De belijdenisgeschriften

  1. Wat is de identiteit van de Protestantse Kerk in Nederland?

Dat zegt de kerk zelf in haar kerkorde. Het begin daarvan luidt:

“De Protestantse Kerk in Nederland is

overeenkomstig haar belijden

gestalte van

de ene heilige apostolische en katholieke of algemene christelijke Kerk

die zich, delend in de aan Israël geschonken verwachting,

uitstrekt naar de komst van het Koninkrijk van God.” (Art I.1)

 

  1. Wat betekent dit voor de kerk?

De kerk bevindt zich tussen Israël en het Koninkrijk. Het is geen statisch genootschap, maar een volk met een herkomst en toekomst, een volk onderweg.

 

  1. Wat is de inhoud van het protestantse geloof?

Voor de inhoud van het geloof verwijst de kerk naar haar ‘belijdenisgeschriften’. De kerk is gebaseerd op de Heilige Schrift, maar heeft de kern van de Schrift ook proberen te verwoorden in belijdenissen. Dit komt voort uit het besef dat we geroepen zijn ‘niet iedere geest te geloven, maar de geesten te beproeven of zij uit God zijn’ (1 Johannes 4:1).

 

  1. Wat is een belijdenisgeschrift?

Een geschrift waarin de kerk haar geloof belijdt en zich keert tegen dwaling. Het is officieel aanvaard op een wereldwijde (of regionale) kerkvergadering, en daarom geldig voor de hele kerkgemeenschap.

 

  1. Wat betekent ‘belijden’?

‘Belijden’ betekent letterlijk: hetzelfde zeggen. In de belijdenis probeert de kerk dus met eigen woorden hetzelfde te zeggen als in de Bijbel gezegd wordt.

 

  1. Welke belijdenisgeschriften kent de Protestantse kerk?

De Protestantse Kerk in Nederland kent acht belijdenisgeschriften. Wij kunnen deze indelen in vier groepen:

 

  1. De belijdenissen van de algemene christelijke Kerk: de Apostolische geloofsbelijdenis, de geloofsbelijdenis van Nicea en de geloofsbelijdenis van Athanasius.
  2. De belijdenissen van de lutherse traditie: de Onveranderde Augsburgse confessie en de Grote en Kleine catechismus van Luther.
  3. De belijdenissen van de gereformeerde traditie: de Heidelbergse Catechismus, de catechismus van Geneve, de Nederlandse geloofsbelijdenis en de Dordtse leerregels.
  4. De belijdenissen van de twintigste eeuw: de Barmer Thesen en de Konkordie van Leuenberg.

 

  1. Wat is het belang van de algemeen-christelijke belijdenisgeschriften?

Deze belijdenissen delen we met alle christelijke kerken. We willen als protestanten geen ander geloof hebben dan andere kerken, maar we delen dezelfde basis.

 

  1. Hoe luidt de apostolische geloofsbelijdenis?

 

  1. Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde.
  2. En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Here;
  3. die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria;
  4. die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, neergedaald in de hel;
  5. op de derde dag opgestaan uit de doden;
  6. opgevaren naar de hemel, en zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader;
  7. van waar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
  8. Ik geloof in de Heilige Geest.
  9. Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap van de heiligen;
  10. vergeving van de zonden;
  11. opstanding van het lichaam;
  12. en een eeuwig leven.

 

  1. Hoe is deze belijdenis ontstaan?

In de kern is deze ontstaan in tweede eeuw in Rome. Zij werd door de nieuwe leden van de kerk uitgesproken bij de (volwassen)doop. Zij kreeg de definitieve vorm van twaalf artikelen in de vijfde eeuw in Zuid-Frankrijk.

 

  1. Is het wel echt een belijdenisgeschrift?

Het Apostolicum is nooit door een oecumenisch concilie bekrachtigd en geniet mede daarom in het oosterse christendom minder aanzien dan de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel. In het westerse christendom is het eerder omgekeerd.

