Rooms-katholieke mis

Rooms-katholieke mis

Openingsriten

Binnenkomst van de priester. De mensen gaan staan, uit eerbied voor degene die hij door zijn wijding uiteindelijk vertegenwoordigt en symboliseert, namelijk Christus.

Begroeting van het altaar en de gemeente. Officiële begroeting in de naam van God. De priester zegt: “In de Naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige Geest.” De gemeente antwoord: “Amen.”

Priester: ‘De genade van onze Here Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u.”

Gemeente: En met uw geest.

Schuldbelijdenis. Belijdenis aan God van persoonlijke, menselijke zwakheden, fouten en onvolmaaktheden en een bewust zich op God richten als liefdevolle en barmhartige. De gemeente bidt dit samen met de priester, van een op een liturgie afgedrukte tekst. Ook wordt Maria, de engelen, alle heiligen en elkaar gebeden om voorbede bij God. Het gebed wordt afgesloten met de bede om vergeving door de priester.

Het Kyrie. De gemeente zingt/zegt: “Kyrië eleison, Christe eleison, Kyrië eleison” (Heer ontferm u, Christus ontferm u, Heer ontferm u). Dit is een al eeuwenoud gebed om ontferming, een eerbiedig begroeten van Christus.

Het Gloria. Een lofzang, gezongen of gesproken. Wordt niet gebeden of gezongen in de Advent, Veertigdagentijd en een dodenmis.

Openingsgebed. De priester bidt het openingsgebed, eventueel voorafgegaan door een ogenblik stilte om eenieder de gelegenheid te geven voor zichzelf te bidden. De priester bidt in principe geen eigen woorden, maar voorgeschreven woorden. Voor elke zon- en feestdag staat er een gebed in zijn gebedenboek. De gemeente antwoordt met ‘Amen’. Na het openingsgebed gaan de mensen weer zitten (tot hiertoe hebben ze steeds gestaan) om te luisteren naar de lezingen.

Woorddienst

De lezingen worden, na plechtige overhandiging van de boeken door de lector (dus niet door de priester) gelezen:

Eerste lezing uit het Oude Testament (volgens een rooster). De lezing eindigt met “Woord van de levende God.” De gemeente antwoordt met: “Wij danken God.”

Tussenzang. Van oudsher is dit een Psalm, in wisselzang tussen cantor/cantorij en gemeente gezongen.

Tweede lezing uit de Handelingen of de Brieven van de apostelen. Antwoord net als bij de eerste lezing.

Hierna staat men op voor het Halleluja. Cantor en gemeente zingen ‘halleluja’ als roep van blijdschap over het evangelie dat nu gaat klinken. Na dit halleluja zingt de cantor een centraal vers uit het evangelie, en dan volgt weer het halleluja van de gemeente.

Evangelielezing. Deze wordt niet gelezen door de lector, maar door de diaken of als er geen diaken aanwezig is, door de priester. De Evangelielezingen wisselen jaarlijks volgens het ABC-schema: in een A-jaar wordt voornamelijk gelezen uit het Evangelie volgens Matteüs, in een B-jaar uit Marcus en in een C-jaar Lucas. Het Evangelie volgens Johannes wordt vooral rond de paasdagen gelezen. De rode draad door de twee of drie lezingen is de ‘verkondiging van Christus’: vanuit het Oude Testament als profetie en vanuit de Evangeliegedeelten als vervulling van de belofte.

Voorafgaand aan de evangelielezing zegt de diaken/priester: De Heer zij met u. Gemeente: En met uw geest.

Priester/diaken: uit het heilig evangelie naar … Markus/Mattheüs…

Gemeente: Eere zij u, Heer.

Aan het einde roept de priester/diaken: Het evangelie van onze Heere Jezus Christus.

Gemeente: Lof zij u, Christus.

Na het Evangelie gaan de mensen zitten om te luisteren naar de preek.

Preek. Dit is een toelichting die de priester of diaken geeft op de lezingen. De preek duurt niet meer dan tien minuten meestal.

Geloofsbelijdenis. De geloofsbelijdenis (onder de formulering van de Geloofsbelijdenis van Nicea of de belijdenis van de Apostelen) wordt rechtstaand opgezegd of gezongen.

Voorbeden. De lector leest een aantal beden voor kerk en wereld. Deze worden eventueel onderbroken met gezongen “Heer, onze God” (priester) – “Wij bidden U, verhoor ons” (gemeente). Daarna bidt eenieder eventueel nog een ogenblik in stilte voor zijn eigen intenties. De priester bidt daarna een afsluitend gebed.

Eucharistie

In de Eucharistieviering -die de priester dagelijks geacht wordt op te dragen- gaat het om dienstbaarheid en offer. Brood en Wijn zijn hierin tekenen van de bereidheid zichzelf te geven, in navolging van en in verbinding met de zelfgave van Jezus aan het kruis. De priester en de gelovigen die dat willen gaan ter Communie, dat wil zeggen ‘ontvangen Christus onder de gedaante van brood (en wijn)’. “Door de consecratie geschiedt de transsubstantiatie van het brood en de wijn in het Lichaam en het Bloed van Christus. Onder de geconsacreerde gedaanten van brood en wijn is de levende en verheerlijkte Christus zelf aanwezig op waarachtige, werkelijke en wezenlijke wijze, Zijn lichaam en Zijn bloed, met Zijn ziel en Zijn godheid.”

