Mijn knecht Mark Rutte (Rom. 13:1 / Jes. 45:1, 5)

Mijn knecht Mark Rutte[1]

 

‘Er is geen overheid dan door God’ (Romeinen 13:1)

‘Zo zegt de HERE tot Zijn Gezalfde, tot Kores […]: Ik gordde u, hoewel u mij niet kende.’ (Jes. 45:1, 5)

 

Gemeente van Christus,

 

wij overdenken vanmorgen wat Paulus in Romeinen 13 over de overheid schrijft. We doen dat niet in het luchtledige, maar in de context van de verkiezingsuitslag van deze week. De PVV groter dan het CDA, dat gehalveerd werd. Dat had zelfs Maurice de Hond niet voorspeld.

 

En nu lezen wij wat Paulus schrijft over de overheid. Wat zegt hij? Wel, allereerst dit: “Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheden, die boven hem staan.” Onderwerp je, die opdracht klinkt ons natuurlijk bijzonder onaangenaam in de oren. Als we iets niet willen, is het wel ons onderwerpen aan welk gezag dan ook.

Nu is het ook wel van belang om dat woord onderwerpen dan goed te begrijpen. Het is niet een gedwongen worden je te onderwerpen, het gaat er niet om dat je alle macht uit handen genomen wordt. Bedoeld is meer: ieder mens moet zich voegen in de bestaande orde.

Dat advies geeft de apostel steeds als het gaat om de orde die er in de samenleving is. Hij keert zich steeds tegen de revolutie. Tegen de revolutie in het gezin. Dan schrijft hij: ‘Vrouwen, wees uw mannen onderdanig.’ En: ‘Kinderen, gehoorzaam je ouders.’ Zo schrijft hij zelfs: ‘Slaven, wees je meester onderdanig.’ Paulus predikt geen revolutie, maar zegt steeds weer: voeg je in de bestaande orde.

Daarmee is wel een eigen actieve daad bedoeld: voeg je actief in de bestaande orde. Neem je verantwoordelijkheid daarin. Dat is dus heel iets anders dan mokkend en vervelend je hoofd buigen omdat het niet anders kan. Nee, het is vrolijk en willens, actief, en betrokken je plaats innemen in de bestaande orde. Je plaats als burger. Je niet onttrekken aan de samenleving dus, ook niet als je denkt dat die toch steeds minder christelijk wordt en die toch niet meer te redden is. Ook niet gefrustreerd steeds weer de macht van de troon stoten.

Ik heb de indruk dat heel veel mensen in ons land gefrustreerd zijn in de politiek. De overheid moet voor je zorgen, en als die dat niet doet zoals je het wilt, dan ga je shoppen, of schoppen, zeuren en dreinen als verwende kinderen. Verkiezingen laten dat ook zien: nieuwe partijen worden ineens op het schild geheven, maar als ze de verwachtingen niet waarmaken, raken we direct gefrustreerd en richten we onze torenhoge verwachtingen weer ergens op. Zo kan ineens de SP uit het niets omhoog knallen, nu weer de PVV, maar straks stelt die ook weer teleur, en wordt het weer heel even een ander.

Dat is niet je actief en vrolijk voegen in de door God gegeven orde. Dat is ook op geen enkele manier vruchtbaar.

 

Goed, zegt u, dat snap ik, maar toch blijft het mij dwarszitten dat Paulus schrijft: voeg u in de bestaande orde. Onderwerp u aan de overheid. Het kan toch best zo zijn dat die overheid het helemaal verkeerd doet? Mag je je daar dan niet tegen verzetten?

Dat is een terechte vraag. Maar voordat ik daar op inga, wil ik eerst proberen Paulus nog iets beter te begrijpen. Waarom zegt hij dat zo? Wel, dat verklaart hij er direct bij: “Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheden die over hem gesteld zijn, want er is geen overheid dan van God en de overheden die er zijn, zijn door God ingesteld.”

 

Dat lijkt een rare gedachte als je net naar de stembus geweest bent. “Hallo, wij leven in een democratie, en wij bepalen dus welke overheid we krijgen! Wij brengen toch onze stem uit, en zo bepalen we samen wie in de tweede kamer komen, wie ons regeren zullen. Er is geen overheid dan door de keuze van het volk, dat had er moeten staan!”