 

  1. Welke legende is er rond het ontstaan van deze belijdenis?

De naam ‘apostolische geloofsbelijdenis’ doet denken aan 12 apostelen. Legende: elke apostel zou één artikel hebben genoemd. Historisch niet juist.

 

  1. Heeft deze legende nog voor ons betekenis?

Ja, want deze geeft de bedoeling van het Apostolicum goed weer: dit is de formulering van het geloof van de apostelen en daarom van de hele, ‘apostolische’ kerk.

 

  1. Wat weet je van de geloofsbelijdenis van Nicea?

Voluit heet deze de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel. De tekst werd aangenomen op het concilie van Constantinopel in het jaar 381, die teruggaat op een eerder versie van het concilie van Nicea uit 325. Op deze kerkvergaderingen werd gesproken over de betekenis van Jezus Christus. Daarom is het artikel over de Zoon het langst. Er wordt bevestigd dat de Zoon wezensgelijk is aan de Vader en daarmee worden ketters die dit ontkenden bestreden.

 

  1. Wordt deze belijdenis door het oosterse en westerse christendom allebei erkend?

Ja, maar er bestaat een klein verschil in de tekst. Oorspronkelijk staat er over de Geest: “die uitgaat van de Vader”. In het westen heeft men hier in de negende eeuw aan toegevoegd: “en de Zoon”. Het oosters christendom verwerpt deze toevoeging.

 

  1. Wat weet je van de geloofsbelijdenis van Athanasius?

Deze stamt in ieder geval niet naar kerkvader Athanasius, waar hij naar vernoemd is. Vermoedelijk is hij ontstaan in de vijfde of zesde eeuw in Spanje. Het is net als het Apostolicum geen op een concilie vastgestelde belijdenis.

 

  1. Wat is de inhoud van de belijdenis?

In 42 artikelen wordt, in tamelijk onpersoonlijke bewoordingen, de basale stellingen over de drieëenheid en over Christus weergegeven. Pas in de 13e eeuw werd het officieel als geloofsbelijdenis aangenomen.

 

  1. Wat is het bekendste belijdenisgeschrift uit de lutherse traditie?

De ‘Kleine catechismus’, die Luther schreef om door kinderen op scholen uit het hoofd geleerd te worden.

 

  1. Wat weet je van deze belijdenis?

De volgorde is hier: gebod-geloof-gebed-sacramenten. Daarachter gaat de onderscheiding van wet en evangelie schuil, die kenmerkend is voor de lutherse traditie. God heeft twee verschillende woorden waarmee Hij ons aanspreekt: in de wet zegt Hij ‘nee’ tegen ons. Hij veroordeelt ons daarin. In het evangelie zegt Hij ‘ja’ tegen ons; Hij schenkt ons genade, Hij rechtvaardigt ons. Die twee kanten zijn volgens Luther ook van belang in onze relatie tot God. Wij moeten God ‘boven alle dingen vrezen én liefhebben’ – zo legt Luther de geboden uit. Vrezen voor zijn toorn en liefhebben wegens zijn genade.

 

  1. Welke belijdenisgeschriften uit de gereformeerde traditie ken je?

De Heidelbergse catechismus, de Nederlandse geloofsbelijdenis en de Dordtse leerregels.

 

  1. Hoe luidt vraag en antwoord 1 van de Heilberger catechismus?

 

Vraag: Wat is uw enige troost, zowel in leven als in sterven?

Antwoord: Dat ik met lichaam en ziel, zowel in leven als in sterven, niet mijzelf toebehoor, maar het eigendom ben van mijn getrouwe Zaligmaker Jezus Christus.

Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald, en mij uit alle heerschappij van de duivel verlost.

Hij waakt met zoveel zorg over mij, dat zonder de wil van mijn hemelse Vader geen haar van mijn hoofd kan vallen, ja zelfs dat alle dingen tot mijn heil moeten dienen.

