De Bijbel

  1. Waarom is de Bijbel eigenlijk zo belangrijk in het christelijk geloof?

Omdat de Bijbel het Woord van God is. God spreekt ons daarin aan. Zonder dat kunnen we Hem niet leren kennen. Dat geldt trouwens ook voor menselijke personen: als ik nooit iets zeg, komen anderen nooit iets over mij te weten. Zo is het met God ook. God leer je niet kennen door diep na te denken of om je heen te kijken, God leer je kennen als je Hem tot je laat spreken. Dat doet Hij in de Bijbel.

 

  1. Is de Bijbel dan niet een gewoon door mensen geschreven boek?

Zeker: de Bijbel (Biblia, boeken) is een verzameling van 66 menselijke boeken: heel verschillende boeken, uit verschillende tijden en plaatsen, door verschillende mensen geschreven. Het oudste gedeelte is ongeveer 1400 jaar voor Christus geschreven; het jongste gedeelte ongeveer 100 na Christus. Daar ligt dus 1500 jaar tussen, net zoveel als tussen het begin van de Middeleeuwen (500 n. Chr) en onze tijd. Het Oude Testament is geschreven in het Hebreeuws, de taal van het volk Israël. Het Nieuwe Testament is geschreven in het Grieks, de toenmalige wereldtaal.

 

  1. Waaraan kun je merken dat de Bijbel een door en door menselijk boek is?

Alle auteurs hadden hun eigen woordkeus, stijl en werkwijze. Ze zijn dateren in tijd en ruimte en hebben hun gedachten ontleend aan de dingen en mensen die zij kenden en begrepen.

 

  1. Zijn er alleen formele, of ook inhoudelijke verschillen tussen de Bijbelboeken en Bijbelschrijvers?

Ook inhoudelijke. Alle auteurs hebben ook inhoudelijk hun eigen verhaal. Paulus zegt niet precies hetzelfde als Jacobus[1] en Prediker zegt niet hetzelfde als Jesaja, enzovoorts. Soms zijn ze het duidelijk niet met elkaar eens. Ze kennen elkaars teksten, verwijzen ernaar, maar veranderen ze.

 

  1. Met welk beeld kun je het geheel van de Bijbel op dit punt vergelijken?

Met een gesprek. De Bijbel is een gesprek van gelovigen over wie God voor hen is.

 

  1. Zit er ook een ook een inhoudelijke ontwikkeling in de Bijbel, chronologisch bezien?

Ja, op een aantal punten. Het geloof in de opstanding der doden ontstaat bijvoorbeeld pas in de derde eeuw voor Christus.

 

  1. Moeten we op dit punt zeggen dat alleen de latere opvatting geldt?

Nee, wat dat betreft moeten wij de Bijbel lezen ‘in één vlak’, alsof deze op één moment geschreven is. Alle teksten hebben niet gelijk gewicht, maar welk gewicht ze hebben kan niet afgelezen worden aan het moment waarop ze geschreven zijn.

 

  1. Hoe is het tot de vorming van de Bijbel gekomen?

Ook dit is een menselijk besluit geweest. Over sommige boeken is getwist of die er wel in moesten: Prediker, Hooglied, Hebreeën, Openbaring.

 

  1. Hoe is de Bijbeltekst overgeleverd?

Er zijn verschillende handschriften van de Bijbelboeken overgeleverd, die op kleine punten allemaal verschillen. De tekst die de basis vormt voor de vertaling, is een reconstructie door Bijbelwetenschappers: dit is waarschijnlijk de meest oorspronkelijke tekst.

 

  1. Staan er ook grammaticale fouten in de Bijbel?

Ja, er staan soms zinnen in de Bijbel die grammaticaal niet kloppen. (In vertalingen wordt dat meestal wegvertaald.) Bijvoorbeeld Romeinen 7:12, Kolossenzen 1:21. Ook zijn sommige teksten grammaticaal zo duister, dat ze heel moeilijk te vertalen zijn.

 

  1. Staan er ook historische onjuistheden in de Bijbel?

Ja, naar wij nu weten wel. Door de Bijbel te vergelijken met andere (schriftelijke en materiële) bronnen uit die tijd, ontdekken we soms dat iets historisch vermoedelijk niet klopt.

 

  1. Kun je hier een voorbeeld van noemen?

Volgens Numeri 1:46 is het aantal strijdbare mannen van Israël die met Mozes in de woestijn zijn 603550. Met vrouwen en kinderen zou het volk dan op een paar miljoen uitgekomen zijn. Dat is historisch bijzonder onwaarschijnlijk zo niet onmogelijk.

