God: JHWH / HERE

  1. Wat betekent het woord ‘God’?

Het woord ‘God’ is in de Bijbel geen persoonsnaam (om iemand mee aan te duiden), maar een soortnaam, zoals het woord ‘mens’. Heel in het algemeen betekent het: een hogere macht. Ook als je mensen vandaag vraagt wat men zich bij het begrip ‘God’ voorstelt, kom je meestal bij iets algemeens: een hogere macht. Van die hogere machten zijn er vele.

 

  1. Er zijn dus vele goden?

Ja, volgens de Bijbel zijn er vele goden. Er is een ‘vergadering der goden’ (Psalm 82). In die vergadering heeft zelfs de Satan, als een van de hogere machten, een plaats (Job 1:6-12).

 

  1. Moeten wij dan in al die goden geloven?

Nee, want geloven betekent: zijn vertrouwen stellen op. Het eerste gebod is: ‘U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.’ (Ex. 20:3) Er zijn veel andere goden, maar ze mogen niet gediend worden. ‘Hoewel er vele goden en vele heren zijn, toch is er voor ons maar één God’. (1 Kor. 8:5-6) Tussen alle goden is er de Ene, die onze aanbidding verdient.

 

  1. Zijn die andere goden eeuwig?

Nee. Het laatste oordeel zal ook een oordeel zijn over alle goden en machten van deze wereld:

‘Ik (de HEERE) heb wel gezegd: U bent goden, U bent allen zonen van de Allerhoogste;

Toch zult u sterven als een mens, Zoals iedere andere vorst zult u vallen.’ (Ps. 82:8) Daarom wordt de HEERE in de Bijbel ook beleden als ‘de God der goden’ () , dat wil zeggen: de Ene die te midden van alle machten de Hoogste is.

 

  1. Wat betekent het woord ‘Heere’ (kleine letters)?

Dit is net als het woord ‘God’ een soortnaam. Het betekent ‘heerser, machthebber’. Hij wordt ook gebruikt als titel voor de God van de Bijbel en deze wordt dan ook wel aangeduid als ‘Heere der heren’.

 

  1. Als ‘God’ en ‘Heere’ soortnamen zijn, wie zijn dan volgens de Bijbel de ándere goden en heren die om aanbidding vragen?

In het Oude Testament is dit voor alles de Baäl. Het woord ‘Baäl’ betekent ‘bezitter, heer’. Baäl is een natuurgod, verbonden met de seizoenen en de vruchtbaarheid, en had een vrouwelijke godheid (Asjera) naast zich. De HEERE is echter geen God van de natuur, maar van de geschiedenis. Hij valt niet samen met een onderdeel van de wereld (de vruchtbaarheid), maar staat erboven. Hij heeft geen vrouwelijke godheid naast zich, maar is de ene en enige God, mannelijk noch vrouwelijk.

In het Nieuwe Testament wordt onder meer gesproken over de Mammon: de god van geld en bezit. Ook hier wordt een aards element tot God verheven. Dit is het kenmerk van heidendom: vermenging van Schepper en schepsel.

 

  1. Wat zouden we in onze tijd ‘goden’ kunnen noemen?

‘Datgene waar je hart aan hangt, dat is je god.’ (Luther)

 

  1. Maar bestaan deze ‘goden’ dan echt?

Zij bestaan in die zin dat de mens ze schept en ze vervolgens macht over hem krijgen. De mens is “een fabriek van afgoden” (Calvijn) en die afgoden groeien onder zijn handen uit tot een formaat, dat de mens niet beheersen kan.

 

  1. Is het christendom dan geen monotheïstische godsdienst?

Het christendom is polytheïstisch als het om het bestaan van goden gaat: er bestaan vele goden. Het is monotheïstisch als het om het vereren van goden gaat: alleen JHWH mag vereerd worden. Déze is de Enige van Wie je heil mag verwachten, de andere zijn bedriegers. Daarom kan de Bijbel enerzijds over de afgoden spreken als ‘nietsen’ en anderzijds tekenen hoe zij voortdurend macht over Israël krijgen.