Hij verzeker mij door zijn Heilige Geest van het eeuwige leven en maakt mij van harte bereid om voortaan voor Hem te leven.

 

  1. Hoe is de Heidelberger catechismus ontstaan?

Deze is geschreven op aandringen van keurvorst Frederik III van de Palts, die daarmee het bijzondere karakter van de hervorming in zijn land tot uitdrukking wilde brengen. De tekst is in eerste versie geschreven door de Heidelbergse hoogleraar Zacharius Ursinus, vervolgens door anderen bewerkt en toen in 1563 in de kerkorde van de Palts opgenomen. In de laatste editie werd in vraag en antwoord 80 een harde afwijzing van de rooms-katholieke mis opgenomen; dit moet verstaan worden tegen de achtergrond van het concilie van Trente dat in 1563 werd afgesloten en de protestantse leer scherp veroordeelde. In 1568 werd de catechismus ook in Nederland aanvaard, in 1586 werd bepaald dat zij verplichte preekstof biedt voor de middagdiensten en op de synode van Dordrecht (1618-1619) werd haar de status van belijdenisgeschrift gegeven.

 

  1. Is deze belijdenis typisch gereformeerd?

Nee, zij probeert eerder het calvinisme en lutheranisme te verenigen. In de opbouw is bijvoorbeeld zowel het lutherse schema wet-evangelie (ellende-verlossing) als het gereformeerde evangelie-wet (verlossing-dankbaarheid) te zien. Ook is opvallend dat de verkiezingsleer ontbreekt. In zondag 18 wordt de lutherse opvatting over de twee naturen van Christus echter wel afgewezen.

 

  1. Wat weet je van de opbouw van de Heidelberger catechismus?

Deze bestaat uit 129 vragen en antwoorden. Deze zijn ingedeeld in 52 hoofdstukken, ‘Zondagen’ genoemd, omdat ze op deze manier in één jaar tijd behandeld kunnen worden in de zondagse middagdiensten. Dit is in veel gemeenten nog steeds in gebruik.

 

De Heidelbergse catechismus is als volgt opgebouwd:

 

INLEIDING

Zondag 1: De enige troost

 

DEEL I:

Zondag 2-4: Ellende (De mens is zondig en kan zichzelf niet redden.)

 

DEEL II:

Zondag 5-31: Verlossing

  1. 5-6: Christus de Middelaar
  2. 7-22: God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest (uitleg van de Apostolische geloofsbelijdenis)
  3. 23-24: Rechtvaardigmaking
  4. 25-31: Sacramenten

 

DEEL III:

Zondag 32-52: Dankbaarheid

  1. 32-44: Wet (uitleg van de Tien geboden)
  2. 45-52: Gebed (uitleg van het Onze Vader)

 

De catechismus is dus gebouwd om de hoofdonderdelen van het christelijk geloof:

–          geloof: uitgelegd aan de hand van de Apostolische geloofsbelijdenis (zondag 7-22)

–          gebod: uitgelegd aan de hand van de Tien geboden (zondag 32-44)

–          gebed: uitgelegd aan de hand van het Onze Vader (zondag 45-52)

 

 

 

  1. Wat weet je van de Nederlandse geloofsbelijdenis?

Deze is opgesteld door de predikant Guido de Brès en werd in 1561 in Doornik over de muur van het stadskasteel geworpen, met de bedoeling de gereformeerde protestanten te verdedigen tegen de beschuldigingen van ketterij en oproer. Er wordt (ook in de begeleidende brief aan koning Philips II) uitdrukkelijk afstand genomen van de wederdopers. Het doel, namelijk tolerantie jegens de gereformeerden, werd niet bereikt. De gereformeerden bleven een vervolgde minderheid en Guido de Brès zelf werd in 1567 opgehangen. Wel werd de belijdenis vanaf het begin door de kerk erkend en dit werd door de synode van Dordrecht bevestigd. In de tijd van de tachtigjarige oorlog heeft deze belijdenis de protestanten veel moed en kracht gegeven.