 

  1. Wat kunnen we hiervan leren?

Dat de geschiedenis in de Bijbel ondergeschikt gemaakt is aan de boodschap.

 

  1. Kun je dit alles samenvatten in de slogan: ‘Wat in de Bijbel staat, is wel waar, maar niet echt gebeurd.’?

Als je daarmee bedoelt: ‘Bijbelverhaal x heeft in de geschiedenis niet plaatsgevonden, maar de tekst drukt wel uit wie God voor de mens was én is, en wie de mens tegenover God was en is’ – dan geldt dit voor sommige Bijbelverhalen, maar lang niet voor alle. Per Bijbelgedeelte moet bekeken worden of er een historische claim vanuit gaat. Een Psalm of een gelijkenis of een mythe bijvoorbeeld bevat geen historische claim, behalve dan dat de tekst zelf op een bepaald moment geschreven moet zijn. Als de tekst een historische claim bevat, moet per tekst nagegaan worden of die claim geverifieerd of gefalsifieerd kan worden. Er is dus geen enkele reden om te zeggen: ‘als je zegt dat de slang in paradijs niet echt gesproken heeft, dan is er ook geen reden meer om aan te nemen dat Jezus wél echt is opgestaan’.

 

  1. Staan er ook dingen in de Bijbel die natuurwetenschappelijk gezien niet kloppen?

Ja, dit is evident. ‘Al mogen de aarde en al haar bewoners wankelen, Ik ben het, die haar pilaren heb vastgezet.’ (Ps. 75:4) In de tijd van Galileï en Copernicus, die ontdekten dat de aarde rond is en om de zon draait, werd dit door de kerk gebruikt als argument om te zeggen: dat kan niet, de aarde is plat en staat stil op pilaren! Zo kun je de Bijbel dus niet gebruiken.

 

  1. Wat kunnen we hiervan leren?

Dat wij heel goed moeten oppassen met het weerspreken van de natuurwetenschap op grond van de Bijbel. De Bijbel is geen natuurwetenschappelijk handboek en concurreert dus ook niet met natuurwetenschappelijke theorieën zoals de theorie hoe de kosmos in elkaar zit of hoe het heelal ontstaan is.

 

  1. Wat is een ‘fundamentalistisch’ gebruik van de Bijbel?

Fundamentalisten menen dat alles wat in de Bijbel staat in elk opzicht ‘letterlijk’ waar moet zijn. Fundamentalisten aanvaarden niet dat de Bijbel óók een menselijk boek.

 

  1. Waarom is deze positie onhoudbaar?

Eerlijk wetenschappelijk onderzoek van de laatste 150 jaar heeft aangetoond, dat we met deze visie niet uitkomen. Daarmee zijn we ook scherper gaan zien, wat de Bijbel voor boek is. De Bijbel wil geen boek zijn dat wetenschappelijke informatie over natuur en geschiedenis geeft om zo onze nieuwsgierigheid te bevredigen. Het wil ons betuigen wie God is, wat God geeft en vraagt, en hoe de mens in relatie tot God kan leven.

 

  1. Wat is een seculiere kijk op de Bijbel?

Een seculiere kijk ziet in de Bijbel niet meer dan een menselijk boek. De Bijbel hoort dan bij de ‘klassieke literatuur’, waar je omwille van haar belang in onze westerse geschiedenis en cultuur kennis van moet nemen; maar zij staat op gelijke voet met alle andere klassieke werken, zoals van Plato of Shakespeare.

 

  1. Is er een alternatief voor fundamentalistische en seculiere omgang met de Bijbel?

Ja, deze ligt in een kritische, maar toch gelovige omgang met de Bijbel. Kritisch in het erkennen dat de Bijbel 100% een menselijk boek is; gelovig in de erkenning dat zij tevens 100% Woord Gods is.

 

  1. Op welke manieren heeft de wetenschap zich met de Bijbel beziggehouden?

In de literair-kritische benadering, de historisch-kritische benadering en de godsdienstvergelijkende benadering.

 

  1. Wat houdt de literair-kritische benadering in?

De literair-kritische school bezag de bijbel als literair product. Het bleek dat allerlei Bijbelboeken door een redactor samengesteld zijn uit verschillende ‘bronnen’, uit door anderen geschreven overleveringen. Voorbeeld: er zijn twee scheppingsverhalen (Gen. 1:1-2:4a en Gen. 2:4b-25); er zijn ook twee bronnen waaruit het huidige zondvloedverhaal is samengesteld (Gen. 6:5-8:7); verschillende handen hebben gewerkt aan het boek Prediker; het Johannes-Evangelie heeft een dubbel slot; het slot van het Marcus-Evangelie is later toegevoegd, etcetera.

