Toekomstnota PKN blijft onder de maat (H.J. Prosman, ND 17 okt 2015)

De probleemanalyse in het rapport Kerk 2025 is onder de maat. En dan deugen de gekozen oplossingen waarschijnlijk ook niet.

In de journalistiek wordt vaak gesproken over factchecken. Voor de hand liggende opvattingen die circuleren in de media en de politiek, worden eens nuchter tegen het licht gehouden. Het rapport Kerk 2025, dat een maatregelenpakket voorlegt aan de synode van de PKN, kan een dergelijke factcheck wel gebruiken. Vooral in de probleemanalyse is het rapport onder de maat.

De grote vooronderstelling van het rapport is dat de nood van de PKN vooral haar bureaucratische karakter is. ‘Het lijkt alsof we gevangen zijn geraakt in onze eigen kerkcultuur’, schrijft scriba Arjan Plaisier, ‘we stralen voor velen uit een besturenkerk te zijn.’

De redeneertrant van het rapport is vervolgens dat bestuurlijke verlichting energie zal vrijmaken op het grondvlak. Het is een wat willekeurige probleemschets, die een sfeer oproept van muisgrijze predikanten en ouderlingen die vanwege hun bestuurstaken niet aan het gemeentewerk toekomen.

Of het waar is, en of dit nu inderdaad het dominante beeld van de kerk is dat bij ‘velen’ overheerst? We moeten het maar aannemen.

volkskerk

Een tweede vooronderstelling is dat de kerk nog te veel vasthoudt aan de volkskerkgedachte. Hier wordt het beeld opgeroepen uit de tijd van Kuyper en Hoedemaker. Maar laten predikanten en kerkgangers zich nu echt leiden door de illusie een kerk voor heel het volk te zijn? Kijken zij bezorgd naar de landkaart, waarop zich ‘open plekken’ aftekenen waar vroeger een landelijk dekkend netwerk was, als was de kerk een telecomprovider? Deze verandering heeft zich allang voltrokken en kan niet als het eureka aangevoerd worden dat een kerkelijke reorganisatie legitimeert.

Ten derde legt het rapport een verband tussen de krimpende kerk en de onhoudbaarheid van het classicale model. Ook hier is de logica ver te zoeken. De Christelijke Gereformeerde Kerken zijn een veel kleiner kerkgenootschap, dat niettemin een classicaal systeem hanteert.

Radicale maatregelen en de gedachte dat de kerk ‘op de schop’ moet, wekken wel de suggestie van daadkracht, maar negeren reële en meer bescheiden alternatieven.

predikant als zorgenkind

Ten vierde wordt in het rapport opmerkelijk veel gesleuteld aan de rol van de predikant. In het geheel van de overbodige bureaucratie is de predikant wel het grootste zorgenkind. Nergens wordt helder in welke mate gemeenten in de problemen raken door disfunctionerende of vastgeroeste predikanten. Voordat we gaan doorrekenen wat de voors en tegens zijn van de voorgestelde maatregelen – mobilisering, centraal werkgeverschap, nieuwe kerkelijke rechtspraak – kan het geen kwaad de vraag te stellen: is het nu terecht om de predikant zo nadrukkelijk te associëren met stagnatie en vastlopende verhoudingen? De gekozen beleidslijn leidt van de valse tegenstellingen naar schijnoplossingen. Niet alleen in de probleemanalyse, ook in de prognose is het rapport onder de maat. Zo kritisch als het rapport is over de predikant en de ambtelijke vergaderingen, zo enthousiast is het over het grondvlak.

energie vrij

De reorganisatie zal ‘energie vrijmaken’, belooft het rapport keer op keer. In de huisgemeente en de leefgemeenschap zindert het geloofsleven blijkbaar van vitaliteit. Er zullen gemeenschappen ontstaan en regiobijeenkomsten met een ‘festivalachtig karakter’. Bevrijd van de vergaderdruk zal de kerk eindelijk gaan doen waartoe zij geroepen is. Ik hoop het van harte, maar Plaisier neemt hier wel een heel zware hypotheek op de toekomst. Kerkverlating speelt juist op het grondvlak en veel nieuwe uitingen van spiritualiteit bevestigen eerder de overbodigheid van de kerk dan dat zij deel van de oplossing zijn.

ballast van morgen

Het rapport erkent dat de kerkorde van 2004 niet aan de hooggespannen verwachtingen heeft voldaan. Om te voorkomen dat opnieuw bestuurlijke overmoed de toon zet, zou het goed zijn terughoudender te spreken over de toekomst van de Protestantse Kerk.

Van de kerkleiding mag niet worden verwacht dat zij de sleutel heeft tot ‘nieuwe vitaliteit en bezieling’. Op het ontwikkelen van een degelijke visie spreek ik haar echter graag aan.

Deze dient gebaseerd te zijn op (zelf-)kritische evaluatie van eerder beleid en op een eerlijke en feitelijke diagnose van de huidige situatie. Anders zal de verlichting van vandaag slechts de ballast van morgen blijken te zijn.

Henk-Jan Prosman • hervormd predikant in Nieuwkoop