Mahatma Gandhi (1869-1948)

Inventio

Mahatma Gandhi is niet alleen een van de geestelijke reuzen van de mensheid, maar ook iemand die als geen ander onbevreesd zijn geestelijke overtuigingen in indrukwekkende daden heeft omgezet. De kracht en diepte van zijn religieuze overtuiging bleek in het effect van zijn keuzes en daden.

Geboorte en jeugd (1869-1891)

Mohandas Karamchand Ghandi wordt geboren op 2 oktober 1869 in Porbanbar, aan de westkust van India. Zijn ouders waren Vaisnava-hindoes en hoorden bij de koopmanskaste van de Banias. Gandhi’s vader was een hoge ambtenaar.

Gandhi is een verlegen jongen en een middelmatige leerling. Op zijn 13e jaar trouwde hij met Kasturbai. Op de middelbare school mislukt zijn opleiding. Hij komt thuis te zitten.

Londen (1888-1891)

Dan kan Gandhi naar een oom in Londen, een advocaat, om rechten te studeren. Hij komt daar in 1888 in een gastgezin terecht. Hij moet een gentleman worden. Dit bevalt hem echter niet goed. Hij wil een eenvoudiger leven. Toch zet hij zijn studie door en slaagt voor zijn examens.

India (1891-1893)

Gandhi gaat na zijn examen terug naar huis. Zijn moeder is echter gestorven voordat Gandhi heeft kunnen terugkeren. Gandhi stopt zijn verdriet weg en probeert zich te richten op zijn toekomst als advocaat. Maar hij blijkt dadelijk een mislukking. Hij weet niets van de rechtspraak in de praktijk en niets van de Indiase wetgeving. Niemand peinst er over om hem een zaak in handen te geven.

Dan vindt een raadselachtige wending in zijn leven plaats. Gandhi zei hier later van dat dit door genade gebeurde.

Zuid-Afrika (1893-1914)

In 1893 biedt een islamitische firma een contract voor een jaar bij haar kantoor in Zuid-Afrika. Gandhi krijgt daar een lage administratieve baan en het betekende een ongewilde scheiding van Kasturbai, die hen onlangs een twee zoon had gebaard. Maar Gandhi doet het.

De situatie die hij aantreft, is allesbehalve wat hij ervan verwacht heeft. Maar zijn eerste zaak als advocaat wordt een groot succes. Ghandi beseft dat het de ware taak van de advocaat is beide partijen die uit elkaar gedreven zijn weer bijeen te brengen. Hij begint elk probleem te zien als een gelegenheid om zich dienstbaar te maken. Door persoonlijk gewin en prestige de rug toe te keren, wint hij het vertrouwen van zowel Indiase als blanke Zuid-Afrikanen. Binnen een jaar is hij een succesvol advocaat met een westerse levenstijl.

Voorlopig tevreden gesteld, keert Ghandi naar India terug om Kasturbai en hun twee zoontjes naar hun nieuwe thuis te halen. Met pijn en moeite passen zij zich aan om de westerse kleding en manieren over te nemen.

De onderdrukking van de Indiërs in Zuid Afrika maakt diepe indruk op Ghandi. Hij wordt meer en meer de ‘koelie-advocaat’ voor de 650.000 Indiërs die onder erbarmelijke toestanden in Zuid-Afrika moeten leven en werken. Hij leert er velen kennen en gaat zich steeds meer om hen bekommeren. Het ideaal van echte dienstbaarheid veroorzaakt snelle veranderingen in Ghandi’s leven. De materialistische Europese levenswijze valt weg als de dienstverlening aan de gemeenschap in de weg staat. Vooral in het begin is het pijnlijk om zijn genoegens op te geven ter wille van anderen. Maar de vrijheid die erop volgt, is een enorme stimulans. Overal begint Gandhi de mogelijkheid te zien om te kiezen tussen leven voor zichzelf of ter wille van anderen. Hij maakt tijd vrij om te werken als vrijwillig verpleger. Hij begint een weekblad. Hij verzorgt met een Indiaas ambulancekorps de gewonden uit de Boeren oorlog.

Ghandi wordt zo een aanstekelijk voorbeeld voor anderen en er ontstaat op het platteland een kleine gemeenschap (ashram) rondom hem. Hier komt een handjevol mensen wonen om deel te nemen aan zijn experimenten in de kunst van het leven. Gandhi begint de geschriften van alle godsdienst een te bestuderen en hun leer te toetsen aan zijn eigen ervaring. Hij zoekt naar een leidraad voor het leven. Uiteindelijk vindt hij die het meest in een van de spirituele bronnen uit zijn eigen land. Het is de Bhagavad Gita. Dit geschrift was altijd bij hem geweest. Ghandi kreeg een eerste indruk van de praktische waarde ervan toen hij in Engeland een vertaling las. Nu in Zuid Afrika begint het ook zijn handelingen te doordringen. De Bhagavad Gita wordt wat hij zijn ‘spirituele naslagwerk’ noemt, een praktische gids om hem in alles te helpen.