 

  1. Wat houdt de historisch-kritische benadering in?

De historisch-kritische school onderzocht wat de Bijbel aan geschiedenis verhaalt. Het bleek dat allerlei verhalen niet met moderne geschiedenisbeschrijving te vergelijken zijn, soms legendarische elementen bevatten of bepaalde onnauwkeurigheden vertonen. Voorbeeld: Gen. 1-11 bevat veel dat niet als geschiedenisbeschrijving is te zien; heeft de zon stilgestaan boven Gibeon; het kan best zijn dat rond Jezus’ geboorte enige legendevorming plaatsvond.

 

  1. Wat houdt de godsdienstvergelijkende benadering in?

De godsdienstvergelijkende school vergeleek de godsdienst van Israël met die van omringende volken. Het bleek dat niet alleen Israël maar ook Babylonië zijn scheppingsverhaal, zijn zondvloedverhaal, zijn boetepsalmen had. Israëls godsdienst vertoont hier en daar algemeen-oosterse trekken, en soms bepaalde invloeden van Babylonië, Egypte, etc.

 

  1. Wat houdt de ontmythologiserende benadering in?

De ontmythologiserende school ging na welk wereldbeeld bij de bijbelschrijvers functioneerde. Het bleek dat op vele plaatsen een antiek wereldbeeld verondersteld is en dat meer dan eens mythische voorstellingen een rol spelen. Voorbeeld: in het tweede van de tien geboden ‘Gij zult u geen gesneden beeld maken…, van wat in de wateren onder de aarde is’ (Ex. 20:4) is verondersteld dat de aarde een soort kurk is (onder de hemel waarachter de wateren boven de aarde zijn), op de wereldzee met haar wateren onder de aarde, in welke wateren de Leviatan, de slang en andere demonische wezens verkeerden.

 

  1. Hoe moeten we dit wetenschappelijk onderzoek van de Bijbel waarderen?

Het is niet zonder gevaren voor het geloof gebleken. Soms heeft het geleid tot een seculiere kijk op de Bijbel. Toch heeft het ons ook geholpen om het eigene van de Bijbel te zien:

  1. Men heeft de literaire vorm onderzocht die de Bijbelschrijvers kozen. Er bleek dat er vele genres waren (zie boven). Maar het gemeenschappelijke is steeds dat het gaat om een strekking, een tendens, een boodschap, een verkondiging. Het gaat om een verkondiging van Godswege, in variërende verpakkingen. Die verkondiging is essentieel.
  2. Men heeft de historie-verhalen onderzocht. Het bleek dat de bijbel niet toevallig een geschiedenisboek is. Het gaat daarin niet allereerst om een uiterlijke geschiedenis die iedereen kan beschrijven, maar om de geschiedenis tussen God en mens, hetgeen alleen in geloof kan worden verkondigd en ontwaard. Het gaat om de voortgang van een gang, waarin de mens zijn schuld of gehoorzaamheid verdiept, en God zijn oordeel en zijn genade realiseert.
  3. Men heeft de godsdienst van Israël vergeleken met die van de omringende volken. Eerst viel het overeenkomstige op, later echter het eigene van wat de Bijbel betuigt. Opvallend is bijvoorbeeld dat de ‘zondvloed’ volgens Babylonië ontstond vanwege een ruzie tussen de goden, en volgens Israël wegens de zonde van de mensen. hoe meer men tot de kern doordringt, hoe specifieker en wonderbaarlijker de bijbelse boodschap is.
  4. Men heeft mythische elementen in de Bijbel gezien, maar juist zo werd ook duidelijk hoe de ?Bijbel ook het heidens levensbesef ontmaskert. Voorbeeld: als in Gen 1 staat dat God eerst het licht, en daarna pas zon, maan en sterren schept, dan is dat natuurwetenschappelijk gezien ongerijmd, maar naar zijn strekking vol Evangelie: de door allerlei volken vereerde, gevreesde, noodlot-bepalende hemellichamen hebben niets te vertellen, omdat ze in dienst staan van de Ene God, de Schepper.

 

  1. Is alles in de Bijbel geschiedschrijving?

 

Nee, de Bijbel bevat vrijwel alle tekstgenres die denkbaar zijn: geschiedenissen, gelijkenissen, poëzie, profetie, visioen, fabel, en ook stukken die doen denken aan mythen en legenden.

