Het begin voor het begin (Spr. 1:7a)

“De vreze des HEEREN is het beginsel van de kennis.” (Spreuken 1:7a)

Waar zullen we beginnen? Een nieuw jaar, je kunt niet precies zeggen wat er zal gaan gebeuren, je weet misschien ook niet precies waar je zult beginnen. Hoe volwassen, oud en wijs we ook geworden zijn, je hebt soms het idee hebben dat je nog maar een onverstandige en een jongeling bent, een die nog helemaal niet veel kaas heeft gegeten van het leven. Iemand die vaak op beslissende punten niet weet hoe te moeten handelen, wat te moeten kiezen.

Nou, voor zulke onverstandigen heeft nu de spreukendichter zijn boek geschreven. Dat zegt hij tenminste in zijn inleiding. Hij heeft geschreven ‘om aan onverstandigen schranderheid te geven, aan een jongeman kennis en bedachtzaamheid’ (vs 4). Kennis, daar gaat het hem om. Maar kennis – of wijsheid, want die zijn hier synoniem – wil dan wel iets anders zeggen dan waar wij misschien het eerst aan denken. Het gaat de spreukendichter om levenswijsheid. Kennis is de vaardigheid om iets te maken, de kundigheid om problemen aan te pakken en op te lossen, de kunst om op het juiste moment de juiste woorden te zeggen. De kunst om je weg te vinden in het leven. Deze kennis is geen schoolse wijsheid, geen academische geleerdheid. Zij is levenswijsheid.

Wanneer we dat weten, begrijpen we ook dat zulke wijsheid niet in de schoolbanken en collegezalen te leren is. Om je weg in het leven te vinden, zul je zelf het leven moeten leven. En echt leven, dat is leven zoals God het bedoeld heeft. Dat is omgaan met mensen. Zoek dan mensen op waar je wat van kunt leren, zal de spreukendichter verderop in zijn boek zeggen. Wijze mensen, rechtvaardige mensen. En vermijd de domme mensen, de onrechtvaardigen. De spreukendichter is zo’n wijze. Van hem kun je leren de weg die je moet gaan, welke koers je moet varen. Maar zulke ‘wijsheidsleraars’ zijn er gelukkig vandaag nog. Gelukkig ben je wanneer je zulke ouders hebt, wanneer je zulke vrienden hebt. Zij kunnen je soms een licht doen opgaan.

Maar echt leven, dat is vooral: omgaan met de Schepper van je leven. Hij weet beter dan wie ook wat jouw weg moet zijn, welke keuzes jij moet maken, hoe je wijs kunt worden. De levenswijsheid, die je zoekt, vind je alleen als je een stevige relatie met Hem hebt. Dat is de betekenis van de woorden: “De vreze des HEEREN is het beginsel der kennis.”

Buiten de relatie met God om kun je heel wat menen te weten over hoe je je vrouwtje of mannetje wel zult staan in het leven. Maar dat is dan allemaal illusie. En daar kom je dan ook wel een keer achter: je kunt veel bedenken, maar uiteindelijk kan wel eens blijken dat je het meeste niet in de hand hebt: “In het hart van de mens zijn veel plannen, maar de raad van de HEERE, die houdt stand.” (Spr. 19:21)

De vreze des HEREN is het beginsel, dat wil zeggen het fundament en de samenvatting van de kennis. De vreze des HEREN, dat is onderwerping aan God en vertrouwen op God, dat is bovenal het gaan van zijn weg. Op die weg hebben wij broodnodig behoefte aan wijsheidsleraars. Salomo was zo’n wijsheidsleraar. Hij wees de mensen de weg. Maar ‘meer dan Salomo is hier’ (Matth. 12:42). Jezus wijst de weg, Hij is zelf de Weg. Jezus, Zoon van God. Maar welke weg kiest Hij? Dat moet voor ons wel een heel belangrijke vraag zijn, omdat wij die weg dan ook willen gaan, in Zijn spoor. Hij is immers meer dan Salomo?

Die weg is de weg van het kruis. Het is in onze ogen niet de meest ‘wijze weg’ die je kunt kiezen. Paulus preekt zelfs van de dwaasheid van het kruis, die de Grieken die ‘wijsheid zoeken’ niet bevredigd (1 Kor. 1). Met dat kruis heeft God al onze wijsheid tot dwaasheid gemaakt. Konden we van de Spreukendichter al leren, dat we voor wijsheid niet bij ons zelf te rade moeten gaan; aan de voet van het kruis weten we het zeker. In onze ogen is dit de dwaasheid ten top. Is dat nu het teken dat Jezus ons te bieden heeft? Ja, dit is het teken en dit is de hoogste wijsheid. Jezus gaat de weg van het kruis. Dat is Gods wijsheid, dat is ook voor ons de weg om te gaan. Want meer dan Salomo is hier. Als je van iemand de weg kunt leren die je moet gaan, dan is Hij het wel. Laten we dan Hem volgen, de wijsheid Gods (1 Kor. 1). Laten we steeds weer terug naar gaan naar het begin voor ons eigen begin, het beginsel onder elk begin, het fundament zonder hetwelk elk beginnen ten dode gedoemd is: het ontzag voor en de vriendschap met God. De binnenkant van het leven is het fundament van de buitenkant, de spiritualiteit van de daad. In het begin was niet de daad, de ervaring of de dood, maar het Woord (Joh. 1:1). En wie het Woord hoort, is hij die God vreest.

(23 maart 1999)