Het gaat niet om ons geloof (Ad van Nieuwpoort, ND, 12 nov 2015)

Laat de synode van de Protestantse Kerk, die donderdag vergadert, zich niet verslikken in het idee dat het in de kerk zou gaan om ons geloof. Het enige waarin de kerk het verschil kan maken is het verhaal van Mozes en van Jezus. Laat ze vooral daarin investeren. Niemand zit op ons geloof te wachten.

De Protestantse Kerk (PKN) heeft een dapper rapport gelanceerd. Een verademing is het dat men het aandurft terug te gaan naar de basisvragen. Er wordt een pleidooi gedaan voor een sandalenmentaliteit. ‘Back to basics’ noemen ze dat. Maar wat betekent dat eigenlijk? De opstellers van het rapport kijken de tijdgeest dapper aan; ze beschrijven in eenvoudige, begrijpelijke woorden de veranderingen in de samenleving. Maar dan? Wat heeft de kerk dan aan onze tijd en onze samenleving te bieden? Wat zijn de ‘basics’ waarop we kunnen terugvallen?

Natuurlijk verwacht ik dan geen theologisch betoog. En ik begrijp ook dat die ‘basics’ nog niet zo eenvoudig te formuleren zijn als je iets op wilt schrijven voor een kerk van Noord-Holland tot aan de biblebelt. Toch leggen de schrijvers van het rapport een heel duidelijk accent: volgens hen gaat het in de kerk om ‘geloof’.

club van gelovigen

Ook op de website van de PKN is dat het eerste en belangrijkste tabblad. Daarna volgt: ‘Actief in de kerk’, ‘Over ons’ en ‘Steun ons’. De kerk is dus een plaats voor ons geloof. Daar kun je terecht voor vragen over geloof, daar mag je ‘geloven’, midden in een samenleving die heel veel andere geloven kent. Dat lijkt logisch. Maar wordt de kerk dan niet al snel een club van gelovigen, van eensgezinden, een ‘gezindte’? De kerk hangt dan immers af van onze subjectieve keuze, onze mening, ons ‘geloof’. De rooms-katholieke theoloog Erik Borgman zei afgelopen dagen in een interview precies het tegenovergestelde: ‘De kerk is al iets voordat de gelovigen iets gedaan hebben. Het geloof kan niet zijn eigen grondslag zijn. Als de kerk dat niet meer begrijpt, blijft ze proberen zichzelf uit het moeras te trekken.’ Borgman lijkt wel meer protestant dan dit rapport van de PKN. In dat rapport wordt juist alle nadruk gelegd op ‘believe, belong, behave’: een mens wil geloven, hij wil ergens bijhoren en hij wil ‘goed leven’.

triviale trits

 Met name door deze nogal triviale sociologische trits ‘believe, belong and behave’ verraadt zich een heel sterke concentratie op wat ‘de gelovigen’ zouden willen en moeten. De Bijbel wordt in een alinea wel genoemd als bron en norm, maar speelt in dit rapport niet echt de rol die hij krijgt toegedicht. Als het nu gaat om wat de kerk de wereld te bieden heeft, dan gaat het toch in de eerste plaats om het getuigenis van profeten en apostelen en toch niet om ‘ons’ geloof? Ik merk juist in toenemende mate dat de vraag naar dat verhaal van Mozes en Jezus groeit. Denk alleen al aan de bestseller De Bijbel voor ongelovigen, aan veel bezochte theatervoorstellingen over Genesis en succesvolle bijbeltafels in kroegen. Zou de ‘sandalenkerk’ niet dáár op moeten inzetten in plaats van op het ‘geloof’ van de gelovigen? Dat veelkleurige verhaal (en dan heb ik het niet alleen over het Nieuwe Testament) zou ons nog wel eens een verrassende richting kunnen wijzen in het zoeken naar de betekenis van de kerk. In dat verhaal gaat het er immers voortdurend over dat wij het met ons geloof helemaal niet redden, maar dat er iemand anders is die in ons gelooft.

leren, vieren en dienen

Ik zou dan ook als kernbegrippen niet kiezen voor ‘believing, belonging en behaving’ maar voor: leren, vieren en dienen. Daarin gaat het immers in de eerste plaats over het verhaal dat ons samenbrengt en ons elke keer weer tot geloof moet brengen.

Waar een Woord is is een weg, heet het PKN-rapport. Men had geen betere titel kunnen bedenken. Maar laten we dan eerst en vooral de kerk begrijpen als een gemeente rondom dat Woord. De kerk is allereerst een plaats om ontvankelijk te worden. Te horen naar iets anders dan wat ik geloof, of waar ik bij zou willen horen of wat ik wil doen. Niet ons geloof gaat voorop, maar het Woord van de God van Mozes en Jezus. De kerk doet zichzelf onrecht als zij haar predikanten bemiddelaars laat zijn in levens- en geloofsvragen of in het uitzenden van boodschappen. Juist in de netwerksamenleving die het rapport zo precies beschrijft, kan de kerk niet met minder aankomen dan met voorgangers die hun weg weten in dat Woord, en in twintig eeuwen traditie. Niet alleen als ‘gelovige’ maar ook als deskundige. Dat betekent dus ook een flinke investering in je predikantenopleiding waar weer degelijk de grondtalen worden geleerd en men nieuwe wegen zoekt in de theologische exegese. Goede communicatieve theologen hebben we nodig, die midden in onze huidige cultuur staan; deze ook van binnenuit kennen en die als gesprekspartners een rol kunnen spelen in het publieke debat dat schreeuwt om verdieping. We hebben kritisch opgeleide mensen nodig met een verhaal dat er toe doet. Het ontbreekt ten enenmale in dit rapport. En dat is een gemiste kans.

Erik Borgman

Ik hoop dat in de bespreking van dit rapport ook naar mensen als Erik Borgman wordt geluisterd. Het gaat niet om ons geloof. Daar zit de wereld ook helemaal niet op te wachten. Het gaat om die gave die ons is geschonken. Die spreekt, zelfs als wij zwijgen. Een kerk op sandalen? Ik teken ervoor. Maar dan ook wel als een bedelaar bij het verhaal van Mozes en Jezus.