 

  1. Waarom is het belangrijk hier iets van te weten?

Als je niet weet welk genre je leest, kun je ook moeilijk het gedeelte begrijpen. Van een mythe of gelijkenis kun je bijvoorbeeld niet verwachten, dat deze historisch zijn. Het heeft dus geen zin te vragen: ‘Wanneer, waar, hoe is dit gebeurd?’

 

  1. Noem eens een voorbeeld van een mythologische tekst?

‘De zonen van God zagen dat de dochters van de mensen knap van uiterlijk waren; en zij kozen uit hen de vrouwen die ze maar wilden. In die tijd en ook daarna nog, zolang de zonen van God gemeenschap hadden met de dochters van de mensen en kinderen bij hen kregen, leefden de reuzen op de aarde.’ (Genesis 6:2, 4) Nog een voorbeeld: ‘Te dien dage zal de HERE met zijn fel, groot en sterk zwaard bezoeking brengen over de Leviatan, de snelle slang, over de Leviatan, de kronkelende slang, en Hij zal het monster in de zee doden.’ (Jesaja 27:1)

Deze tekst is geschreven in het genre van de mythe. De Leviatan is niet letterlijk een monster in de zee, maar is een beeld voor het kwaad. Het heeft dus geen zin om te zeggen: ‘laten we de oceanen bevaren en de Leviatan zoeken.’ Het heeft ook geen zin om te vragen: draagt de HERE God een zwaard en hoe groot is dat zwaard? Dan lees je het allemaal letterlijk historisch. Het gaat erom dat God echt een keer een einde zal maken aan het kwaad.

 

  1. Noem eens een voorbeeld van een fabel?

‘Eens begaven de bomen zich op weg om een koning over zich te zalven en zij zeiden tot de olijfboom: wees toch koning over ons! Maar de olijfboom zei tot hen: zou ik de vettigheid prijsgeven, die God en mensen in mij eren, om te gaan zweven boven de bomen?’ (Richt. 9:8)

Het heeft bij deze tekst dus geen zin om te vragen: Kunnen de bomen dan praten? Wanneer gingen de bomen op weg om zich een koning te kiezen? Je moet vragen: wie vertelt deze fabel, in welke omstandigheden en wat kan hij er dan mee bedoeld hebben?

 

  1. Noem eens een voorbeeld van een gelijkenis?

‘Een man daalde af van Jeruzalem naar Jericho en viel in de handen van rovers, die hem beroofden, hem daarbij sloegen en bij hun vertrek halfdood nieten liggen.’ (Lukas 10:30)

Het heeft dus geen zin om te vragen: wanneer daalde die man af van Jeruzalem naar Jericho en wie waren die rovers? Want het is nooit zo gebeurd, het is een gelijkenis en je moet je afvragen: een gelijkenis waarvan?

 

  1. Noem eens een voorbeeld van een lied?

‘Vang voor ons de vossen, vang die kleine vossen. Ze vernielen de wijngaard, onze wijngaard vol bloeiende ranken.’ (Hooglied 2:15)

Deze tekst is geschreven in het genre van het lied. Hooglied is een liefdeslied, over de liefde van man en vrouw en tegelijk ook over de liefde van God en Israël, van Christus en de kerk. Dat betekent dat het hier ook niet letterlijk gaat over vossen die gevangen moeten worden, maar over de obstakels, die de liefde in de weg staan. Die obstakels moeten worden weggenomen.

 

  1. Noem eens een voorbeeld van een visioen?

 

‘een Oude van dagen zette Zich neder; zijn kleed was wit als sneeuw en zijn hoofdhaar blank als wol; zijn troon bestond uit vuurvlammen, de raderen daarvan uit laaiend vuur.’ (Daniël 7:9) En één uit het Nieuwe Testament:  ‘En ik zag uit de zee een beest omhoogkomen, dat zeven koppen en tien horens had, en op zijn horens waren tien kronen, en op zijn koppen een lasterlijke naam. En het beest dat ik zag, leek op een panter, en zijn poten waren als een beer, en zijn muil was als de muil van een leeuw. […] En de gehele aarde ging met verbazing het beest achterna. En zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest macht gegeven had.” (Openb. 13:1-4)

Deze tekst is geschreven in het genre van het visioen over de eindtijd. Het gaat hier over God. Maar je vergist je als je denkt dat God letterlijk een oude man met een witte baard is, die op een troon van vuur zit. God zit niet ergens hoog boven de wolken op een troon.