 

  1. Waarom heeft de God van Israël een naam?

Om Hem van al die andere goden te onderscheiden, dus om dezelfde reden waarom mensen namen hebben.

 

  1. Wat betekent het woord ‘HEERE’ (hoofdletters)?

Om duidelijk te maken om welke God het gaat, krijgt God in de Bijbel een naam: JHWH. In het Nederlands wordt dit meestal vertaald met: HEERE. Dit lijkt een titel, maar het is een naam. Deze naam wordt dus gebruikt om déze God te onderscheiden van alle andere goden, zoals de naam de ene mens onderscheidt van de andere. Deze persoonsnaam wordt vaak verbonden met de soortnaam: ‘HEERE God’ of ‘God de HEERE’. Dat is dus te vergelijken met: ‘de mens Jan’.

Pas in zijn Naam blijkt wie déze God is. Deze Naam wordt geopenbaard aan Mozes bij de brandende braambos (Ex. 3:14).

 

  1. Hoe kunnen we ‘JHWH’ letterlijk vertalen?

De Naam wordt in Ex. verklaard met een uitdrukking die het beste te vertalen is als: ‘Ik zal er zijn, zoals ik er ben’ (Naardense Bijbel) Dit duidt aan dat God de God van de geschiedenis is: steeds opnieuw zal Hij er blijken te zijn, in zijn heiligheid, vrijheid en liefde. Maar wie blijft stilstaan, raakt Hem kwijt. Hij is de ‘trekgod’.

 

  1. Welke twee kanten zitten er aan deze Naam?
  2. De Naam is een herhaling: Ik ben Ik. Daar zit iets in van: pas op, Mij kun je nooit helemaal vastleggen. God gaat een mens altijd te boven. Daarom het verbod om de Naam te misbruiken.
  3. De Naam zegt ook: Ik zal er zijn, Ik ben erbij, Ik ben met je. Het is dus een belofte. Mozes moet onderweg, naar de farao, door de woestijn, naar het beloofde land. God belooft met zijn Naam: je gaat niet alleen, Ik ben met je!

 

  1. Wat gebeurt er door de zonde met deze tweevoud in God?

Door de zonde komt deze tweeheid van de Godsnaam onder spanning te staan. Heiligheid groeit uit tot toorn, Zich terugtrekken; Liefde groeit uit tot neerdalen, zelfovergave.

 

  1. In welke oudtestamentische kernbelijdenis zien we deze dubbelheid terugkomen?

“HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw. Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden, Die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft – maar Die zeker niet voor onschuldig houdt en de ongerechtigheid van de vaderen vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen, tot in het derde en vierde geslacht.” (Ex. 34:6-7)

 

  1. Wat zijn dus de twee kerneigenschappen van God?

Heiligheid en liefde.

 

  1. Waar zien we de spanning die de zonde veroorzaakt in de Bijbel?

Reeds aan het begin, direct na de ‘zondeval’. God reageert dan heel dubbel: enerzijds vervloekt Hij de man, de vrouw, de slang en de aarde, en sluit Hij het paradijs. Dit is een ontzaglijk oordeel. Anderzijds maakt Hij vellen voor de mens en geeft Hij hem een belofte voor de toekomst mee. Hieruit spreekt Zijn liefde.

 

  1. Is de Naam ‘Ik Ben Die Ik Zijn Zal’ alleen van toepassing op de God van het Oude Testament?

De God van het Oude Testament is ook de Drieënige, de God van het Nieuwe Testament. Jezus is het hart van deze God. Daarom wordt in het Nieuwe Testament Hij met de naam van God genoemd: De ‘Ik ben woorden’ (Joh.); ‘Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld.’ (Matth. 28:20)

 

  1. Is er op dit punt dan geen verschil tussen het Oude en Nieuwe Testament?

–          De heiligheid komt vooral in het Oude Testament naar voren, maar ook in het Nieuwe. God is radicaal anders dan al het zichtbare. Hij is niet zondig en niet sterfelijk en daarom radicaal verschillend van mensen. Daarom geldt ook: ‘Niemand kan God zien en leven.’

