Eiken van de gerechtigheid (Jes. 61:3)

“opdat zij genoemd worden eiken van de gerechtigheid,

een planting door de HEERE,

om Hem te verheerlijken.” (Jes. 61:3)

Kort na de ballingschap kwam de profeet met een boodschap tot het groepje dat teruggekeerd was uit Babel. Enerzijds hebben deze mensen een wonder beleefd: ze zijn teruggekeerd uit de ballingschap, terug in het beloofde land. Anderzijds lag het land nog in puin, was het economisch een chaos en heerste het recht van de sterkste.

Deze teruggekeerden lijden aan de situatie, aan het onrecht. Niet voor niets worden ze de treurenden genoemd, de mensen met as op hun hoofd ten teken van rouw, de gebrokenen van hart. Ze voelen zich machteloos. Wat moeten ze beginnen en waar is God in deze chaos?

Dan komt er namens God een profeet, gezonden om een blijde boodschap aan hen te brengen. Zij krijgen met dat ze de woorden horen als het ware feestkleren aan, en worden met vreugdeolie gezalfd. (vs.2)

De mensen rondom de teruggekeerde ballingen zagen dat er wat aan hen veranderd was. De steden lagen nog steeds in puin en nog steeds leek de sterkste het te winnen. Maar ze leefden niet langer uit wat ze ervoeren. Ze leefden verder uit de verwachting. De mensen om hen heen viel het zo op, dat zij genoemd werden: ‘eiken van de gerech­tigheid’.

Gerech­tigheid, dat heeft te maken met oprichten, rechtop lopen. Mensen die letterlijk gebogen gingen onder het lijden en hun schuld, zij lopen weer met het hoofd omhoog en de schouders recht.

Eiken, dat heeft iets onwankelbaars, onver­woestbaars. Je kunt vol gas met een auto tegen een eik rijden, omvallen zal hij niet. De eik heeft ook iets onstuitbaars, iets van on­beperkt groeien en bloeien. (Psalm 1)

Als de teruggekeerde ballingen zich laten vullen met deze woorden, kunnen ze er ook tegenaan, gaat er wat gebeuren. De oude verwoeste plaatsen worden herbouwd, er wordt gewerkt aan een rechtvaardige samenleving en een leefbare toekomst. (vs 4)

Eeuwen later, in de synagoge van Nazareth, herhaalt Jezus deze passage uit Jesaja. (Lk 4:16-21) Als Hij de boekrol heeft toegedaan, zegt Hij: ‘Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.’ Jezus, de Geest des Heeren is op Hem, Hij is gekomen om ons tobbers, twijfelaars, treurenden en zondaars te bevrijden. Hij maakt ons sterk en stoer als een eik waar de wereld op stuk loopt. Hij rechtvaardigt, recht je rug, richt je op, zodat je bladerdak zich verheft boven wat je beknelt.

Hij kan dat doen omdat Hij de boom des levens is. Hij is vergroeid met het Kruishout. Hij werd gespijkerd op hout als eiken zo hard, Hij werd gebroken als de door een eik gestopte auto. Omwille van die boom worden wij genoemd: eikebomen der gerechtigheid. Omwille van die planting zijn wij: een planting des HEEREN. Omwille van die heerlijkheid, mogen wij God verheerlijken.

Edelste van alle bomen,

zalig kruis van ons geloof,

uit welk woud zijt gij genomen,

zo met takken, bloemen, loof?

Lieflijk hout, welk een volkomen

lieve last hangt in uw loof. (Gez. 186:8, LvdK)

Ik heb nog een boom gezien die een gestresste indruk maakte. Zo mogen wij ontspan­nen leven, in het vertrouwen dat Hij die in staat was ons leven nieuw te maken, ook in staat zal blijken te zijn eens alles nieuw te maken. Zo ontspannen leven is God verheerlijken.

W. M. Dekker.

Geef een reactie