De genezing is begonnen (Mk. 8:22)

Jezus vroeg hem: ‘Zie je al iets?’ En hij zei: “Ik zie de mensen als bomen wandelen.” (Markus 8:22-26)

Dit is een wel heel bijzonder genezingsverhaal. Alle genezingsverhalen in de evangeliën lijken op elkaar. Je kunt ze bijna dromen. Men brengt een zieke bij Jezus, Jezus raakt hem aan of spreekt een woord, en de zieke kan weer lopen, zien, horen. Hier gaat het anders. Deze blinde van Betsaïda wordt door Jezus geholpen, maar het helpt niet. Tenminste in eerste instantie niet, of maar half. En daar moeten we niet te snel overheen lezen. De man ziet de mensen als bomen. Hij ziet wel wat, meer dan eerst, maar hij kan er toch nog geen wijs uit worden. Het wonder brengt eerder verwarring. Vreemd dat dat zo open en bloot verteld wordt.

Blijkbaar zijn de evangeliën ook in dit opzicht goudeerlijk. Wonderen doen is voor Jezus geen truukje dat altijd toegepast kan worden. In het wonder moeten sterke krachten overwonnen worden, de krachten van het kwaad en het ongeloof. Dat gaat niet van een, twee, drie.

 

Nadat Jezus de man eerst buiten het dorp heeft gebracht (miskent hij de missionaire mogelijkheid van dit wonder niet?!), en spuug op de ogen van de man heeft gesmeerd (bah! Is het Evangelie dan zó lijfelijk?) – vraagt Jezus de man: ‘Zie je al iets?’ Hij zegt niet: ‘Ziezo, nu ben je genezen!’. Hij vraagt het deze man. Hij betrekt de man zelf in zijn genezingsproces, zoals de dokter die op zijn spreekuur aan je vraagt: ‘Wat dacht u er zelf van?’ Voor het antwoord ben je zelf verantwoordelijk. Ziek-zijn ontslaat je daar niet van.

Jezus vraagt, hij vraagt ons steeds weer, hoe wij zien, wat wij precies zien. Hoeveel wij al zien van Zijn Koninkrijk. Ook aan het begin van 2009. Zie je al wat? Als je zegt: ‘Ik zie de mensen als bomen wandelen. Ik zie niet meer dan de contouren van uw Koninkrijk’ – eerlijk zeggen! En als je nog niets ziet ook, of als het licht ineens doorbreekt. Wat zie je er het komende jaar van? Elke dag op letten, elke dag wordt het gevraagd.

Deze man zegt: Ik zie bomen, of nee, ze bewegen, dus het zullen wel mensen zijn. Het is moeilijk om van het ene op het andere moment een ziende te worden. Dat is ook in de medische wetenschap een bekend verschijnsel. De overgang van een blinde naar een ziende wereld is niet louter een kwestie van op een goede dag je ogen open doen. Er volgt een moeilijke ontdekkingsreis op. Uit onderzoek blijkt dat een beginnende kijker nog niet scherp contouren kan zien. Ook diepte blijkt een groot struikelblok. Zien is niet alleen een kwestie van goed functionerende ogen, maar ook van ervaring. Telkens als we ’s morgens onze ogen openen, kijken we naar een wereld die we een leven lang hebben leren zien.

Paulus schrijft: ‘Nu zien we nog door een spiegel in raadselen, maar straks van aangezicht tot aangezicht.’ Ook in het geloof gaat de genezing niet van het ene op andere moment. God geneest je in twee stappen. Eerst maakt Hij dat je de contouren gaat zien van Hem, van jezelf, en van de nieuwe wereld. Verder komt het in dit leven niet. ‘Ik zie de mensen als bomen wandelen’. Totdat je de mensen als mensen zult zien wandelen. Dan zijn we in een andere wereld. 

Misschien denk je nu: ‘De almachtige God doet toch geen half werk?’ Ja, dat is waar. Maar die almacht, dat is misschien vooral dat God net zolang doorgaat tot Hij wij genezen zijn. Daar moet Hij het uiterste van zijn krachten voor geven. Maar Hij gaat door. Als spreken door de profeten niet genoeg is, dan komt zijn Zoon. Als leven niet genoeg, dan wil Hij ervoor sterven. Als 2008 jaar niet genoeg is, maakt hij het nog langer. Als 50 jaar in de kerkbanken zitten niet genoeg is, geeft Hij je nog meer tijd. Als één keer over wonden van je leven gaan niet genoeg is, komt Hij nog een keer. Als wij net zoveel geduld hadden met onszelf als God met ons heeft, dan werd er heel wat minder geleden.

Betsaida betekent: huis van proviand. De aanraking van Jezus is genoeg om het vol te houden onderweg. Met de ogen gericht op Jezus, ga je ook in 2009 steeds meer van de contouren van zijn Rijk zien.