Behalve de liefde (Rom. 13:8)

“Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld.” (Romeinen 13:8)

Zonder wetten kunnen we niet leven. In het verkeer niet, in het gezin niet, op school niet, in de kerk niet en in de samenleving niet. Overal worden we dan ook omringd door wetten en regels. En in de politiek lijkt het soms vooral te gaan over het opstellen van nieuwe regels en meer regels, en de wet bij de tijd houden. Het is onontkoombaar.

Toch kennen we ook de keerzijde van al die regels. Ze leggen ons een soort juk op. Op vakantie zijn we blij even af te zijn van het vele ‘moeten’. Je mag jezelf zijn. Dan komt soms ineens de liefde weer boven.

Paulus had ook zijn problemen met de wet. Hij voelde er de drukkende hand van God in. Je doet het nooit goed genoeg. Daarom keerde hij terug naar het fundament: de liefde. De geboden moeten dienen tot de bevordering van de liefde tot God en de naaste.

Echte participatie aan en verbondenheid in de samenleving ontstaat niet door meer wetgeving, maar door het ontdekken en geven van liefde. Is het niet een blijvende uitdaging aan christelijke politici om dat verband tussen de wet en de liefde te laten zien?