De blanke regering van Transvaal had een wetsontwerp ingediend om de Zuid-Afrikaanse Indiërs hun laatste burgerrechten te ontnemen. Als die wet zou worden aangenomen, zou dat het einde betekenen van de Indiase gemeenschap in Zuid Afrika. Op Ghandi’s voorstel verzamelt zich een grote menigte Indiërs in Johannesburg. De grote menigte is bereid tot het uiterste geweld, maar Ghandi wil iets anders. Hij wil zich consequent niet aan de wet houden, maar geen geweld gebruiken. De beweging breidt zich uit over heel Zuid Afrika. Wat Ghandi voorstaat is een volkomen nieuwe manier van strijden. In plaats van haat aan te wakkeren door haat en geweld door geweld, redeneert hij dat uitbuiting kan worden overwonnen door haat met liefde te beantwoorden. Tegelijk weigert hij krachtig en vastberaden toe te geven aan onderdrukking. In 1913 worden de discriminerende wetten grotendeels ingetrokken.

Drie kernbegrippen

Ghandi gaf aan zijn nieuwe manier van onrecht overwinnen en eigen naam: satyagraha (Sanskriet). Dit betekent: vasthouden aan de waarheid. Volgens Ghandi bestaat alleen de waarheid. De waarheid is God en het gaat er in je leven om steeds meer naar deze waarheid toe te groeien. Kwaad en onrecht kunnen alleen bestaan zolang wij ze steunen. Ze hebben geen eigen bestaan.

Nog een Sankriet-woord is belangrijk: ahimsa. Dit betekent geweldloosheid. Het houdt in dat de liefde altijd in iedereen aanwezig is en slechts aan het licht hoeft te worden gebracht. Onze ware aard is die van de liefde.

Het derde begrip is ‘aparigraha’. Dit betekent het niet bezitten van materiële goederen. Het houdt in dat je geestelijke rijkdom alleen kunt bereiken als je arm bent, en je aandacht niet moet besteden aan teveel bezit. Gandhi leefde hier zelf ook naar. Hij gaf al zijn rijkdom en luxe op.

Terug in India: strijd tegen het kastenstelsel

Ghandi keert in 1915 terug naar India. Het eerste dat Ghandi hij hier gaat doen, is de bevrijding van de lagere kasten stimuleren. Eeuwen lang waren miljoenen mensen in India door het kastenstelsel heel erg gediscrimineerd. Het woord dat men vroeger voor die mensen gebruikte betekent: zij die niet mogen worden aangeraakt. Alleen die naam gaf hen al een enorm gevoel van minderwaardigheid. Maar Ghandi neemt hen die minderwaardigheid in een klap af door hen een naam te geven die betekent: kinderen van God.

Gandhi voert door heel India campagnes. Hij weigert tempels te betreden waarvan de poorten eeuwenlang gesloten waren geweest voor de laagste kasten. Door heel India beginnen tempels hun deuren voor iedereen open te zetten.

Gandhi onderwees bovenal door zelf het voorbeeld te geven. Hij ging onder de laagste kasten wonen. Door zijn eigen voorbeeld stimuleerde hij hun om hun armoede en bijgeloof te boven te komen.

De vrijheidsstrijd

De armen hadden het meest te lijden onder de Britse overheersing en dus werd Gandhi uiteindelijk betrokken in de Indiase vrijheidsstrijd. Hij geloofde ook dat hij India zonder geweld zou kunnen bevrijden van de Britse overheersing. Maar dan moet het Indiase volk wel hem als leider aanvaarden en ook geen geweld gebruiken.

De Engelsen beloofden na de Eerste Wereldoorlog India meer onafhankelijkheid te geven, maar deden dit niet. Toen kwam Gandhi op het idee om non-coöperatiever op te treden. Het Amritsar-bloedbad (13 april 1919), waarin generaal Dyer honderden onschuldigen liet neerschieten, versterkte Gandhi verder in zijn plannen. Satyagraha bleek de enige oplossing te zijn voor de wreedheid van de Engelsen. De gevangenissen stroomden vol toen duizenden mensen op Gandhi’s advies alle medewerking met de Britse regering staakten: boycot van goederen, stakingen, massale protestacties, vasten-perioden. (1920-1922) Tenslotte werd ook Gandhi zelf opgepakt (1920). Zijn strafproces gaf hem de gelegenheid in het openbaar een vernietigende aanklacht tegen de Britse uitbuiting uit te spreken. Dit strafproces gaf hem ook wereldwijde bekendheid. Gandhi werd veroordeeld, maar 2 jaar later weer vrijgelaten.