 

  1. Noem eens een voorbeeld van een legende?

Dit is moeilijker te bepalen. Het is soms moeilijk te onderscheiden tussen geschiedenissen en legenden. Twee voorbeelden: het boek Jona en het boek Job. Volgens de meeste mensen zijn dit geen echte geschiedenissen, maar legenden. Ze knopen wellicht aan bij een historische basis, maar in hun huidige vorm zijn het reflecties van de auteur, in verhaalvorm: in het geval van Jona over de reikwijdte van Gods genade en in het geval van Job over het kwaad.

 

  1. Je hoeft dus als christen niet te geloven dat Jona drie dagen in ‘een grote vis’ zat?

Nee, dat hangt af van het genre. Als het inderdaad een legende is, hoef je dat uiteraard niet te geloven, want dan is het ook nooit zo bedoeld.

 

  1. Toch zeggen we in de kerk dat de Bijbel het Woord van God is. Wat bedoelen we daar dan mee?

–          Als je nu de Bijbel leest, dan kun je ervaren dat God daarin tot je spreekt. Misschien heb je ook wel eens het idee dat God tot je spreekt in de natuur, in de geschiedenis, in je eigen levensloop of wat dan ook. Maar echt duidelijk spreekt Hij tot ons in de Bijbel. Die ervaring hebben mensen al tweeduizend jaar, en daarom noemen wij de Bijbel het Woord van God.

Dat betekent niet dat je het automatisch altijd zo ervaart. Gelovigen kunnen soms ervaren dat de Bijbel een gesloten boek blijft, ook al lees je er uit. Dat komt omdat wij Gods spreken niet kunnen organiseren. Daarom is het goed voordat je gaat Bijbellezen altijd eerst stil te worden en te bidden. (Dat doen we in de kerk ook.) Je kunt als Samuël bidden: ‘Spreek Heere, want Uw knecht hoort.’ Ook dat is geen garantie, maar als je zo eerbiedig en biddend met de Bijbel leeft, zullen er steeds weer momenten zijn waarop je merkt dat God je door het lezen van de Bijbel aanspreekt.

–          Toen de Bijbel geschreven werd, waren enerzijds gewone gelovige mensen aan het werk. David maakte zijn Psalmen en Paulus schreef zijn brieven, en ze gebruikten daarbij gewoon hun eigen gelovige verstand. Maar zij werden daarin ook ‘geïnspireerd’ door de Heilige Geest. Daarom kun je in geloof ook zeggen dat de Bijbel één auteur heeft: de Heilige Geest. De Bijbelschrijvers zijn door God gebruikt als instrument in Zijn hand. Ook daarom noemen we de Bijbel het Woord van God.

 

  1. De Bijbel is dus zowel een door en door menselijk boek, als het boek dat God gebruikt als middel om ons aan te spreken en te redden. Waar kun je dat mee vergelijken?

Met de Heere Jezus. Hij is “waarachtig mens en waarachtig God”. Dat betekent niet: 50% mens en 50% God, maar 100% mens en 100% God. Zo is het ook met de Bijbel. Door en door menselijk, daarom ook onvolmaakt, en tegelijk door en door Gods Woord. Zo past het bij de God van Jezus. God openbaart zich niet in wat mooi en sterk is, maar in wat lelijk en zwak is. Jezus wordt geboren in een stal en in een kribbe gelegd. Die kribbe is niets volmaakts aan, maar Jezus ligt er wel in. Zo geldt het ook voor de Bijbel: die is als de kribbe waar Jezus in te vinden is. In dat onvolmaakte openbaart God zich.

 

  1. Welk Bijbelverhaal geeft hier een beeld van?

In Jeremia 38:1-13 staat dat de profeet Jeremia om zijn prediking in een put gegooid wordt. Hij dreigt te sterven. Dan maken enkele mannen echter van lompen en lappen van afgedragen en gescheurde kleren een touw. Dat laten zij neer in de put en zo trekken ze Jeremia er uit.

Die lompen: zo is de Bijbel. Enerzijds onvolmaakt, menselijk. Anderzijds sterk genoeg om je uit de put te trekken en te redden. En daar gaat het God om.

 

  1. Wat voor soort geboden staan er in het Oude Testament?

Drie soorten: ceremoniële wetten, die betrekking hebben of de eredienst; burgerlijke wetten, die betrekking hebben op het sociale leven in het land Israël; morele wetten, die betrekking hebben op het goede leven als zodanig.

 

  1. Moeten wij al deze oudtestamentische wetten houden?

Nee. De ceremoniële en burgerlijke wetten zijn geheel afgeschaft door de komst van Jezus.

