Kerk zijn is kwestie van lange adem (dagblad Trouw, 17 okt 2015)

De nieuwste plannen van de Protestantse Kerk rieken naar paniekvoetbal, vindt Willem Maarten Dekker. Blijf een beetje theologisch denken.

Het kan verkeren in de kerk. In 2004, bij het ontstaan van de Protestantse Kerk in Nederland verkeerde deze in een soort pseudo-religieuze grootheidswaan. Er werd een enorm landelijk dienstencentrum aangeschaft, en ook in de regio’s verschenen dienstencentra.

Er heerste een stemming als zou Nederland opnieuw gekerstend worden. Ook de nieuwe kerkorde ademt die sfeer, met vooral een heel hoog opgeven van de classes (regionale vergaderingen), die een soort voorhoede van het Godsrijk zouden worden. Eindelijk tijd voor wezenlijke zaken en weer samen getuigen. Wie kon het nu nog in zijn hoofd halen het Evangelie af te wijzen?

Krimp
Deze extase heeft niet zo lang geduurd. Terwijl de verf nog nat was, werden de dienstencentra alweer doorverkocht. Iedereen kon constateren dat als de classis de voorhoede van het Godsrijk moest zijn, het er met God en zijn rijk niet best voor staat. Het viel velen zwaar om de nieuwe afdeling ‘missionair werk en kerkgroei’ serieus te nemen. Nu is alles anders. De vervoering van toen is ineens omgeslagen in paniek. De kerk blijft krimpen! Het roer moet om! “Nu is het moment!”

Paniek leidt tot paniekvoetbal. Tot de hoop met één ferme trap toch nog het winnende doelpunt te kunnen scoren. Zo lees ik de nieuwste plannen van de Protestantse Kerk, ‘kerk 2025’, die ondersteund worden met een brief van enkele predikanten en een handtekeningenactie. Mij treft vooral de sfeer in deze teksten.

Dat is een sfeer die doet denken aan kinderbijbels van het meest romantische soort. Van een lieve Here Jezus in een landschap vol pasteltinten, met volgelingen om zich heen die hem met trouwe hondenogen aankijken. De stukken ademen de sfeer: als we nu maar weer een Jezus-beweging worden, samen achter Jezus aan, dan komt alles weer goed.

Optimisme
Er is echter geen truc om de kerk weer uit het slop te trekken. Roger Scruton spreekt over het ‘gewetenloze optimisme’ van onze cultuur en haar ‘drogreden van het beste geval’. Dit optimisme gokt in een crisis op één grote oplossing waardoor alles wordt rechtgezet. Het houdt geen rekening met negatieve effecten of menselijke zwakheden. Het heeft iets van de ideologie die denkers als Badiou nog steeds prediken: schaf het kapitalisme af en de heilsstaat is nabij!

Deze drogreden van het beste geval bedreigt ook de kerk. Sommigen gokten in de jaren ’60 op de oecumene. Als we maar weer één zijn, dan zijn alle problemen voorbij. Zo gokt de Protestantse Kerk nu op de hervorming van kerkelijke structuren. Als we de vergadercultuur maar afschaffen, de bisschop invoeren, en nog een paar trucjes uithalen, “voorwaar, ik zeg u, het Koninkrijk Gods is nabijgekomen!

Hier wordt de ene naïeviteit ingewisseld voor de andere. Er was in 2004 geen reden voor naïeve extase. Er is nu geen reden voor paniek, noch voor het omarmen van de drogreden van het beste geval. Al deze naïviteit houdt geen rekening met wie de mens is. Juist de kerk zou de mens – inclusief zichzelf – beter moeten kennen. De kerk heeft alle eeuwen door maar met één probleem en één concurrent te maken gehad, en dat is het ongeloof. Dat ongeloof heeft zij altijd proberen te overwinnen door het Woord. Dat is het enige dat de kerk te doen heeft, en dit pogen is het enige dat haar bestaan rechtvaardigt.

Naïeve gedachte
Ik wil de plannen graag positief lezen. Dan lees ik ze zo, dat voor die roeping van de kerk ruimte gezocht wordt. Inderdaad, die wordt soms belemmerd door kerkelijke structuren. Er wordt te veel vergaderd en veel kerkelijke organen kunnen worden afgeschaft zonder dat de heilige Geest er wakker van zal liggen. Maar laat die nuchterheid niet gepaard gaan met de naïeve gedachte, dat “nu het moment” is om ons “te laten zenden door de Geest”. Dat is een spiritualisme waar de kerk altijd van gegruwd heeft.

De Geest is al uitgestort op het Pinksterfeest, alle vorige generaties hebben zich door die Geest laten inschakelen, de Geest heeft nogal krachtig gewerkt door middel van het nu verafschuwde ‘instituut’, en als dat instituut er niet meer is, zal het voor de Geest niet bepaald makkelijker worden om de wereld te bereiken. Want haar probleem blijft hetzelfde: de mens verandert niet. Dat is de zegen van het realisme die het nut van het pessimisme baart.

Kerk zijn is een kwestie van lange adem. De kerk leeft van het vertrouwen dat God die lange adem heeft. Dus beste Plaisier, beste dominees, beste Protestantse Kerk: blijf een beetje theologisch denken, niet vanuit “nu is het moment” voor dit of dat, maar vanuit God die de tijd heeft. Dat ontspant. Blijf gewoon je werk doen. Voor predikanten betekent dat: verkondig het Woord. Voor ambtsdragers: geef bezonnen leiding. Voor de gemeente: oefen je in geloof, hoop en liefde. Voor beleidsmakers: vraag je af of je functie wel nodig is.

Willem Maarten Dekker: theoloog en predikant binnen de Protestantse Kerk