Het spel als ultieme beheersing (Ps. 104:26)

‘de Leviathan, die U gevormd hebt om mee te spelen.’ (Ps. 104:26)

Psalm 104 bezingt Gods koninklijke glorie in de schepping. Opvallend is, dat dan ook al het negatieve meedoet. God vervult het verlangen van brullende leeuwen – en zij roepen niet om een boterham met pindakaas. Ernstiger: ook de dood hoort erbij. Wij zijn als stervelingen (v. 15) deel van de schepping. Nog erger: God heeft ook te maken met aardbevingen en vulkaanuitbarstingen (v. 32). Botsende aardplaten vertellen niet het hele verhaal. Wie dat bedenkt in het licht van de ramp in Nepal, moet wel eerst even een ommetje gaan lopen voor hij weer met zijn leven verder kan.

Al dat negatieve in de schepping wordt dan samengevat in dat ene vreemde woord: Leviathan. Hij is de verpersoonlijking van alle onheilskrachten die óók in de schepping huizen. In onze encyclopedie der zeedieren staat hij niet, maar dat hij bestaat weten wij, in dit landje onder de zeespiegel, maar al te goed. En anders moeten we het maar gaan vragen aan de vissersvrouwen van Urk en Katwijk.

Nu staat er van hem: ‘die hebt U gevormd.’ Dat is een ontzaglijke uitspraak. Toch snappen we het ook wel. Als één sprinkhaan een schepping van God is, dan heeft ook de sprinkhanenplaag met Hem te maken. Als het gezonde kind schepsel is, dan ook het gehandicapte. Als we op het geboortekaartje Hem willen danken, moeten we ook boven onze rouwkaart durven zetten: ‘de HEERE heeft tot zich genomen’.

Dat heeft inderdaad iets van een bitter raadsel. Toch heeft het ook een diepe troost. De wereld is niet aan zichzelf overgelaten. God is voortdurend bezig om alles onder controle te houden. Hij is een echte Koning. Een echte koning, dat weet het oude Israël nog, bestaat niet zonder vijanden. Misschien is een of andere mogelijke wereld wel, maar in de echte niet. Zo is het ook met déze Koning. De Leviathan is Zijn vijand.

Toch staat er niet: ‘die Leviathan is er om mee vechten’. Dat zou je dan wel verwachten. Maar dat is veel te weinig koninklijk van God gedacht. Een echte koning is superieur. Zelfs de vijand dient slechts tot Zijn verheerlijking. Zo heeft Israël het ook gewaagd om van historische machten te spreken. Lees eens na hoe er in Exodus over de farao gesproken wordt. God speelt meer met hem dan dat Hij met hem vecht. Hij verhardt farao’s hart om Zijn glorie te openbaren.

God heeft de Leviathan gevormd ‘om mee te spelen.’ Zoals een kind speelt met een bal, zo speelt God met de voor ons boze macht. Dat spelen is dan ook de ultieme vorm van beheersing. Als iemand goed kan voetballen, dan zeggen we ook: hij beheerst de bal. Spelen en beheersen gaan hand in hand.

God steekt zo nodig Zijn vinger in de dijk. Dat leert Pasen ons. Rondom het open graf is de aarde een tuin. Zolang wij de dijken niet doorsteken, zwemt de Leviathan niet binnen. Maar ver áchter de dijken, op open zee, daar is ook nog een hele wereld, en daar speelt God met Zijn huisdier, het kwaad. Dat kunnen we Hem toch moeilijk verbieden? Het tekent Zijn koninklijke grootheid. Het roept ons tot aanbidding.