 

  1. En de morele wetten?

Die staan in de kern in de Tien geboden. Deze gelden nog steeds, maar wel na christelijke interpretatie. Zo geldt het sabbatsgebod voor ons niet meer in de oorspronkelijke zin.

 

  1. Heeft het Nieuwe Testament nog regels toegevoegd?

Ja, bijvoorbeeld:

  • ‘Een vrouw maakt haar hoofd te schande wanneer ze met onbedekt hoofd bidt of profeteert. Een vrouw die haar hoofd niet bedekt, kan zich maar beter laten kaalknippen. Wanneer ze dat een schande vindt, moet ze haar hoofd bedekken.’ (1 Kor. 11:6)
  • ‘Ik wil dat bij iedere samenkomst de mannen met geheven handen bidden.’ (1 Tim. 2:8)
  • ‘Ook wil ik dat de vrouwen zich waardig, sober en ingetogen kleden. Ze moeten niet opvallen door het vlechten van het haar of door dure kleding, goud of parels.’ (1 Tim. 2:9)
  • ‘Laat iemand die ziek is de ouderlingen van de gemeente bij zich roepen; laten ze voor hem bidden en hem met olie zalven in de naam van de Heer.’ (1 Tim. 5:14)
  • ‘Indien uw rechterhand u tot zonde verleidt, houw haar af en werp haar van u.’ (Matth. 5:30)
  • ‘Ik zeg u in het geheel niet te zweren.’ (Matth. 5:34)

 

  1. Houden christenen zich aan deze regels?

In de praktijk geldt dat geen enkele christen zich aan al deze regels houdt. In de gereformeerde gemeente dragen de vrouwen wel een hoedje (1), maar de mannen bidden niet met opgeheven handen (2) en ziekenzalving gebeurt ook niet (4). In evangelische- en pinkster-gemeenten wordt wel veel gebeden met opgeheven handen (2), maar je ziet de vrouwen geen hoedje dragen (1). Sommige christenen (de doopsgezinden) zullen nooit zweren (6), maar de meeste hebben hier geen moeite mee. Dat vrouwen in dure kleding lopen (3) komt onder alle soorten christenen voor.

 

  1. Is het dan niet nodig zich aan alle Nieuwtestamentische regels te houden?

Nee. Dat moet altijd geïnterpreteerd worden en per geval bekeken worden. Christendom is geen wetticisme, ook geen absolute gehoorzaamheid tegenover de letter van de tekst. Het gaat om de Geest, niet om de letter (Paulus). Als de Geest van Christus in ons werkt, gaan we het goede doen. Wat dat dan precies is, is in elke context ook weer verschillend. Het gaat er bij de geboden dus om: waarom wordt dit hier gezegd? Wat is de basis? Hoe zouden we in onze tijd aan die basis recht kunnen doen?

 

  1. Waarop berust het gezag van de Bijbel niet en wel?

Het gezag van de Bijbel berust niet op bewijzen dat dit een goddelijk boek is. Het berust op het getuigenis van de Heilige Geest en van de kerk.

 

  1. Is elke tekst in de Bijbel het woord van God, dat gezag over ons heeft?

Ja, dat wel. Wij kunnen niet in de Bijbel gaan onderscheiden tussen sommige teksten, die wel van belang zijn en andere, die niet van belang zijn. Dat betekent echter niet, dat het altijd inzichtelijk is hoe en waarin een bepaalde tekst gezag heeft. Twee voorbeelden:

in Genesis 22 wordt Abraham geroepen zijn zoon te offeren. Dat is de stem van God, die dat vraagt. Het is niet zo eenvoudig, om te zeggen hoe dit past bij het feit dat God niet de dood wil, maar het leven. Kan God zoiets vragen? En kan Hij vandaag dan nog zoiets vragen? Dat zijn moeilijke vragen. Maar we kunnen niet zeggen: ‘God kan dat niet aan Abraham gevraagd hebben.’ Dan gaan we boven het gezag van de Bijbel staan.

In Efeze 5 en op enkele andere plaatsen in het Nieuwe Testament staat: ‘vrouwen, wees uw mannen onderdanig’. Hoe moeten we dit vandaag de dag toepassen? Komt zo’n vermaning niet voort uit een heel andere cultuur dan de onze? Die vragen moeten gesteld worden, maar we kunnen niet zeggen: dit is alleen van belang voor de mensen van toen, niet voor nu. We zullen er iets mee moeten, want het is het woord van God.

