4 mei toespraak. Jochen Klepper. Europa is gehuwd

Lichte bewerking van de toespraak op 4 mei 2015, bij de officiële herdenking bij het oorlogsmonument in Waddinxveen. Herdenking oorlogsslachtoffers – 70 jaar na het einde van de oorlog.

I.

Wij gedenken vandaag de gevallenen van de oorlog. Onze vaders en moeders, opa’s en oma’s, vrienden en dorpsgenoten die stierven in de strijd. Onze joden, zigeuners en gehandicapten die door de Nazi’s geen leven werd gegund.

Gedenken is: dat wat in het verleden is geschied, in het heden zo present stellen dat het toekomst opent. Zo gedenken wij onze geboortedagen, om open naar de toekomst te blijven. Gelovigen gedenken de daden van God, om open te blijven naar Zijn toekomst. Wij allen samen gedenken ons verleden, om het weer opnieuw te beleven zó, dat onze toekomst als volk open blijft. Wie met zijn rug naar het verleden staat, staat ook met zijn rug naar de toekomst. Of zoals het jaarthema van de herdenking het zegt: ‘Wie de ogen sluit voor het verleden is blind voor de toekomst.’

Herdenken geeft verdriet. Het rijt de oude wonden open. De littekens gaan opnieuw jeuken. Daarom is voor herdenken ook moed nodig. Het is gemakkelijker en verleidelijker om zonder verleden te willen zijn, alleen met het nu.

Toch is dat een vlucht. Een vlucht bij onszelf vandaan. Want dat verleden zijn wij zelf. Wij zijn erdoor gevormd. Wij kunnen het ook weer herhalen, ook het negatieve, ook het wegkijken en het geweld.

Als we dat beseffen, geeft gedenken niet alleen verdriet. Dan schept het ook vastberadenheid. Dan willen wij vastberaden naar een toekomst toe gaan waarin wij dezelfde moed willen betonen als degenen die wij ons vandaag met liefde en dankbaarheid herinneren. Vastberaden om de vrijheid waarin wij mogen leven vast te houden en door te geven. Vastberaden om ook nieuwe generaties te leren dat wij moeten blijven herdenken, om een toekomst te blijven ontvangen.

II.

Het is nu 70 jaar geleden dat de oorlog werd beëindigd. Dat betekent ook dat binnenkort het moment zal aanbreken dat er geen mensen meer zijn die de oorlog bewust hebben meegemaakt. Voor mij is dat een vanzelfsprekendheid. Ik ken de oorlog alleen van verhalen. Een verhaal van een oudoom die naar Duitsland werd gevoerd om te werken, en nooit terug kwam. Geen verhalen van heldendaden. Zo heldhaftig was mijn familie niet. En, laten we eerlijk zijn, de meesten niet. Oorlog was overleven.

Ik heb het moeten doen met verhalen. Getuigenissen. En nog steeds bereiken ons nieuwe  getuigenissen van mensen die er wel middenin zaten. Onlangs verschenen in Nederlandse vertaling de oorlogsdagboeken van Jochen Klepper.[1] De afgelopen dagen las ik ze.

Jochen Klepper was een Duitser, een Ariër zoals men zei. En een christen. Maar hij trouwde in 1931 met een joodse weduwe, Hanni, die twee kinderen had, Brigitte en Renate. Een paar jaar later kwam Hitler aan de macht. Tijdens het Hitler-regime werd het voor de familie Klepper steeds moeilijker. Hun eigen familie wijst het huwelijk met deze jodin af. Klepper, die een zeer getalenteerd schrijver en dichter is, wordt ontslagen en het werken wordt hem bijkans onmogelijk gemaakt. Het gezin heeft te lijden onder de anti-joodse maatregelen die door de Nazi’s genomen worden.

Klepper beschouwt het als zijn grootste opdracht om zijn vrouw en kinderen te beschermen. De oudste dochter, Brigitte, wordt in 1939 in veiligheid gebracht in Londen. Jochen doet dienst in het Duitse leger en hoopt daarmee zijn gezin te kunnen beschermen. In plaats daarvan wordt hijzelf echter in 1940 wegens zijn gemengde huwelijk uit het leger ontslagen. De eerste massadeportaties van joden vinden plaats. Familie en bekenden van Jochen en Hanni worden ook weggevoerd. De familie Klepper vindt vrijwel nergens steun. De enige die hen wel helpt, een  predikante, moet haar hulp betalen met wegvoering naar vrouwenkamp Ravensbrück.

Jochen en Hanni proberen uit alle macht maar zonder succes hun tweede dochter Renate te laten emigreren. Ze horen van de maatregel dat echtparen in een gemengd huwelijk van elkaar gescheiden zullen worden, waarna de Joodse helft wordt gedeporteerd. Zij horen van vrienden die voor zelfdoding kiezen. En ze besluiten als het moet ook zelf die weg te gaan.

Eind 1942 blijkt dat ze het niet gaan redden om bij elkaar te blijven. De deportatie van Hanni en Renate komt steeds dichterbij. “Op vrijdag 11 december vindt de huishoudelijke hulp een bordje op de keukendeur. In Hanni’s handschrift leest ze daarop: ‘Voorzichtig, gas!’ In de keuken treft ze de drie lichamen aan. Hanni en Renate houden elkaar vast. Jochen ligt er met open ogen, zijn gezicht drukt grote verwondering uit.”[2]

De laatste aantekeningen in het dagboek zijn van een dag eerder, donderdag 10 december 1942:

“Wij sterven nu – ach, ook dat hebben we bij God neergelegd.

Wij gaan vannacht samen de dood in.

