Mysticus (DNK)

Ik droomde eens en zie ik liep aan ’t strand bij lage tij. Ik vreesde niet, want zie nog eens: een engel liep aan mijn zij. Wij kwamen langs het huize Gras en langs huis Algra, en zie daar zag ik Reve staan, met de ezel aangelijnd. De engel liet graag merken dat hij Gerard wel kende, en stopte. Uit het hoofd droeg hij Reve’s regels voor:

‘Voordat ik in de Nacht ga die voor eeuwig lichtloos gloeit,

wil ik nog eenmaal spreken, en dit zeggen:

Dat ik nooit anders heb gezocht

dan U, dan U, dan U alleen.’

Gerard streelde de ezel en pinkte een traan weg bij de gedachte dat zijn poëzie door de boden Gods uit het hoofd geleerd wordt. ‘Het hangt op mijn werkkamer, en niet alleen op de mijne’, sprak de engel. ‘De hemel vindt het prachtig.’ En toen plotseling tot mij: ‘Bent u ook een mysticus?’ ‘Zeg maar je’, zei ik, maar de engel zei: ‘Oh nee, zo zijn we niet getrouwd. Bent u een mysticus?’

Ik dacht aan het tamelijk goedkope, haast kitscherige crucifix op mijn kamer. ‘Jesse Klaver aan het kruis’, zoals mijn dochter dan zegt. ‘Liever een Jesse Klaver aan het kruis, dan in een hippe tent’, zei de engel. ‘Aan het kruis kan het nog wat worden. U bent al onderweg, merk ik.’ Ik aarzelde.

‘Kijkt u nog eens naar de zee, het slaan van de branding, de eeuwige herhaling, het peilloos diepe zwart, heeft u dat?’ ‘Wat is dit, mindfullness 2.0?’, vraag ik nog. Maar de engel zegt: ‘Kijkt u nu maar, en zwijg. Verzink in de zee, de kwallen en het zout.’ En ik begon te zinken.

‘Doet u uw ogen nu maar dicht, en denkt u aan de dood, de grote, grote diepe dood. Dan draag ik nog een stukje voor:

‘Pas denkend aan de dood

kan ik goed slapen

want voor de dood ben ik gemaakt

 

het water waarin ik verzoop

het bloed waaruit u mij raapte

het gif dat u in mij spoot

 

roder dan rood is de dood

groter dan groot staat u daar

stervende komt alles klaar.’

‘Van wie is dat?’, vroeg ik. ‘Dat weet de hemel en dat is genoeg’, zei de engel. ‘Wat ziet uw geestesoog nu?’ ‘Het Nederlandse christendom’, antwoordde ik. ‘Fantastisch!’, riep de engel. ‘U bent er bijna!’

(DNK, maart 2017)