Gandhi was de meest verwarrende tegenstander waarmee een land ooit te maken kreeg. Elke stap die hij ondernam was spontaan. Britse bestuurders waren verbijsterd en mateloos geërgerd door dit mannetje dat zich terugtrok als zij zouden aanvallen, en aanviel als zij zich zouden terugtrekken, en nog met de dag sterker scheen te worden ook. Niemand wist wat zijn volgende stap zou zijn, want zijn handelingen werden meestal pas op het laatste moment ingegeven door een diepe intuïtie.

Zout

Dat is nooit duidelijker gebleken dan in de zoutmars die plaatsvond vanaf 12 maart 1930. Deze bracht Gandhi en de strijd in India nog meer onder de aandacht van de hele wereld. Op 1 januari 1930, klokslag middernacht, hees de Indiase Congrespartij de vlag voor een nieuwe natie, om de strijd voor volledige onafhankelijkheid in te luiden.

Iedereen verwachtte van Gandhi een nieuw initiatief. De weken gingen echter voorbij. Geweld scheen steeds onvermijdelijker, maar Gandhi bleef zwijgen. De regering wachtte gespannen af. Zij had een wet uitgevaardigd die de Indiërs verbood hun eigen zout te winnen. Zo werden ze gedwongen zout van de Britten te kopen. Gandhi was van plan om met 78 van zijn vertrouwdste ashram-volgelingen een mars te houden naar het kustplaatsje Dandi, op ongeveer 400 kilometer afstand, waar het zout voor het grijpen lag in het zand. Als hij het signaal gaf, moest iedereen in India handelen alsof de zoutwet niet bestond.

Toen de bewuste dag van vertrek (12 maart 1930) aanbrak, stroomden de mensen naar Gandhi’s ashram. Gandhi was 61, maar hij was in vorm als nooit tevoren. Hij hield bij ieder dorp stil om de geweldloosheid te prediken. Tegen de tijd dat Gandhi in Dandi aankwam, was zijn geweldloze leger aangegroeid tot enige duizenden.

De hele nacht van hun aankomst baden Gandhi en zijn volgelingen om de kracht om het geweld te weerstaan waartoe zo’n enorme menigte makkelijk opgezweept kan worden. Toen de zon opkwam, liepen ze rustig naar het water. Gandhi bukte, en raapte als eerste een snufje zout van het zand.

De reactie volgde onmiddellijk. Langs de hele kust stroomden mensen naar zee om zout te verzamelen, dat tegen spotprijzen in de steden werd verkocht. De politie trad bruut op en arresteerde meer dan 6000 volgelingen van Gandhi. Toch heerste er een feeststemming onder de hele bevolking. Men wist dat men de boeien van zich afgeschud had.

Uiteindelijk werd ook Gandhi gearresteerd. Maar ook in deze gevangenschap bleef hij een voorbeeld voor anderen. Voor hem was gevangenschap geen ontbering meer. Hij was al zo vaak gevangen gezet. Hij was zo onthecht aan zijn stoffelijke omgeving, dat gevangenschap zijn werk niet verstoorde. Hij begon elke dag met meditatie en gebed, waaruit hij zijn kracht putte. Hij las de Bijbel, de Koran, en natuurlijk de Bhagavad Gita. Uit de Bijbel sprak met name de Bergrede van Jezus hem aan, omdat Jezus hier eveneens een radicale geweldloosheid predikt. Naast deze godsdienstige geschriften kende Gandhi ook het werk van L. Tolstoi en H.D. Thoreau.

Er was arbeid te over en er waren in de gevangenis genoeg vijanden om tot vrienden te maken. Elke dag in de gevangenis leverde meer bekeerlingen op voor geweldloosheid en onafhankelijkheid.