Inzameling van de Gaven. De gemeente geeft geld voor de noden van de wereld en de instandhouding van de parochie.

Bereiding van de gaven. De misdienaars brengen de gaven van brood en wijn naar het altaar. De priester neemt ze aan en spreekt fluisterend de gebeden, waarin hij God voor de gaven dankt. Aan de witte (!) wijn wordt een beetje water toegevoegd. Daarbij spreekt de priester een gebed uit dat de deelname aan de godheid van Christus prijst. Allen zitten.

Handenwassing.

Gebed over de gaven, ingeleid met de woorden:

Priester: Bid, broeders en zusters, dat mijn en uw offer voor God, de almachtige vader, welgevallig zij.

Gemeente: De Heer neme het offer aan uit uw handen ten lof en roem van zijn naam, tot zegen voor ons en zijn gehele heilige kerk.

Priester: laat ons bidden. […]

Allen: Amen.

Eucharistisch gebed. Hierbij gaan allen weer staan.

Priester: De Heer zij met u.

Gemeente: En met uw geest.

Priester: Verhef de harten (tot God)

Gemeente: Wij hebben ons hart bij de Heer.

Priester: Laten wij de Heer, onze God danken.

Gemeente: Dat is waardig en juist.

Dan zingt of spreekt de priester het inleidende lofgebed.

Sanctus. In dit gezang prijst de gemeente God de Vader. “Heilig, heilig, heilig, is de Heer, onze God”.

Benedictus. In dit gezang zingt de gemeente: ‘Hosanna! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer.”

Dan knielen allen.

Epiklese. In dit gebed gedenkt de priester de heilsdaden van God en bidt om de heiliging van de gaven, de neerdaling van de heilige Geest, opdat de gaven door het werken van de heilige Geest veranderd worden in het lichaam en bloed van Christus. De misdienaars laten een belletje rinkelen, ten teken dat nu de transsubstantiatie plaatsvindt.

Canon: De priester spreekt de instellingswoorden, zoals Jezus ze bij het laatste Avondmaal gesproken heeft.

Offergebed. De priester spreekt de woorden over het brood, heft het geconsacreerde brood omhoog en legt ze terug op het altaar. Met een kniebuiging groet hij Christus, die in het brood aanwezig is. Hij spreekt de woorden over de wijnkelk uit en heft deze omhoog. Met een kniebuiging groet hij opnieuw Christus, die in de wijn aanwezig is.

Priester: het geheimenis van het geloof.

Gemeente: Uw dood, Heer, verkondigen wij en uw opstanding prijzen wij, tot u komt in heerlijkheid.

Gebeden. In deze gebeden worden de heilsdaden van Christus herdacht en de gestorvenen herdacht en wordt gebeden voor de paus, de bisschoppen en de priesters.

Slotdoxologie. De priester heft de kelk en de schaal met hosties omhoog en zegt: ‘Door Hem (Christus) en met Hem en in Hem is u, God, almachtige Vader, in de eenheid van de heilige Geest alle heerlijkheid en eer nu en in eeuwigheid. Amen.

Allen gaan staan.

Onze Vader. Priester en gemeente bidden samen het Onze Vader.

Vredesgroet. De priester spreekt het vredesgebed, dat eindigt met: ‘De vrede van Heer zij voor altijd met u.’ Gemeente: ‘En met uw geest.’

Priester: Geef elkaar nu een hand ten teken van vrede en verzoening.

Agnus Dei. De gemeente zingt: “Lam van God, dat de zonde der wereld wegdraagt, erbarm u over ons.”

Broodbreking. Tijdens het Agnus Dei breekt de priester het brood.

Allen knielen.

De priester maakt een kniebuiging, heft dan de hostie omhoog, en zegt: “Ziet het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegdraagt.” Gemeente: “Heer, ik ben niet waard, dat u onder mijn dak komt, maar spreek slechts één woord, en mijn ziel wordt gezond.”

 

Communie. Eerst van geestelijken, die het daarna uitdelen aan de gelovigen. Kinderen, die het sacrament van de heilige communie nog niet hebben ontvangen, worden met een kruisteken op het voorhoofd gezegend. Wie niet de communie ontvangen mag, legt zijn rechterhand op zijn linkerschouder en ontvangt het kruisteken.

Slotgebed. De priester spreekt een kort slotgebed uit.

Slotritus

Zegen.

Priester: De Heer zij met u.

Gemeente: En met uw geest.

Priester: Zegene u de almachtige God, Vader, Zoon en heilige Geest.

Gemeente: Amen.

Heenzending.

Priester: Gaat allen heen in vrede.

Gemeente: Wij danken God.