Tijd voor klassieke ‘Bildung’

Niet zolang geleden vertelde een collega mij dat hij op zijn studeerkamer een gesprek had met een jongeman. Het eerste dat deze had opgemerkt was: ‘Wat moet u met al die boeken? Wat heeft dat voor zin? Geloven leer je toch niet uit boeken, dat is toch iets van een relatie, van een gevoel?’ Zo laten zich de vragen en het gesprek samenvatten. Het lukte de collega niet om te laten zien dat het voor een dominee toch wel nuttig is af en toe een boek te lezen of een ‘studeerkamer’ te hebben. Het geloof is immers een zaak van beleving; het denken kan daar alleen maar van afleiden.

Het is een voorbeeld dat met vele aangevuld zou kunnen worden. Maar het lijkt me onjuist die situatie samen te vatten met: ‘gemeenteleden hebben te weinig kennis’. Alsof het alleen een probleem van de gemeente is. We stuiten hier veeleer op een van de grote paradoxen in onze ‘hoogontwikkelde’ cultuur. In dagblad Trouw stond onlangs een artikel over het hoger onderwijs, waar goed zijn niet meer goed genoeg is, maar excellentie gevraagd wordt. Twee organisatie-adviseurs schreven over hun kennismaking met de bollebozen: “De meesten vonden hun mobiel interessanter dan ons college. Maar ze verbijsterden ons vooral met hun totale gebrek aan belangstelling voor het vak waarvoor ze worden opgeleid. De reactie op vragen naar hun ervaringen en dilemma’s, was blanco.” Een docent journalistiek beklaagt zich in een ingezonden essay erover dat de meeste studenten niet eens begrijpend kunnen lezen, laat staan straks begrijpelijk kunnen schrijven. In het middelbaar en basisonderwijs is zoveel aandacht voor ‘hoogbegaafden’ dat het wel lijkt of de helft van de Nederlanders daartoe behoort. Tegelijk lijkt weinig zo kenmerkend voor onze tijd, als een chronische algemene desinteresse. Er is steeds meer kennis beschikbaar, en steeds meer verveling.

De kerk is steeds onderdeel van de cultuur waarin zij leeft. In onze tijd is dat een cultuur waarin het technisch vernuft onvoorstelbare hoogten bereikt, maar er tegelijk een diepe onmacht heerst rond de klassieke thema’s van het denken. Wij leven in een tijd waarin de vragen sterven. Niet alleen de klassieke antwoorden zijn verdacht, ook de klassieke vragen worden niet meer gesteld. Er zijn steeds meer hoogopgeleide specialisten, ook in de kerk, maar steeds minder mensen met gevoel voor theologische vragen, of gevoel voor het omgaan met teksten in het algemeen. Wie een kei is in het omgaan met cijfers, is soms niet in staat een kort stukje tekst ook maar enigszins te interpreteren, of te luisteren naar een verhaal dat meer dan tien minuten duurt. Vooral in de protestantse kerken, die niets dan het Woord hebben, wreekt zich dat wij steeds minder het nut van historische of literaire kennis inzien, en de bijpassende vaardigheden (die heel veel oefening vragen) niet meer geleerd hebben. Het wordt dus hoog tijd voor een herwaardering van de klassieke Bildung. De tijd is daar echter pas rijp voor als we het feit dat we nu minder ontwikkeld zijn dan in de tijd van Seneca en Paulus als pijn gaan ervaren.   

(Friesch Dagblad, 12 april 2014; reactie op door de redactie aangedragen stelling: “Gemeenteleden hebben te weinig theologische kennis en weten te weinig van ontwikkelingen in kerken. Daarom is de betrokkenheid laag.”)