Londen

Naarmate de Britse onderdrukking toenam, begon het Britse volk te begrijpen dat het ook zichzelf schade berokkende door dit onrecht. Juist doordat Gandhi en de zijnen geen geweld gebruikten, maar respect bleven tonen voor het Britse volk, stapelden zij als het ware vurige kolen op hun hoofden waardoor zij zelf hun fouten gingen inzien. De Engelsen besloten toen in 1931 een conferentie over India te houden. Gandhi werd ook uitgenodigd. Hij zocht een onderkomen in één van de armste wijken van Londen. Met zijn vriendelijkheid en humor maakte hij zich zeer geliefd bij de Britten. Hij bezocht Lancashire. Daar stond een belangrijke katoenfabriek. De Indiërs verbouwden deze katoen, moesten ze dan verkopen aan de Engelsen, die er in Lancashire kleding van maakten, die weer heel duur verkocht werd aan de Indiërs. Gandhi had er nu voor gezorgd dat de Indiërs hun kleding weer zelf maakten, en boycotte zo de Engelse katoen. Daardoor waren er wel veel werklozen in Lancashire ontstaan. Gandhi legde hen echter uit dat de Indiërs het nog veel slechter hadden. Toen hij uitgesproken was, juichten de mensen hem toe, hoewel hij hun werkloosheid veroorzaakt had.

De laatste jaren in India.

Gandhi keerde weer terug naar India, waar hij de laatste jaren van zijn leven doorbracht. Hij moest deze jaren nog veel strijd doormaken. Vlak voor de onafhankelijkheid waren hindoes en islamieten in een burgeroorlog verwikkeld. De regering stond volkomen machteloos tegenover de dagelijkse bloedbaden. Omdat Gandhi leerde dat alle godsdiensten een broederschap vormen en ook zo leefde, werd hij zowel door hindoes als door moslims gehaat.

Gandhi vond dit heel erg. Hoewel hij al ver in de zeventig was, ging hij regelrecht op het geweld af en trok door dorpen als een eenmans-vredesmacht. Hij bracht zijn leer in de praktijk: liefde en respect voor alle mensen, en volledig vertrouwen in eigen kunnen. Voor Gandhi was dit de vuurproef voor zijn ahimsa-leer.

Zijn dood

Op 15 augustus 1947 werd Voor-Indië (zoals het land toen genoemd werd) zelfstandig, maar tegelijk ontstond – tegen de wil van Gandhi – het onafhankelijke islamitische Pakistan. Daarop braken geweldplegingen tussen hindoes en moslims uit. Gandhi kon dit tijdelijk stoppen door in hongerstaking te gaan. Hij pleitte er tegelijk voor om een deel van staatskas van India aan Pakistan te schenken. Dit zette kwaad bloed bij de hindoenationalisten.

Enkele maanden na de onafhankelijkheid van India speelde de slottragedie zich af. Het was 30 januari 1948. Gandhi was in New Delhi en zette zich iedere minuut in voor een laatste poging om eenheid te brengen onder hindoes en moslims. Toen het tijd werd voor de gebedssamenkomst, liep hij er kwiek naartoe, ondersteund door twee meisjes van de ashram. De mensen waren in dichte drommen gekomen om hem te horen spreken. Toen hij door de menigte naar het podium liep, hield Gandhi bij wijze van groet zijn handen tegen elkaar gedrukt voor zijn borst.

Op dat moment kwam er een door haat verblinde jongeman, een hindoe, voor hem staan, groette hem op dezelfde manier, en schoot hem toen van vlakbij recht in zijn hart. Zo groot was de liefde van Gandhi, dat er, terwijl hij neerviel, niets anders over zijn lippen kwam dan: ‘Rama, rama, rama’. Dat betekent: ik vergeef je, ik heb je lief, ik zegen je.

Besluit

Gandhi’s leven is zijn boodschap. Hij maakte zichzelf tot de kracht van de geweldloosheid. Het volk van India gaf Gandhi de erenaam ‘Mahatma’, dat betekent: grote ziel, of: grote geest. Wie zich in Gandhi verdiept, begint vanzelf na te denken over onze manier van omgaan met anderen, over ons geweld en onze luxe. Zo kunnen wij geïnspireerd worden om op onze manier geweldloos en zonder gehechtheid aan de stof te leven.

Bronnen

Primair:

Bhagavad Gita

Gandhi, De kracht van geweldloosheid. Een keuze uit de geschriften van Mahatma Gandhi, 1997

Gandhi, ‘Waarom ik een hindoe ben’, in: Filosofie 4, De twintigste eeuw, Company of Books 2005, 508-514.

Secundair:

Gandhi (DVD, regisseur David Attenborough, 1982)

Mike Nicholson, Mahatma Gandhi. Vrijheidsstrijder zonder geweld, 1997

Roland Holst, Gandhi, 1948

Buskes, In het land van Gandhi en Nehru, 1951

Wolff, Gandhi en Christus, 1957

(1993)