 

  1. Wat moet je doen als je een Bijbeltekst (rationeel of existentieel) niet begrijpt?

Er niet te lang bij blijven staan, maar, zoals Luther ergens zegt: ‘je hoed afnemen en dan doorlopen’. ‘Je hoed afnemen’ wil zeggen: ik eerbiedig ook dit woord als woord van God, ook al kan ik er nu niks mee. ‘En dan doorlopen’ betekent: ik laat mij niet door deze ene tekst van de hoofdlijn afbrengen. Ik lees rustig verder, dan komt er wel weer een woord dat ik wel kan toepassen.

 

  1. Waarom mogen we zulke woorden niet uit de Bijbel schrappen?

In de eerste plaats omdat het het Woord van God betreft. Maar in de tweede plaats omdat de Bijbel niet alleen voor jou geschreven is. De Bijbel is voor de hele kerk, van alle tijden en van alle plaatsen. Als jij nu niets kunt met een Bijbeltekst, bedenk dan:

  • misschien kun je er later in je leven wel wat mee; daarom is het goed om toch te lezen en te herlezen, tot het misschien ineens betekenis krijgt;
  • misschien kunnen op dit moment andere christenen ergens in de wereld er wel iets mee;
  • misschien konden vroeger christenen er wel iets mee, of zullen christenen er in de toekomst weer steun aan hebben.

We lezen de Bijbel dus nooit individualistisch, maar als lid van Gods ene wereldwijde kerk.

 

  1. Wat is de hoofdlijn van de Bijbel

Centraal staat de geschiedenis tussen God en de mens. Het blijkt een dramatische geschiedenis te zijn. God zoekt de mens en de mens ontvlucht Hem. God schenkt genade en de mens antwoord met zonde. Men kan zelfs spreken van een wedloop tussen Gods genade en de menselijke zonde. We stippen een paar momenten aan:

God heeft de mens geschapen

–          Maar de mens keert Hem de rug toe.

Hij laat zijn zorg tot allen uitgaan

–          Maar de mensheid vervreemdt steeds meer van Hem.

Hij redt Noach door de zondvloed heen

–          Maar Noachs nageslacht wendt zich ook van God af.

Hij kiest zich in Abraham één volk uit, tot zijn eigendom

–          Maar ook Abraham zondigt: hij wijkt uit naar Egypte, liegt er en offert zijn vrouw op.

God redt Abrahams nakomeling uit Egypte door de Rode Zee en sluit met hen een verbond bij de Sinai

–          Maar de hele woestijnreis door antwoord het volk met ongeloof en opstandigheid;

God schenkt hen het nieuwe land Kanaän en geeft hen door een wonder Jericho in handen

–          Maar er wordt tegen Gods bevel in te Jericho geroofd en als gevolg wordt het volk verslagen

God schenkt aan Israël een koning

–          Maar de eerste koning, Saul, wordt een demonische figuur

Hij laat van de twaalf stammen er tien verloren gaan

–          Maar ook het tweestammenrijk is niet gehoorzaam, zelfs niet na een 70-jarige ballingschap

Hij doet zijn profeten alleen nog maar spreken van ‘de heilige rest’, de enkele gelovigen die nog overgebleven zijn

–          Maar ten slotte horen we zelfs van hen niet meer.

 

Dan is er echter één, de Messias, Gods Zoon, die waarachtig gehoorzaam is, zonder zonde leeft en dus de boze overwint, de mens Jezus Christus in wie Gods koninkrijk op aarde is opgericht

–          Maar ook dan antwoord de mens al dadelijk met de kindermoord te Bethlehem en tenslotte met het kruisigen van Jezus.

En dán heeft Jezus de rijp-geworden zonde van de mens gedragen, zijn schuld geboet en komt zijn overwinning aan het licht in de Opstanding. Die Opstanding onthult met Pinksteren dat Gods genade in de strijd overwonnen heeft en overwinnen zal. Vanuit de laatste versmalling van Gods ingrijpen in de wereld, vanuit Jezus, waaiert Gods bevrijdende zorg voor de mens weer uit tot een zorg voor allen, en begint het Evangelie zijn loop door de wereld.

 

  1. Wie is de inhoud van de Bijbel?

Jezus Christus.

 

  1. Geldt dat ook voor het Oude Testament?

Ja. Het Nieuwe Testament is het boek van de herinnering. Het Oude Testament is het boek van de verwachting. Alle beloften die God vanaf Adam en Eva (zie Gen. 3:15) doet, worden in Jezus vervuld. Zo is Hij ook de inhoud van het Oude Testament. Als je dat in het oog houdt, verdwaal je niet in de Bijbel.