Boven ons staat in de laatste uren het beeld van de zegende Christus, die voor ons strijdt.[3]

In diens aanblik eindigt ons leven.”

III.

Jochen Klepper was geen held. De meeste mensen waren geen helden, wij zijn het niet en onze kinderen zullen het ook in de toekomst niet zijn. Het belangrijkste is ook niet of we heldhaftig zijn, maar of we trouw zijn. Klepper was geen held, maar hij bleef wel trouw aan zijn gezin en aan zijn diepste overtuigingen – voor hem de overtuigingen van het christelijk geloof. Om zichzelf te redden had hij kunnen scheiden van zijn joodse vrouw en kinderen. Maar hij deed het niet.

Zo zijn ook wij geroepen niet tot uitzonderlijke heldendaden, maar wel tot trouw aan datgene wat voor ons heilig is. Het heilige is datgene dat je meer waard is dan je leven. Heilig is datgene waar je onopgeefbaar mee verbonden bent.

Voor ons nu betekent dit onder meer dat wij trouw moeten zijn aan het joodse volk. Zoals Klepper gehuwd was met een jodin, zo is Europa gehuwd met het joodse volk. Afgelopen jaar waren er ook heel dichtbij, in Frankrijk en België, weer aanslagen op joodse doelen. Joodse centra in Nederland moeten soms 24 uur per dag beveiligd worden. Het antisemitisme is niet voorbij. Wij hebben hierin te staan voor dezelfde trouw aan het joodse volk als Klepper had aan zijn joodse vrouw en kinderen. Opdat de toekomst ons niet ontgaat.

IV.

Jochen, Hanni en Renate benamen zichzelf van het leven; als een uiterste daad van trouw aan elkaar, en in geloofsvertrouwen op de zegenende en almachtige gekruisigde Christus. Uiteraard is deze daad omstreden gebleven. Is er ooit een rechtvaardiging van zelfdoding mogelijk?

Jochen Klepper was in ieder geval een heel andere verzetsman dan die veel beroemder geworden Duitse dominee en martelaar, Dietrich Bonhoeffer. De laatste spreekt ons meer aan, mannen die de daad bij het woord voegen. Klepper verzette zich niet, zelfs niet met het geschreven woord, wat hij als schrijver en dichter toch bij uitstek had kunnen doen. In plaats van ging hij zich meer en meer op Christus zelf richten. Zijn poëzie is geen verzetspoëzie, maar het zijn Christusliederen. Zij bezingen Hem als de vervolgde en geslagene. in een kerstlied dicht hij:

“De hele wereld baadt in licht.

Maar U wacht nu reeds het gericht.

Uw eenzaamheid wendt niemand af.

Vlakbij uw kribbe gaapt het graf.

Kyrie eleison.” (LvdK. gz 155:3)

Het is belangrijk om te zien dat deze reactie op de gruwel van het Nazisme niet minder is dan de daadkracht van een Bonhoeffer. Belangrijk is niet de expansie die ons leven aanneemt, maar of het groei naar binnen kent, naar de ziel, en naar boven, waar Christus troont. Als die groei er is, wie zal dan willen ontkennen dat zelfs de dood die groei slechts bevestigen kan? In de Bijbel staat reeds Simson, die nog éénmaal kracht van God ontving en juist in zijn dood meer voor Israël deed dan in zijn leven (Richteren 16:30). Zijn sterven was vrucht, zijn wilde spierkracht was daarbij vergeleken wildgroei.

Hoe we uiteindelijk ook over de zelfdoding van de familie Klepper denken, één ding is zeker: wij hebben iets nodig dat ons meer waard is dan ons leven. Iets dat groter is dan onszelf, iets waarvoor we bereid te sterven als het van ons gevraagd wordt. Sommigen hebben aan dit heilige vastgehouden door in het verzet te gaan. Jochen had daar de kracht en de sluwheid niet voor. Hij was meer oprecht als de duiven dan arglistig als de slangen (Mattheüs 10:16). Beide is goed; ook de tere duiven kunnen trouw zijn; desnoods op de wijze van Klepper.

Voor ons komt het erop aan op onze wijze trouw te zijn. Wij moeten desnoods liever willen sterven mét Christus en Zijn volk dan ons van hen laten scheiden. Dan zal de zegenende en almachtige Gekruisigde ons opvangen.

V.

Kleppers diepe geloof spreekt nog altijd tot ons in zijn liederen.[4]

“Hoevele zwarte nachten

Van bitterheid en pijn

En smartelijk verwachten

Ons deel nog zullen zijn

Op deze donkre aarde,

Toch staat in stille pracht

De ster van Gods genade

Aan ’t einde van de nacht.”

.

[1] Jochen Klepper, Onder de schaduw van Uw vleugels. Een selectie uit zijn dagboeken (1932-1942), bezorgd door Titia Lindeboom. Heerenveen: Royal Jongbloed 2015.

[2] Klepper, Onder de schaduw van Uw vleugels, 303.

[3] Jochen en Hanni hadden een paar jaren eerder een Christusbeeld gekocht, dat hen bijzonder raakte en troostte.

[4] In het ‘Liedboek voor de kerken’ (1973) gezang 130 en 155. In het nieuwe ‘Liedboek. Zingen en bidden in huis en kerk’ (2013) gezangen 250, 445 en 947. In 2001 werd een vertaling van 29 liederen uitgebracht: Het licht breekt door de wolken, liederen van Jochen Klepper vertaald en herdicht door Titia Lindeboom, Ruurlo: EB Media 2001. In het Evangelisches Gesangbuch (het liedboek van de Evangelische Kirche in Duitsland) werden 12 liederen opgenomen.