Gezonde scepsis

Gezonde scepsis

‘Vertrouw niet op mensen met macht,

op een sterveling bij wie geen redding is.’ (Psalm 146:3)

De democratie heeft het moeilijk in onze dagen. Dat is al vaak geconstateerd, en ieder kan het voor zich steeds opnieuw constateren, bij anderen en misschien ook bij zichzelf. Het feit dat een partij de ene keer 40 zetels kan halen, de volgende keer 10, en de keer daarna misschien weer 40, duidt op een bijzondere instabiele situatie. Dat zoveel kiezers ‘zwevende kiezers’ zijn, is niet goed voor het functioneren van de democratie. Neem daarbij de ‘vlucht uit het midden’ – het feit dat steeds meer partijen, maar ook kiezers zich (uiterst) links of juist (uiterst) rechts opstellen, terwijl het politieke midden leeg raakt – , de veelgehoorde kloof tussen burger en politiek,  het feit dat steeds minder mensen bereid zijn de gang naar de stembus te gaan (ook een opkomst van 70% bij landelijke verkiezingen is in feite een schande voor de democratie), de opkomst van het populisme, de uitholling van het ambt van politicus (lid van de Tweede Kamer zijn lijkt tegenwoordig, net als ouderling in de kerk, geen erebaan meer, maar een hondenbaan) en de opeenstapeling van kabinetten die niet in staat zijn hun termijn af te maken – en er is waarachtig reden je zorgen te maken over de toekomst van de democratie.

Nu kun je daar verschillend op reageren, maar om te beginnen is het misschien goed, nuchter vast te stellen dat de democratie voor het christelijk geloof niet de enig mogelijke staatsvorm is. Een christen kan moeilijk geloven dat het in een democratie persé beter leven is dan in een aristocratie of monarchie. (De totalitaire staat, die geen staatsvorm is, maar de afwezigheid daarvan, laat ik buiten beschouwing) Zoals bekend wordt in het Oude Testament de invoering van de monarchie op zich niet als een hoogtepunt, maar als een dieptepunt in Israëls geschiedenis beschouwd. Later gaat men wel een messias verwachten uit het huis van David, een messias-koning, maar niet voor niets wordt deze messiaanse verwachting, voor zover het om een aards koningschap gaat, in het Nieuwe Testament sterk geproblematiseerd. En in de boeken Samüel wordt Israëls verlangen naar een koning al afgekeurd, omdat alleen God zijn koning is. Iets vergelijkbaars geldt eigenlijk voor elke staatsvorm. Dezelfde afkeuring had moeten plaatsvinden als Israël om een democratie gevraagd had. Aangezien de mens in elke staatsvorm zichzelf regeren wil, is het als zodanig een moeizaam iets. Eigenlijk is alleen de theocratie mogelijk, maar die moet ook onwerkelijk blijven. Politiek bedrijven heeft hoe dan ook iets van een spagaat, iets wat niet kan maar toch zal moeten. En omdat het dan moet, moeten we het vooral nuchter bekijken en primair bezien als een poging van de mens om het in hem zelf sluimerende geweld in bedwang te houden.[1]

En als men dan voor een bepaalde staatsvorm kiest, dan is het vanuit het perspectief van de christelijke traditie nog niet eens duidelijk dat de democratie het meest wenselijk is. Calvijn bijvoorbeeld schrijft aan het slot van de Institutie:

 

“Een monarchie vervalt gemakkelijk tot tyrannie; niet veel moeilijker vervalt een aristocratie tot een partijregering van weinigen; maar het gemakkelijkst vervalt een democratie tot oproer. Indien men die drie regeringsvormen, die de wijsgeren stellen, op zichzelf overweegt, dan zou ik geenszins willen loochenen dat of de aristocratische regeringsvorm, of een vorm, die bestaat uit een juiste vermenging van haar met de democratie alle andere vormen verre te boven gaat.”

 

Calvijn wijst er dus op dat elke staatsvorm een ‘totalitaire variant’ kent. De monarch kan totalitaire trekken krijgen, als hij zich niets meer aantrekt van zijn raadgevers en absolute gehoorzaamheid eist. Maar de democratie kan ook een totalitaire vorm krijgen, als daarin de meerderheid haar wil gaat opleggen aan de minderheid. Dat de democratie juist is uitgevonden om minderheden te beschermen, is een waarheid die ook nu in ons land niet meer voor iedereen evident is. Soms dreigt nu al de democratie totalitaire trekken te krijgen, als we zien hoe er door invloedrijke politici gedacht wordt over de godsdienstvrijheid en welke absurde voorstellen er op dit terrein gedaan worden.Ook met het voorstel tot een verbod op ritueel slachten lijkt het einde hiervan nog niet in zicht. Het besluit om kerkgebouwen niet langer te gebruiken als stemlokalen is minstens even absurd.[2]

 

Christelijke theologen hebben nooit veel van de democratie verwacht, omdat zij met de antieke filosofen (zie Plato’s Politeia) een angst voor de massa delen. Die hebben ze niet gekopieerd van deze Griekse wijsgeren, maar heeft een eigen, unieke en religieuze oorsprong. Die ligt in de ervaring van de massa die schreeuwde ‘Kruisig Hem, kruisig Hem!’ Om bang te worden voor de massa hoeft een christen niet naar een wedstrijdje Feijenoord-Ajax, maar hoeft hij alleen maar te denken aan de veroordeling van Jezus. Sinds de massa hysterisch riep ‘Kruisig Hem!’, kan ik geen onvoorwaardelijk vertrouwen hebben in de democratie. De mens zit zo in elkaar, dat als er één in de sloot springt, iedereen er achteraan springt.