 

  1. Wat bedoelen we met ‘typen’ en ‘typologie’?

‘Typen’ zijn personen in het OT die lijken op Jezus. Wat in hen gebeurt, zie je nog duidelijker gebeuren in Jezus. Bijvoorbeeld: Mozes’ voorbede voor Israël. De weg van Jozef. Koning David.

 

  1. Welke Bijbelvertaling moet je gebruiken?

Er zijn in het Nederlands veel Bijbelvertalingen. De belangrijkste zijn:

De Statenvertaling (SV) uit 1637. Een heel betrouwbare vertaling, die dicht bij de grondtekst blijft. De Naam van God wordt weergegeven als ‘HEERE’. Deze vertaling heeft tot 1951 gefunctioneerd als dé protestantse Bijbelvertaling. Hij werd gemaakt in opdracht van de Staten Generaal (vandaar de naam) en heeft de Nederlandse cultuur diep beïnvloed. Allerlei spreekwoorden komen bijvoorbeeld letterlijk uit deze Bijbel.

De Nieuwe Vertaling (NBG) uit 1951. Deze werd gemaakt omdat de SV voor veel mensen niet meer begrijpelijk was. Ook deze vertaling wordt alleen in protestantse kring gebruikt. Het is een heel betrouwbare vertaling, die net als de SV dicht bij de grondtekst blijft. De Naam van God wordt hier weergegeven met ‘HERE’. Deze vertaling is ingevoerd in grote delen van de Protestantse Kerk, maar niet in de ‘gereformeerde gezindte’. Deze bleef de SV lezen.

De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) uit 2004. Deze werd gemaakt omdat de NBG voor veel mensen niet meer begrijpelijk was. Dit is een oecumenische vertaling, dat wil zeggen door en voor zowel katholieken als protestanten. Niet elk kerkgenootschap heeft de NBV echter als kanselbijbel aanvaard. In de Protestantse Kerk wordt hij wel vrij veel gebruikt. Het is een wat vrijere vertaling dan de bovenstaande. De Naam van God wordt hier weergegeven met ‘HEER’. Ook deze vertaling werd niet ingevoerd in de ‘gereformeerde gezindte’.

De Herziene Statenvertaling (HSV) uit 2010. Deze werd gemaakt door vertegenwoordigers van de gereformeerde gezindte omdat de SV ook in die kringen steeds minder begrepen wordt, vooral door jongeren. Men handhaaft hier een aantal vertrouwde kenmerken van de SV (zoals de Naam van God, die ook hier weergegeven wordt met ‘HEERE’), maar het is wel een heel nieuwe vertaling, die een goed midden gevonden heeft tussen enerzijds recht doen aan de brontalen, en anderzijds ook vertalen in begrijpelijk Nederlands.

Deze vier vertalingen zijn in de Protestantse Kerk aanvaard als kanselbijbel. Dat betekent dat zij gebruikt mogen worden in de zondagse eredienst. Andere vertalingen worden hiervoor in principe niet gebruikt. Zelf kun je het beste de NBV of de HSV gebruiken.

 

  1. Als je voor het eerst de Bijbel gaat lezen, welke vertaling kun je dan het beste kiezen?

De Bijbel in Gewone Taal (BGT, 2014) of de Groot Nieuws Bijbel (GNB, 1996). Deze zijn geschreven in eenvoudig en hedendaags Nederlands.

 

  1. Wat is een parafrase?

Een parafrase is een weergave van de inhoud in andere woorden dan er letterlijk in de grondtekst staan. Het bekendste voorbeeld van een parafrase van de Bijbel is ‘Het Boek’.

 

  1. Welke tien vragen kun je goed gebruiken bij het lezen van de Bijbel, om de betekenis voor jezelf te ontdekken?
  1. Is er een belofte, waarop ik mag pleiten?
  2. Is er een gebod, dat ik moet gehoorzamen?
  3. Is er een zonde, die ik moet belijden?
  4. Is er een voorbeeld om na te volgen?
  5. Is er een aanwijzing om mijn gedrag te veranderen?
  6. Is er een dwaling waar ik voor uit moet kijken?
  7. Staat er iets waardoor ik bemoedigd wordt?
  8. Lees ik iets nieuws, waar ik nog nooit aan gedacht heb?
  9. Vind ik een onderwerp om voor te bidden?
  10. Vind ik een motief om God te loven?

[1] “Want wij zijn van oordeel, dat de mens door geloof gerechtvaardigd wordt, zonder werken der wet.” (Rom. 3:28) “Gij ziet, dat een mens gerechtvaardigd wordt uit werken en niet slechts uit geloof.” (Jak. 2:24)