–          De liefde van God komt vooral in het Nieuwe Testament naar voren, maar ook in het Oude. ‘Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.’ (Joh. 3:16) ‘God is liefde’ (1 Joh. 4:8, 16).

 

  1. Als de spanning in God dan zo centraal staat, hoe komt deze spanning dan tot rust?

Tussen Gods toorn en genade zit Gods berouw: Hij kan zich omkeren. Dat doet God in Jezus voor eens, en in de Geest steeds opnieuw.

 

 

  1. Welk aspect wordt in het Nieuwe Testament hier nog aan toegevoegd?

In het Nieuwe Testament wordt God in het bijzonder geopenbaard als de Vader van Jezus Christus. Dat begint al bij Jezus zelf, als Hij God aanspreekt als ‘Vader’ (Abba, Markus 14:36). Dit is een uitdrukking van kinderlijke intimiteit en vertrouwdheid, die in het toenmalige jodendom uniek was en typerend voor Jezus. Ook in het Johannes-evangelie spreekt Jezus vaak over God als ‘mijn Vader’ en daarmee geeft Hij dan hun nauwe verbondenheid aan. Paulus spreekt ook vaak over de ‘God en Vader van onze Here Jezus Christus’ (bijv. 2 Kor. 1:3).

 

  1. Is God alleen de Vader van Jezus Christus?

Nee. Jezus zelf leerde zijn volgelingen om God in het gebed aan te spreken als ‘(onze) Vader’ (Matth. 6:9). Christenen hebben die aanspraak van meet af aan overgenomen. De relatie tussen God en ons lijkt op die van een Vader tot zijn kinderen. Daarom kunnen de gelovigen ook ‘kinderen’ of ‘zonen’ van God worden genoemd. Toch staan de gelovigen in een andere relatie tot God als Jezus. Dat blijkt bijvoorbeeld als de opgestane Heer tegen Maria zegt: ‘Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader’. (Joh. 20:17, in plaats van: Ik vaar op naar onze Vader). God is ‘van nature’ de Vader van Jezus, en Jezus ‘van nature’ zijn Zoon. God is echter alleen ‘uit genade’ onze Vader, en alleen door het geloof in Jezus Christus zijn wij Gods kinderen.

 

  1. Is God de Vader van alle mensen?

Nee, want het woord Vader betekent niet: Schepper. God is wel de Schepper van alle mensen. Ook is Jezus voor alle mensen gestorven. God wordt echter onze Vader door de doop en het geloof. In de doop ‘neemt Hij ons tot Zijn kinderen aan.’ (klassiek formulier)

 

  1. Wat voegt Jezus toe aan de aanspraak: ‘Vader;?

Jezus leert ons bidden: “Onze Vader die in de hemelen zijt”. Daarmee laat Hij zien dat wij Gods vrijheid en heiligheid moeten eerbiedigen, ook als wij Hem Vader noemen. De hemel is Gods eigen domein.

 

  1. Wat blijkt daar uit?

Dat God ook in Christus de vrijheid behoudt om zich van ons af te wenden, ons te oordelen.

 

  1. Waar blijkt dat het sterkst?

Aan het kruis. Jezus heeft God Vader genoemd, maar kan dat zelf aan het kruis niet meer eenduidig. Aan de ene kant zegt Hij in groot vertrouwen: ‘Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest.’ Hij zegt echter ook: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?’ Daar kan Jezus God geen Vader meer noemen. De Vader is de kant van God die potentieel ook de na-ijverige, vergeldende en verborgene kan zijn.