 

Calvijn kiest dus ook duidelijk niet voor de democratie op zichzelf. Alleen in combinatie met een aristocratie zou een democratie wenselijk kunnen zijn. Misschien is dat een van de nijpendste gebreken van onze democratie vandaag, dat zij niets aristocratisch meer heeft. Vroeger had ook onze democratie nog iets adellijks, iets van een aristocratie. Politici straalden dat uit, en sommigen doen dat nog. Zij weten dat het volk soms het best gediend wordt als het weersproken wordt.

 

Onze democratie heeft niets aristocratisch, alleen nog iets olichargisch. Dat is niet hetzelfde. Een olichargie is een regering van een klein clubje, dat geen gezag heeft en ook niet verdient. Een aristocratie is een regering van een klein clubje, dat gezag heeft en ook verdient. Als een aristocratische democratie een olichargische wordt, krijg je wat de sceptische burger nu zegt: ‘Democratie is er maar één dag in de vier jaar.’ Historicus Frank Ankersmit zegt hetzelfde:

 

“Op verkiezingsdag zijn wij als kiezers inderdaad één dag de baas. Dat is mooi, maar het duurt maar erg kort. Want met onze stem dragen we ook de macht over aan de door ons gekozenen. Als de regering ‘x’ wil, maar de grote meerderheid van de bevolking niet, dan zal ‘x’ toch gebeuren.“ (Trouw, 17 december 2011)

 

Dit is altijd al zo geweest, maar pas als de democratie niets aristocratisch meer heeft, gaat het volk het als een probleem beschouwen – en terecht. De roep om een ‘directere’ democratie, door bijvoorbeeld de invoering van referenda, gaat daarom ook niet gaat helpen om deze argwaan weg te nemen. Het is tevens heilloos om deze argwaan van het volk tegen de macht te willen bezweren. Beter is het om, ook vanuit het geloof, de argwaan stem te geven en zo de angel eruit te halen. Er is vanuit de Bijbel ook alle reden om sceptisch te staan ten opzichte van alle macht, ook die van democratisch gekozen politici, en dat van alle partijen. “Vertrouw niet op mensen met macht, op de sterveling, bij wie geen heil is”, staat er bondig in de Psalmen. De kerk moet de ruimte zijn waar de mensen een gezonde scepsis ten opzichte van politiek en macht leren, zonder aan die scepsis ten onder te gaan. Dat smalle pad is de uitdaging die voor ons ligt. Wél gaan stemmen op 12 september, maar zonder al teveel hoop.

 

Eigenlijk wordt juist ten opzichte van de politiek de sceptische ethiek van Prediker gevraagd. Zijn ethiek bestaat uit ‘doen wat je hand vindt om te doen’.  Dat is heel wat anders dan eerst een grootse theorie, een ideaal of een utopie uitdenken en deze vervolgens zoeken te realiseren. Prediker was dat optimisme twee-en-een-half-duizend jaar geleden al gepasseerd. Ethisch handelen krijgt dan iets paradoxaals. De armen helpen, en tegelijk weten dat ‘de armen er altijd zullen zijn’. Niet korten op ontwikkelingssamenwerking, maar tegelijk weten dat er altijd een Derde Wereld zal zijn (als zij het niet meer zijn, zijn wij het wel). Het evangelie verkondigen, en weten dat de meesten niet luisteren. Naar de stembus gaan, en weten dat het volgende kabinet niet beter zal zijn dan het vorige, want er is niets nieuws onder de zon, en alles is ijdelheid.

Maar ook: weten dat alles veel is, voor wie niet veel verwacht (J.C. Bloem), en zo blij zijn met elke keer dat de politie toch komt als je belt; elke keer dat de ambulance op tijd is en elke dag dat we in politieke rust mogen leven. Zoals de Prediker als een kind zo blij is met elke streep zon en elk glaasje water, juist omdat hij ook weet dat de dagen der duisternis vele zijn. Want die streep zon en dat beetje politieke stabiliteit is het geschenk van Hem die alle dingen leidt zoals Hij het wil.

 


[1] Zo ook Gerrit de Kruijf, Ethiek onderweg, hoofdstuk 5.

[2] Heel goed hierover is de politieke analyse van Hans Goslinga in Trouw, 18 augustus 2012, onder de titel ‘Van Aartsen zet aan tot afkeer tegen kerken.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s