Springen als kalveren (Mal. 4:2)

Springen als kalveren

 

“u zult naar buiten gaan en springen als kalveren uit de stal.” (Maleachi 4:2)

 

Eindelijk, de koeien staan weer buiten. Ze zijn de stal weer uit. Heeft u wel eens gezien hoe dat gaat? Ze verdringen zich voor de staldeuren, om als eerste naar buiten te kunnen, ze rennen het licht in, de frisse buitenlucht, de ruimte, en ze springen van vrolijkheid als ze buiten zijn.

 

De profeet Maleachi gebruikt dat beeld ook voor de laatste, grote bevrijding die God zal geven. Ú zult uitgaan en springen als kalveren uit de stal. Een mooi beeld, een beeld van blijdschap, van bevrijding. Maleachi gebruikt dat beeld om de gelovigen eraan te herinneren dat de bevrijding echt komt. Want dat vragen de mensen zich af. Ze denken: God dienen is nutteloos! Het levert niets op. Wie aan God noch gebod doet, die leeft een lang en gelukkig leven, die is gelukkig getrouwd, een stel mooie kinderen, een tweede huis in Frankrijk, hij vult zijn zakken met geld, de zaken gaan goed, altijd zonneschijn in zijn leven. En de vromen dienen God, maar hun wacht ellende op ellende. Dan denken ze: wat heeft het voor zin om God te dienen?

 

Dat is misschien een vraag die u zich ook wel eens stelt. Wat levert het geloof me eigenlijk op? Wat zou ik nu missen als ik niet naar de kerk ging, als ik niet uit Bijbel las en bad? Als iemand naar je toe komt, en vraagt waarom je christen bent, dan zou je wel graag willen zeggen: wel, ik ben er een gelukkiger mens door, het levert me dit op, en dat, maar je probeert het te zeggen en je merkt: zo makkelijk is dat niet.

 

Het volk Israël komt niet verder meer dan de uitroep: God dienen is nutteloos! Dan grijpt de profeet in. Wat zal hij zeggen? Hij zegt: ‘De dag van de HEERE komt. De grote dag waarop God ingrijpt komt. Dán zal blijken dat het wel zin heeft om God te dienen.’

Een vreemde formulering, vindt u niet: ‘de dag van de HEERE’? Zijn alle dagen niet van de Heer? Nee, blijkbaar niet. Er zijn dagen waarin God niet in aanwezig is, dagen waarop Hij niet ingrijpt, waar Hij ergens, verborgen, wel bij is, maar waar Hij niet op ingrijpt. Waar Hij zich nog uit terugtrekt.

 

De mensen hebben al vele dagen gehad. Talloze dagen sinds de schepping. Maar God heeft nog niet één dag echt van Hemzelf gehad. God verbergt zich in de wereld. Hij is erbij, maar heel raadselachtig verborgen, onzichtbaar, alleen in het geloof is er iets van te merken.

 

Tot er opnieuw een dag komt die helemaal van God is. Dat is de dag van de HEERE. Dat is dus de belofte waar het geloof zich aan vastklampt. Geloven is: je steeds weer, dwars door alles heen, ondanks alles, vasthouden aan die belofte van God. Zeker, het lijkt nu vaak geen nut te hebben om God te dienen, maar op de dag van de Heer zal blijken dat het wel degelijk nut heeft. Dan zullen wij uitgaan en springen als kalveren uit de stal.

 

Op die dag van de Heer grijpt God definitief in. Als God ingrijpt, dan vallen wij in ieder geval stil, met al ons gepraat en gedoe en ons denken alles in de hand te hebben en alles naar onze hand te kunnen zetten. Wij staan daar eigenlijk nog maar heel weinig bij stil denk ik, dat God deze wereld ook nog een keer stil kan zetten. Toch is het wel zo. Dan komt heel deze mallemolen tot een einde. Zoals een draaimolen, die een tijdje rondgedraaid heeft, we mochten allemaal instappen, maar vroeg of laat zegt God: stoppen nu, allemaal uitstappen, en de hele mallemolen is voorbij. Dan gaat deze hele oude wereld naar het grof vuil en komt er een hele nieuwe aarde. Zo groot is God. Voor God is deze hele wereld maar een tijdelijk project.

 

Dat zal blijken als Hij de Zon van de gerechtigheid doet opgaan. Dan wordt het voorgoed licht. Licht is fijn voor wie in het donker zitten en op verlossing wachten. Maar er zijn gek genoeg ook mensen voor wie het licht niet fijn is. Zoals zelfs sommige koeien in het voorjaar de stal niet uit willen. Die blijven binnen staan, als de deuren opengaan. Die durven niet. Ze zijn bang voor het licht.

 

Dat is heel menselijk. Want op de dag van HEERE, als het definitief Pasen wordt, dan komt ook alles wat het daglicht niet verdragen kan, aan het licht. Ook al die dingen die wij verborgen hebben gehouden voor God en voor anderen. Alle kelders en doofpotten van deze wereld. Ook alle kelders en doofpotten van de kerk. Af en toe gaan er nu al doofpotten open, zoals momenteel in de Rooms-katholieke Kerk. Maar vele doofpotten blijven dicht. Tot de dag van de HEERE komt. Alles wat zich in alle grote en kleine kelders van deze wereld heeft afgespeeld, wat niemand wist, wat iedereen de hand boven het hoofd gehouden heeft, dat komt definitief aan het licht. Dan komt ook aan het licht of je wel of niet met God wilt leven. Met God leven, dat is niet: leven zonder kelders en doofpotten. Dat is wel: met alles wat het daglicht niet verdragen kan, naar Jezus Christus toegaan in de zekere verwachting dat Hij voor dat alles wil instaan. Dat Hij alle duisternis op zich wil nemen, om ons te laten uitgaan en te laten springen als kalveren uit de stal. Je kunt zelfs vertalen: U zult huppelen, dansen, dartelen als kalveren. Misschien denkt u: ik heb al zeventig jaar niet meer gehuppeld. Dit nu is het eeuwige leven: dat wij opnieuw en voor eeuwig mogen springen en huppelen, van alles bevrijd. Laat die dag spoedig mogen komen.

Geef een reactie