Toch niet, zegt Paulus. Als je echt gelooft dat God God is, dan moet je ook geloven dat de macht van de overheid onder de macht van God staat. Dan moet je ook geloven dat God het is die deze wereld regeert. Daarvoor gebruikt hij machthebbers, overheden, maar die staan dan onder God. Zij worden zelf ook weer bestuurd en wel door God. Er is geen overheid dan van God, lezen wij. Je kunt ook vertalen: er is geen overheid dan door God. En ook: er is geen overheid dan onder God. God staat boven alles en allen. Hij regeert deze wereld ten diepste. En Hij gebruikt daarvoor de overheid. Daarom ontmoeten wij in het gezag van de overheid het gezag van God.

 

Nu zegt u: ‘Ja, maar dat geldt toch zeker alleen als het een goede, christelijke, fijne overheid is? Kijk, voor David kan ik dat begrijpen. Koning David was een instrument in Gods hand. Door hem regeerde God de wereld. Maar dat geldt toch niet als je zelf niet gelooft?’

Nou, juist wel! Of God je leven leidt, heeft met je geloof niks te maken. God leidt het hoe dan ook, omdat Hij God is. Zo is het ook met de overheid. Of het een christelijke overheid is of niet, heeft niet te maken met de vraag of God daardoor ons regeert. Dat doet Hij sowieso. Zij staat hoe dan onder God, bestaat hoe dan ook door God.

Paulus is een jood, een joodse christen, en hij leeft in het heidense Romeinse rijk, waar talloze goden gediend worden, maar niet de God van Jezus Christus. Die romeinse overheid bezet het heilige land Israël en heeft Christus gekruisigd. Er is geen democratie en gewone burgers hebben in dat rijk niks te zeggen. Christenen nog minder. Voor hen zijn geen banen bij de overheid weggelegd.

Toch zegt Paulus van deze overheid: alle overheid is door God en onder God. Voor ons maakt het wel veel uit in wat voor soort samenleving we leven, maar voor God niet. God kan de wereld net zo goed regeren door een heidens gezag dan door een christelijke overheid. God regeert de wereld hoe dan ook. Je voegen in de orde is dus je voegen in Gods orde.

 

Nu hebben wij een revolutie in het politieke landschap meegemaakt. Een aardverschuiving. De christelijke politiek uit het machtscentrum weggevaagd. Dat roept veel vragen op, de kranten stonden er deze week vol van. Waarom gebeurt dit zo? Is het voor even, of betekent het misschien wel dat het met de christelijke politiek helemaal gedaan is? Hoe erg is dat dan? En wat staat ons te wachten?

Welnu, hoe het ook wordt, wij moeten nooit gaan denken: God raakt zijn regering kwijt. Dat denken wij gauw: als de christenen niet meer regeren, dan regeert God ook niet meer. Maar zo is het niet. God is onaantastbaar. Hij kan elke regering gebruiken in zijn hand.

 

We hebben daar nog een heel treffend voorbeeld van gelezen in Jesaja. Het volk is in ballingschap gevoerd naar Babel, onderworpen aan een heidense overheid. Je zou denken: nu kan God ook niks meer. Dat denken de Israëlieten ook. Maar Jesaja weet beter. Hij zegt dat Kores, de heidense Perzische koning Cyrus, een knecht, ja de gezalfde van God is. Die vorst zal het volk Israël weer terug laten keren naar het land Israël. God zegt: die koning, die mij niet eens kent, is toch mijn knecht. Het staat er een paar keer met nadruk: ‘hoewel je Mij niet kent, Kores, ben je wel een instrument in mijn hand.’ Kores leidt Israël naar de vrijheid. Zoals Mozes Israël naar de vrijheid leidde. Mozes kende God, Kores niet. Voor Mozes en Kores maakt dat wel uit, maar voor God niet. Voor God zijn ze allebei even bruikbaar.

