te benadrukken zegt Hij er nog bij: niet zoals de wereld die geeft, geef ik die. De wereld kan ons wel geluk geven, en tevredenheid, en vaak ook allerlei financiële en uiterlijke zekerheid. Er kan politieke vrede zijn en je kunt door veel aan mindfullness te doen misschien ook wel een soort innerlijke vrede krijgen. Maar al die vrede gaat verloren, gaat voorbij, zoals de wereld voorbij gaat, met al haar begeren. Alleen wat verbonden is met Christus blijft. Alleen wat verbonden is met Christus kan niet sterven. Daarom komt het er in deze tijd op aan of wij ons dat geloof echt hebben toegeëigend. Of wij nu echt anders in het leven zullen staan dan zij die niet geloven.

VIII.

Betekent dat dan dat je als christen niet angstig kunt worden? Nee, zeker niet. Gelovigen zijn net mensen. En of je angstig wordt van zo’n crisis of minder angstig, dat heeft voor een groot deel met je karakter en aanleg te maken. En laten we deze dagen vooral denken aan hen die van nature wat angstiger en bezorgder zijn, en hen steunen, voor hen bidden, hen helpen.

Maar juist nu mogen we misschien ook leren dat gelóóf echt iets anders is dan gevoel. Dat je in je gevoel angstig kunt zijn, maar toch echt gelóven dat je leven met Christus geborgen is bij God. En dat je daarom tóch je niet door je angst laat overheersen. Luther zei: “Soms geloof ik mét mijn gevoel, soms zónder mijn gevoel, en soms tégen mijn gevoel in.” Dat laatste is het moeilijkste. Maar deze crisis is een káns, een kans om dit te leren.

IX.

Mijn vrede gééf Ik u. Nee, dat is geen vrome wens van Jezus, dat is een dáád, zíjn daad, een werkelijkheid. Het is de daad van zijn dood. Want Jezus’ dood is niet iets wat Hem overkomt. Jezus’ dood is zijn vrije keuze, en daarom geschenk, gave, werkelijkheid. “De straf die ons de vréde aanbrengt, was op Hem”, zei de profeet Jesaja. De straf die ons de vréde aanbrengt. Het is eigenlijk heel goed en mooi dat deze crisis, nu ze ons toch moet treffen, ons dan maar treft in de lijdenstijd. Misschien kan de betekenis van Jezus’ lijden nu nog meer tot ons doordringen. Misschien kan de manier waarop Hij ermee omgaan nu nog meer een spiegel voor ons zijn. Misschien worden we nu nog dankbaarder voor wat Hij voor ons deed. Er vloeit zegen van het kruis naar ons toe.

X.

Mijn vrede gééf ik. Jezus bedoelt: ik geef die nu als erfenis aan jullie, want ik ga dood. En alleen van een dode kun je erven. Van die erfenis delen we iedere zondag uit, bij de zegen: “De Heere verheffe zijn aangezicht over u en geve u zijn vrede.” Of met de woorden van Paulus: “De vrede van God, die alle verstand te boven gaat, die zal jullie harten en gedachten behoeden.” Soms zegt iemand: als je niks meekrijgt uit de kerkdienst, dan krijg je in ieder geval nog de zegen mee. En diegene heeft het goed begrepen. Het mooiste is natuurlijk als die zegen met de hand op je hoofd gelegd wordt, zoals wanneer je belijdenis doet of wanneer je trouwt. Daar heb je dat lichamelijke weer, dat er toe doet. Dan ervaar je sterker dat het geen vrome wens is, maar een werkelijkheid. Maar anders moet het woord het doen, en als het moet kan dat ook. Het woord dat werkelijkheid schept. Het woord waarin Christus zelf levend aanwezig is. Hij, de dode die leeft, die uitdeelt. Wij leven van zijn erfenis.

XI.

Ergens anders benoemt Jezus die erfenis als: de heilige Geest. Hier zegt Hij: vrede laat ik jullie na. Een paar verzen verderop zegt Hij: de heilige Geest laat ik jullie na. Die hebben alles met elkaar te maken dus. Vrede is een vrucht van de Geest. En die Geest is heel praktisch. Daarom is het niet alleen iets innerlijks. Het is niet alleen de vrede van je hart. Die vrede doet ook iets met je hele leven, met handen, je daden, je woorden. Heel concreet. Als je in die vrede leeft, ga je bijvoorbeeld niet hamsteren. Ik werd vorige week zaterdag gesnapt met een pak wc-papier in de fietstas. Iemand dacht dat ik aan het hamsteren. Maar nee, het was gewoon op, en het was één pak. Zo concreet, zo praktisch is het christen zijn soms. Een christen hamstert niet. Punt uit. Want een christen weet van de geschiedenis van het manna, dat er elke dag lag, maar steeds weer voor één dag, en anders bedierf het. Wij hamsteren dus niet alleen niet omdat het niet nodig is, maar veel principiëler, omdat wij niet in de eerste plaats of alleen aan onszelf willen denken. Leven vanuit de vrede en het vertrouwen is leven in naastenliefde. Juist nu mogen we daarvan een voorbeeld zijn. Het contact met elkaar is niet meer mogelijk zoals gewoonlijk. Maar wij kunnen er nu op andere manieren voor elkaar zijn. De heilige Geest is ook de geest van creativiteit en daadkracht. Van nuchterheid en bezieling tegelijk. Ik ben dankbaar dat die Geest onder ons werkt, dat we juist nu ook op allerlei manier naar elkaar omzien. Zo concreet is het leven vanuit de vrede van de dood van Christus. Zo concreet maakt God ons vrij van angst en vrij tot het doen van het goede. Hij erbarme zich over ons en over heel ons land.

AMEN