Adam’s Apples (Zalig de naïevelingen)

I.

 

“Adam’s Apples” is een film uit het jaar 2000 van de Deense regisseur Anders Thomas Jensen. Hij beweegt zich in de zeer boeiende scandinavische filmtraditie van regisseurs als Carl Theodor Dreyer, Ingmar Bergman en Lars von Trier. De hoofdpersonen van deze film zijn Adam en Ivan. Ivan is een predikant, die van zijn gemeente een plek gemaakt heeft waar gevangenen het laatste deel van hun straf mogen uitzitten. Adam is een neonazi die bij Ivan terechtkomt. Ook dief, alcoholist en verkrachter Gunnar, politiek terrorist en allochtoon Khalid en de labiele Sarah zijn in de parochie te vinden. Adam heeft duidelijk geen zin in dit verplichte slot van zijn straf. Hij ziet er het nut niet van in en kijkt neer op de andere cliënten. Op de vraag welke opdracht hij in zijn straftijd wil uitvoeren, antwoordt hij sarcastisch: ‘een taart bakken’. Ivan neemt het echter serieus op, en ze spreken af dat Adam een appeltaart zal bakken. Er staat een appelboom in de tuin bij de kerk. Adam zal de boom bewaken, en als de appels rijp zijn ze plukken, en er een taart van bakken. Dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan. De kraaien komen van de appels eten, de wormen komen er in, en ten slotte slaat de bliksem in de boom. Hetzelfde onweer slaat in de oven, nadat Adam daar eerder al zijn hand aan brandde. Kortom: alle elementen verzetten zich ertegen, dat Adam zijn opdracht kan vervullen. Dominee Ivan ziet dit alles als het werk van de Satan. Hij reageert erop door de werkelijkheid van het kwaad te ontkennen. God staat daarbij aan zijn zijde, zo meent hij. Aan het begin van de film zegt Ivan al: “Slechte mensen bestaan niet. Wij geloven er niet in.” Als hij de afbeelding van Hitler ziet op Adams kamer, zegt hij: “O, wat een knappe man. Is dat je vader?” Hij ontkent dat Khalid, Gunnar en Adam geen van drieën veranderen door hun verblijf in de parochie. Hij verdringt het kwaad dat hem in zijn jeugd is aangedaan en het kwaad dat hem later overkomen is.

Als Adam achter dit alles komt, confronteert hij Ivan op een onontkoombare manier met de werkelijkheid. Op dat moment begint Ivan te bloeden uit zijn oor. Hij kan de werkelijkheid niet aan, zo lijkt de boodschap. De echte werkelijkheid, dat is de werkelijkheid die Adam ziet; de cynicus heeft gelijk. Als er al een God is, dan is ook die tégen de mens gekant. Dat is wat Adam Ivan uiteindelijk voorhoudt. De Bijbel die op Adams kamer ligt, valt steeds open bij Job 1, het hoofdstuk waar Gód Job op de proef stelt door de Satan toe te staan alles van Job af te nemen. Volgens Adam is dit de laatste realiteit: God haat de mens. Cynisme is wat rest.

Als Ivan zo met de werkelijkheid geconfronteerd is, lijkt hij het bijltje erbij neer te leggen. Deze confrontatie is zijn Gethsemane. Daarna wordt Ivan steeds meer een Christusfiguur. Hij heeft een hersentumor en weet net als Jezus dat hij gaat sterven, en kondigt dit aan zijn discipelen – Adam, Gunnar, Khalid en Sarah – aan. De groep dreigt uiteen te vallen. Als Ivan even later Khalid probeert te beschermen tegen een groepje neonazi’s, laat hij het leven.

Tot zover zou je kunnen denken dat het cynisme wint. Maar dan draait de film om. Ik zal niet alles vertellen, maar dat Ivan een type van Christus en is Adam behalve een verwijzing naar de eerste Adam ook een verwijzing naar Petrus inhoudt, wordt voluit duidelijk. Uiteindelijk werkt zelfs het kwade werkt mede ten goede.

II

 

Volgens de omslag van de DVD wordt in deze film “het saaie imago van Denemarken op absurde en vaak grove wijze te kijk gezet.” Dat lijkt me een zeer oppervlakkige lezing van de film. De film is vooral een confrontatie tussen geloof en cynisme en stelt daarmee de vraag: hoe kijk je zelf tegen de werkelijkheid aan? Adam verbeeldt de cynische kijk, Ivan de gelovige. Maar dit geloof wordt dan als zeer naïef neergezet. Het spreekt de feiten voortdurend tegen. Het kan de confrontatie met de feiten ook nauwelijks aan. En toch zal het overwinnen.

Adam is hier – de naam zegt het al – een type van de bijbelse Adam. Waar de bijbelse beproefd werd door níet van een boom te mogen eten – de traditionele verbeelding zegt: een appelboom – daar wordt deze Adam beproefd door van een boom te moeten eten, maar het lijkt niet te gaan lukken. Ivan daarentegen is type van Christus. Diens geloof wordt als zeer naïef neergezet; het negeert de werkelijkheid domweg, met als enige reden dat het “God aan zijn kant heeft”. En inderdaad, als Jezus zegt: “Sta op en wandel” en “Je zonden zijn je vergeven”, negeert hij dan niet op een heel naïeve en tegelijk principiële wijze de ons gegeven werkelijkheid?

Deze film stelt zo de vraag hoe wij naar de werkelijkheid kijken. Het cynisme wordt daarbij niet alleen vertolkt door Adam, maar ook door de dokter in het ziekenhuis, die een belangrijke bijrol heeft. Deze heeft geleerd “alleen de feiten onder ogen te zien, en te benoemen”. Maar uiteindelijk moet hij het veld ruimen. Dat stelt de vraag of de sciëntistische zienswijze alle ruimte in onze wereld innemen mag.

“Adam’s Apples” is een eigenzinnige, bizarre, zwarte komedie die aan het denken zet over geloof en hoop. Geloof en hoop als een volhardend ánders kijken naar de dingen, tot in het absurde toe, komen in deze film zeer sterk naar voren. In die zin doet de film denken aan de beroemde film “Das Wort” van Carl Theodor Dreyer, de film die gebaseerd is op het gelijknamige toneelstuk van de Deense dominee uit de oorlogstijd, Kaj Munk.

De momenten dat Adam en Ivan in de auto zitten, zet Ivan steeds hetzelfde liedje op: “How Deep Is Your Love?” van de Bee Gees. Daar eindigt de film ook mee. Het is de vraag die de film aan de kijker stelt, en die blijft hangen: hoe diep gaat jouw liefde? Hoe diep ben je bereid de “werkelijkheid” te negeren? In het liedje wordt dit niet geloof of hoop genoemd, maar liefde. De kracht van waaruit Ivan de werkelijkheid van het kwaad in zichzelf en om hem heen ontkent, is de kracht van de liefde. Die liefde is voor ons, cynisch geworden mensen van de eenentwintigste eeuw, uiterst naïef, maar zal toch winnen. Het is de naïeviteit van de God van de Bijbel, de God van Job 1, die op de suggestie van de Satan niet kan geloven dat de mens, Job, hem echt zal vervloeken. Adam en Ivan zullen elkaar blijven vinden.

III.

Ik heb deze film gekeken op een avond van de Hervormde wijkgemeente die ik dienen mag. Er kwamen zo’n 25 mensen op af, in leeftijd variërend van 18 tot 65 jaar. Sommigen konden niks met deze film beginnen. Een heel geslaagde avond.

Willem Maarten Dekker

.