 

Zo moeten wij nu ook over onze politici denken. Zij zijn knechten van God, of ze dat nu weten, willen, en geloven of niet. Dat geldt ook voor Mark Rutte, en voor wie dan ook. God zegt: mijn knecht Mark Rutte, door wie ik nu, misschien, een poosje wil regeren. Als u de politici ziet op de TV, dan moet u maar denken: daar gaat weer een knecht van God. Mijn knecht Geert Wilders, mijn knecht Job Cohen.

 

Maar nu dan toch nog over het verzet. Als die nieuwe regering nu van alles bedenken zou, dat met het christelijk geloof in strijd is? Mag je je ook nog eens tegen de overheid verzetten? Of moeten we al het kwaad van de overheid maar goedkeuren en over ons heen laten komen? Zo is dit gedeelte soms wel gebruikt. In de tweede wereldoorlog waren er christenen die met een beroep op deze tekst zeiden: ‘wij verzetten ons niet tegen Hitler, want alle overheid is van God gegeven.’

Maar dat is misbruik van deze tekst. Dat de overheid een dienares van God is, betekent niet dat alles goed is wat zij doet. Dat wij in de hand van de overheid de hand van God ontmoeten, betekent niet dat het allemaal goed is wat die hand doet. En als het niet goed is, moeten wij ons verzetten.

Maar: ook als de overheid niet goed is, blijft zij de dienares van God. Dat betekent: als de overheid ons kwaad doet, ontmoeten wij in de overheid de slaande hand van God. Het staat zo diep en donker in Jesaja 45, we hebben het gelezen: “Ik ben de HERE, die het licht formeer en de duisternis schep, die het heil bewerk en het onheil schep.” Dat betekent voor ons dit: ook als wij met onze kerk en met ons volk een tijd tegemoet gaan, waarin wij nog veel meer dan nu afstand moeten doen van Nederland als christelijke natie, dan ontmoeten wij ook daarin de hand van God.

God bevrijdde Israël niet alleen uit Egypte. Hij liet het volk ook in ballingschap gaan. Zo heeft Hij ons niet alleen een christelijk Nederland gegeven. Híj is bezig het van ons af te nemen.

Moet je je daar dan niet tegen verzetten? Jawel. Het volk verzette zich ook tegen de ballingschap. Het vocht tegen de Babyloniërs. Dat moest ook. Maar tegelijk moest het in de ballingschap de hand van God erkennen.

Zo moeten wij ook beide tegelijk doen. Ons tegen de overheid verzetten, als zij zich tegen God verzet. En tegelijk beseffen dat zij nooit iets anders dan dienares van God kan zijn en dat wij, als wij ons tegen de overheid verzetten, wij ons dus verzetten tegen Gods hand. Maar God wil dat wij ons tegen Hem verzetten, op de dag dat Hij het kwade schept en het duister.

 

Als wij straks een nieuw kabinet hebben, en het bevalt ons niet, dan worden we dus niet revolutionair. We trekken ons ook niet terug op ons eigen erf. We gaan ook niet gefrustreerd van de ene partij naar de andere hoppen, als verwende kinderen die niet krijgen wat ze willen. We voegen ons met verantwoordelijkheid en in vrijheid in de orde, die wij ontmoeten, omdat die orde de orde is waarin God nu met ons wil omgaan.

 

Zo leert Paulus ons hoe we christen kunnen blijven, wat er in de samenleving ook verandert. Christen zijn kan overal en altijd. Het kan gemakkelijker hier dan in Saudi Arabië of Noord Korea, maar het kan ook daar en christenen bewijzen het. Het kan gemakkelijker in een democratie zoals nu, maar het kon ook in een dictatuur en Paulus bewijst het. Het kon gemakkelijker in Nederland als een christelijke natie, maar het kan ook als Nederland niets meer van een christelijke natie heeft. Paulus wil ons zeggen: ook dan is het mogelijk om kerk en christen te zijn. Ook dan kun je je voegen in de orde, omdat elke orde gehoorzaam is aan God. Amen.


[1] Sterk ingekorte preek, gehouden op de zondag na de laatste landelijke verkiezingen (13 juni 2010), te Mastenbroek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s