Dapper dwaas doen (Pred. 11:1)

“Werp uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen.” (Prediker 11:1)

Heeft u wel eens iemand brood op het water zien gooien? Ja, om de eendjes te voeren. Maar verder toch niet? Het is een tamelijk vreemde, verspillende bezigheid. Zelfs wij met ons voedseloverschot hebben daar nog besef van. Hoeveel te meer de mens van het oude nabije oosten, die vreemd zou staan te kijken als hij zag hoeveel kilo’s voedsel wij jaarlijks in de vuilnisbak gooien. En aan de eenden heeft de Prediker ook zeker niet gedacht.

Wat wil hij dan met zijn vreemde raad?

Het kerkelijke seizoen (‘winterwerk’) gaat weer beginnen. Er wordt een heleboel op touw gezet. Catechisaties, jeugdclubs, kringwerk, mannen- en vrouwenverenigingen en bijeenkomsten voor ouderen. Predikanten en kosters draaien overuren, de commissies pakken het werk weer aan en de koren zingen hun kelen schor. Levert het allemaal ook wat op? Dat, zegt Prediker heel nuchter, weten we niet. We weten niet of het ene lukken zal of het andere, geen van beide of allebei. Prediker is iemand die nogal onder de indruk is van het menselijke onvermogen. We hebben de toekomst niet in de hand. Je kunt iets goed bedoelen, terwijl het heel anders overkomt. Je kunt een mooi plan hebben, terwijl het onwerkbaar blijkt. En omgekeerd: je kunt staan te stuntelen, maar de ander wordt er verliefd op. En je kunt de bijbelkring niet hebben voorbereid, terwijl het de beste bijeenkomst ooit wordt. Je weet het niet.

Daarom is het menselijk handelen nogal dwaas. Het heeft niet de heldere zin waarmee vogels hun voedsel verzamelen of hun nesten maken. Het heeft niet het duidelijke effect van bomen die bloeien en dan vruchten dragen. Het heeft meer iets van brood op het water gooien, terwijl we het hard nodig hebben om van te leven en er niet eens eendjes zwemmen, zodat er tenminste nog íets mee gebeurt.

Wat dan te doen? Prediker zegt: als we dan dwaas moeten handelen, doe het dan tenminste dápper. Wérp het! Laat het brood niet uit je handen vallen, maar góoi het. Als het leven dan duister moet zijn, stap dan tenminste dapper rond in het duister. En wie weet, dan komt er, op de lange duur, toch wat van terecht. Je zult het vinden na vele dagen. Hoeveel? Zeventig maal zeven bijvoorbeeld. Volgens Jezus moet je iemand zo vaak vergeven. Dwaas. Maar wie weet, misschien komt hij na de zeventig maal zevenste maal tot inkeer, en je vindt het brood dat je hebt uitgeworpen toch weer terug. 

Prediker is dus niet iemand die ons een algemene levenswijsheid voorhoudt. Zijn woorden hebben dezelfde radicale dwaasheid als waar het Nieuwe Testament zo vol van staat. U heeft toch zeker ook nooit iemand vurige kolen op het hoofd van een ander zien stapelen? Of iemand gezien die twee hemden had, en er een weggaf? Hallo zeg, gekker moet het toch niet worden.

Maar in de bijbel is het altijd gekker dan je dacht. Dat komt door die vreemde God van de bijbel. Prediker heeft deze wijze raad van die God. Die heeft zelf deze raad van Prediker als leidraad voor zijn handelen. Hij heeft het brood niet in zijn handen gehouden, maar, hoe absurd en dwaas ook, het op het water gegooid. Jezus, het Brood des levens, tussen de mensen geworpen. Totdat het verbroken was, vertrapt, begraven en niet meer terug te vinden. Wat komt ervan terecht? Wie weet, dacht God, na vele dagen. En zoveel dagen hoefde Hij niet eens te wachten. Drie tot de opstanding. En een paar meer tot de voleinding.