Blog n.a.v. ‘Dit broze bestaan’

Op 15 november verscheen mijn nieuwe boek Dit broze bestaan. In de week ervoor publiceerde het ND een interview met mij over mijn boek. Dit riep op de sociale media de nodige reacties op. In deze blog ga ik kort in op enkele reacties.

In mijn boek Dit broze bestaan geef ik een meer existentiële lezing van de Bijbelse teksten over het geschapen zijn. Het gaat dan niet om de zoektocht naar wat er historisch is in deze teksten, of naar een verdediging van het scheppingsgeloof tegenover het atheïsme en evolutionisme, maar om de vraag: wat betekent het dat wij mensen schepselen zijn? Hoe bepaalt dat onze kijk op onszelf en de wereld en God? Zo’n existentiële lezing van de teksten is naar Dit broze bestaanmijn idee meer in overeenstemming met de bedoeling van de teksten zelf. Het zijn verkondigende teksten, zij willen ons leren het leven in het licht van God te bezien, ze willen helpen bij een leven voor het aangezicht van God.

Deze existentiële manier van bijbellezen komt volgens snelle critici uit bij een ‘romantische’ kijk op de werkelijkheid. Ze denken dan aan mijn lofzang op het platteland en mijn waardering voor de volkskerk. Je zou – ik geef zelf maar een voorzet aan de kritische lezer – ook nog kunnen denken aan mijn kritiek op de (natuur)wetenschap als zij pretendeert het ware en enige zicht op de werkelijkheid te kunnen leveren. Zulke elementen kom je inderdaad ook in de romantiek tegen. Maar daarmee is natuurlijk nog niet gezegd dat ze niet christelijk zijn. De nadruk op het geschapen zijn, op de verbondenheid met de aarde en de afhankelijkhei samenhangt, leid ik in ieder geval niet af uit een studie van Rousseau, Novalis of Hölderlin, maar uit een kritische confrontatie met de Bijbel.

Uit de reacties op het interview in het Nederlands Dagblad blijkt, dat sommigen gevallen zijn over mijn opmerking over adoptie. Ik stelde dat adoptie de laatste tijd terecht meer omstreden is dan vroeger en dat geadopteerden niet voor niets vaak een gevoel hebben ontworteld te zijn. De emoties die een lang gehoopte ontmoeting met de biologische ouders oproept, is één van de dingen die laat zien dat volk en land ons meer te zeggen hebben dan wij vaak voor waar willen hebben. Nu stellen velen daartegenover dat de identiteit van een christen juist het ‘zijn in Christus’ is, en dat je nationale identiteit en andere aardse identiteiten er dan niet meer toe doen. Met het eerste stem ik van harte in, maar het tweede lijkt mij eenzijdig. De door de Duitsers omgekomen Jan Koopmans schreef in de oorlog dat de vraag naar het Nederlanderschap ons wel degelijk aangaat. Christen-zijn maakt je niet los van de aarde, als wij geloven worden wij geen engelen die door het luchtruim zweven, maar wij krijgen er een identiteit bij. Deze dubbele identiteit, en de spanning die dat met zich meebrengt, heeft te maken met God, die zowel onze Schepper als onze Verlosser is. Ik denk dat in het westerse christendom sinds de Tweede Wereldoorlog het tweede te eenzijdig benadrukt is. Ik probeer ze met mijn boek weer wat meer in balans te brengen en zo te komen tot een meer genuanceerde theologie.

Willem Maarten Dekker

Zie ook: Theoblogie