 

  1. Waarom hebben sommigen kritiek op artikel 1 van de Nederlandse geloofsbelijdenis?

In dit artikel wordt op een heel algemene manier over God gesproken, als een niet-samengesteld, niet-tijdelijk, niet-begrijpelijk, niet-zichtbaar, niet-veranderlijk, almachtig en alwijs en algoed Wezen. De drieëenheid komt er niet in voor, Jezus niet, de Bijbel niet, Israël niet. Het lijkt een omschrijving van God die filosofen, joden en moslims ook kunnen onderschrijven. Critici vragen zich af of deze inzet wel christelijk genoeg is.

 

  1. En waarom hebben sommigen kritiek op artikel 36 van de Nederlandse geloofsbelijdenis?

In dit artikel wordt het ideaal van de theocratie verwoord: een overheid die de gereformeerde kerk beschermt en alle andere vormen van godsdienst bestrijdt. Critici vragen zich af of dit verenigbaar is met een democratische rechtsvorm.

 

  1. Wat weet je van de Dordtse leerregels?

Deze vinden hun oorsprong in een debat tussen de Leidse theoloog Arminius en zijn collega Gomarus, aan het begin van de 17e eeuw. Volgens Arminius voorziet God het zaligmakend geloof en verkiest Hij ‘uit geloof’, om daarmee de menselijke factor in het geloof serieus te nemen. Volgens Gomarus voorbeschikt God het zaligmakend geloof en verkiest Hij ‘tot geloof’, om daarmee de zekerheid van het heil veilig te stellen. Arminius en Gomarus geloven dus allebei in verkiezing, maar de ‘regels’ die God bij het verkiezen gebruikt, verschillen. Het conflict groeide uit tot een nationaal conflict, waarover tot in de kroegen gediscussieerd werd – dat zegt iets over de plaats van het geloof in de samenleving toen. Uiteindelijk moest op de synode van Dordrecht (1618-1619) worden beslist. Daar werden de ‘Dordtse leerregels’ opgesteld. Hierin wordt de positie van Gomarus (de contra-remonstranten) overgenomen en de positie van Arminius (de remonstranten) verworpen. De aanvaarding van de Dordtse leerregels als belijdenisgeschrift leidde vervolgens tot de eerste scheuring binnen het Nederlandse protestantisme, tussen de Hervormden en de Remonstranten.

 

  1. Waarom hebben sommigen moeite met de Dordtse leerregels?

Omdat (1) deze visie onvoldoende ruimte lijkt te laten voor de menselijke vrijheid om wel of niet te geloven; (2) deze visie soms willekeur aan God lijkt toe te schrijven, omdat er geen reden gegeven kan worden voor het feit waarom Hij de een verkiest en de ander verwerpt; (3) de eeuwige verwerping aan God iets wreeds lijkt toe te schrijven; (4) we hier misschien teveel proberen door te dringen in God zelf, terwijl we meer eerbied moeten hebben voor het geheim.

 

  1. Welke belijdenisgeschriften uit de twintigste eeuw ken je?

De Barmer Thesen en de Leuenberger Konkordie.

  1. Hoe zijn de ‘Barmer Thesen’ ontstaan?

 

De “Barmer Thesen” zijn ontstaan in 1934, in Duitsland. Hitler was toen in Duitsland aan de macht. In de kerk was een strijd gaande tussen de “Duitse Christenen” en de “Belijdende Kerk”. De eerste groep was veruit in de meerderheid. Zij hingen het nationaal-socialisme aan, zagen Hitler als een door God gezonden leider en voerden ook zijn maatregelen door in de kerk, zoals bijvoorbeeld de ‘Ariërparagraaf’: deze bepaalde dat joden geweerd werden uit alle organisatie en activiteiten van culturele aard. Joden waren (ook als zij gedoopt waren) niet welkom in de kerk. De kleine “Belijdende Kerk” verwierp deze opvattingen.

De tekst van de Barmer Thesen is min of meer geschreven door de Zwitserse theoloog Karl Barth en werd aanvaard op de synode van Barmen (1934). Het woord vooraf stelt dat de kerk door zich aan het nazisme uit te leveren zozeer tegen haar belijden ingaat, dat zij in feite opgehouden heeft kerk te zijn.

 

  1. Hoe zijn de ‘Barmer Thesen’ opgebouwd?

De “Barmer Thesen” bevatten zes stellingen (thesen), die elk beginnen met een positieve uitspraak, die met Bijbelcitaten wordt ingeleid, en wordt gevolgd door een daaruit voortvloeiende verwerping van de valse leer.

 

  1. Hoe luidt stelling 1 van de Barmer Thesen?

 

“Jezus Christus zoals Hij ons in de Heilige Schrift wordt betuigd, is het ene Woord van God, dat wij te horen, dat wij in leven en in sterven te vertrouwen en te gehoorzamen hebben.

Wij verwerpen de valse leer, als zou de kerk als bron voor haar verkondiging behalve en naast dit ene Woord van God ook nog andere gebeurtenissen en machten, gestalten en waarheden als Gods openbaring kunnen en moeten erkennen.”

 

  1. Wat weet je van de Leuenberger Konkordie?

In 1973 werd nog een belangrijk geschrift geschreven, dat ook door de Protestantse kerk is aangenomen. Dit is de ‘Concordie van Leuenberg’. In dit document spreken de lutherse en gereformeerde kerken uit dat hun onderlinge verschillen niet langer kerkscheidend hoeven te zijn. (De Protestantse Kerk is dan ook een fusie van twee gereformeerde en één luthers kerkgenootschap.)

De Concordie gaat ervan uit dat het voor kerkgemeenschap voldoende is om het eens te zijn over de verkondiging van het evangelie en de bediening van de sacramenten. We hoeven het dus niet over alles eens te zijn, voordat we als kerk één kunnen zijn. De Protestantse Kerk brengt dit ook in praktijk door verschillende tradities en belijdenisgeschriften op te nemen, die onderling op bepaalde punten elkaar tegenspreken! Anderzijds verzet de Concordie zich tegen het idee dat we het over de ‘leer’ maar niet moeten hebben. Er worden in het document ook punten genoemd waarover nog verder doorgesproken moet worden (zoals de verhouding van wet en evangelie, de tweerijkenleer, de doop- en avondmaalspraktijk, de visie op het ambt); deze vormen echter geen belemmering voor kerkgemeenschap.

 

  1. Wat houdt het concreet in dat ‘De kerk weert wat haar belijden weerspreekt.’?

De Protestantse Kerk spreekt uit dat zij “weert wat haar belijden weerspreekt.” (I,11) Toen er nog één kerk was, was dat relatief gemakkelijk. Andersdenkenden werden berispt en desnoods in de ban gedaan. In onze democratische tijd, met vele verschillende kerken en ook binnen één kerk verschillende opvattingen, is dat veel moeilijker.

De kerk lost dit nu vaak op door zogenaamde ‘synodale geschriften’. Dit zijn geschriften die geschreven worden in opdracht van de synode en door haar worden aanvaard. Toen een theoloog (prof. Den Heyer) uitsprak dat de verzoening volgens hem in het Nieuwe Testament niet of nauwelijks een rol speelt, aanvaarde de synode als reactie het rapport: “Jezus Christus, onze Heer en Verlosser.” Toen een predikant (ds. Klaas Hendrikse) uitsprak niet in het bestaan van God te geloven, reageerde de synode met een gespreksboek over dit onderwerp. Men zoekt de oplossing dus in een gesprek met de betreffende persoon en het spreken van de synode.