Maarten ’t Hart, Het woeden der gehele wereld

I.

De roman ‘Het woeden der gehele wereld’ (1993) van Maarten ’t Hart kreeg de prijs voor de beste misdaadroman van het jaar 1993, hoewel je je kunt afvragen of het wel een misdaadroman is. Het is vooral een identiteitsroman, waarin gesuggereerd wordt dat de kunst (i.c. de klassieke muziek) de plaats van God heeft ingenomen en dat wij alleen in de kunst een schuilplaats kunnen vinden.

II.

Het verhaal bestaat uit drie delen. Het eerste deel vertelt de ges­chiedenis van een mislukte vluchtpoging uit Nederland in de meidagen van 1940. Enkele personen, die in de roman steeds weer terugkomen, proberen op een haringlogger te ontkomen naar Engeland. Ze worden echter door een Duitse onderzeeër ontdekt, de logger wordt tot zinken gebracht en ze roeien in de reddingboten terug naar Nederland. De bemanningsleden zijn onder andere: Willem Vroombout, Arend Vroombout en Leen Varekamp. Onder de vluchtelin­gen bevinden zich een joodse violist en zijn vrouw, die door Simon Minder­hout zijn overgehaald te vluchten, en Alice, een Engelse vrouw.

Deel twee vertelt het leven van Alexander (Alex) Goudveyl, die we in het eerste deel niet tegenkwamen. Het gezin woont in een plaatsje aan de Nieuwe Waterweg, maar is daar niet van afkomstig en wordt een beetje met de nek aangekeken. Alex wordt vreselijk gepest. Op een keer ontkomt hij zelfs ternauwernood aan een troep vijandige kereltjes die hem onder water proberen te duwen. Sindsdien wordt hij achtervolgd door de gedachte dat God hem wil doden, zoals hij op school gehoord heeft dat God Mozes wilde doden. De politieman Arend Vroombout (die we kennen uit deel 1) beschermt hem enigszins tegen de treiterende jongens en compensatie vindt Alex in pianospel. Ondertussen is agent Vroombout ook niet echt een fijn personage. Hij chanteert de ouders van Alex, en hij vraagt Alex om voor hem zijn broek te laten zakken.

Dan wordt Vroombout doodges­choten. Alex wordt ondervraagd. De pedofiele interesse van de agent stuurt het onderzoek naar de moord aanvankelijk in die richting, maar dit onderzoek loopt dood. Alex krijgt echter contact met de Engelse Alice (die we al kennen uit deel 1), die hem pianoles gaat geven. Alice lijkt meer te weten over de moord. Ook maakt Alex kennis met apotheker Minderhout (die we ook kennen uit deel 1), omdat die een mooie vleugel heeft waar Alex op mag spelen. Minderhout vertelt dat Vroombout in de oorlog `fout’ is geweest. Alex gaat denken dat Minderhout de moord op Vroombout heeft gepleegd. Ook heeft hij het idee dat de moordenaar zal terugkomen om hem ook te doden. Dit idee bezweert hij door het luisteren naar en spelen van klassieke muziek, vooral Bach.

Na het eindexamen, als Alex farmacie studeert, leert hij het echtpaar Edersheim kennen, dat ook aan boord van de logger is geweest, samen met een ander echtpaar. Van dat paar heeft alleen de man, Aäron Oberstein, de oorlog overleefd. Ook zij worden verdachten. Dan komen zijn ouders hem in Leiden opzoeken. Ze willen hem kennelijk iets vertellen, maar pas na lange aarzeling zegt zijn vader dat ze in de oorlog in de voddenzaak van een jood zijn gestapt die door de Duitsers was weggevoerd. Ze kwamen toen uit Rotterdam, waar ze ook Arend Vroombout hebben ontmoet, die hielp bij razzia’s. Het is kennelijk niet het hele verhaal, maar de rest krijgt hij niet te horen. Twee dagen na dit bezoek sterven zijn ouders. Als Alex de papieren opruimt, ontdekt hij dat zijn zuinige vader twee maal een grote som geld heeft geleend aan Vroombout, zonder dat het ooit werd terugbetaald.

In deel drie heeft Alex zowel Minderhout, Alice als de Ederheims uit­genodigd, omdat hun vriend Aäron Oberstein – inmiddels de schoonvader van Alex – weer in Nederland is. Alex beschuldigt Aäron dan openlijk van de moord op Vroombout. Aäron vertelt dan dat hij getuige is geweest van de moord, maar niet de moordenaar. Die stond in het gangetje naar het huis. Alex beseft dan dat zijn vader of moeder de dader geweest moet zijn. Aäron bekent wel dat hij Vroombout haatte, omdat die zijn vrouw in 1944 aan de Duitsers had overgeleverd, terwijl hun pasgeboren kind achterbleef bij een kinderloos echtpaar. Door dit zinnetje snapt Alex dat hijzelf dat kind moet zijn en dus nu naast zijn vader staat: zijn schoonvader is zijn vader.

III.

De motto’s van het boek zijn de bijbeltekst `En het geschiedde op de weg, in de herberg, dat de Heere hem tegenkwam en zocht hem te doden.’ (Exodus 4 vers 24), en enkele muziekregels, uitsluitend genoteerd in notenschrift. De titel (‘Het woeden der gehele wereld) is afgeleid van de passage: `we luisterden naar cantate 80, de cantate waarin Bach het woeden der gehele wereld oproept en ook weer bezweert’ – maar deze formulering komt ook voor in artikel 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, waar gezegd wordt dat God zijn kerk in stand houdt ‘tegen het woeden der gehele wereld’.

Motto’s en titel samen geven eigenlijk de hele grondgedachte van het boek aan. Alex heeft het idee dat de hele wereld tegen hem samenspant, dat de moordenaar van Vroombout ook hem zoekt te doden, en verbindt dit met het idee dat God dit wil. Vrijwel het enige moment, dat Alex’ obsessie van de wrekende God verdwijnt, is als hij naar Bach luistert. Door de verwijzing van de titel naar de Nederlandse Geloofsbelijdenis ontstaat het idee, dat de muziek hier de plaats van God inneemt. De muziek bewaart het individu tegen het woeden der gehele wereld, terwijl God juist in het woeden zit, als negatieve kracht. Dat deze gedachte niet uit de lucht gegrepen is, blijkt uit vergelijking met ander werk van Maarten ’t Hart. De muziek neemt hier vaker de plaats van de christelijke religie in, bijvoorbeeld in de roman ‘De droomkoningin’ (1980). Terwijl voor de ouders van ’t Hart – zoals voor veel religieuze mensen – waarschijnlijk de religie de manier was om met de onaangename kanten van het leven om te gaan, om troost te vinden, zo vindt de zoon troost in de muziek van met name Bach en Mozart. Kunst verzoent met het onaanvaardbare door het tot schoonheid te verheffen.

In deze zin kan de romankunst van ’t Hart dus wel zeker aangeduid worden als vervuld van een religieus verlangen. Ook bij ’t Hart kan de mens zijn geluk niet op aarde vinden, ook niet in de liefde. De hoofdpersonen zijn meestal eenzame figuren. In de muziek ervaren zij iets dat bovenaards is. Soms kan dit dan ook gepaard gaan met een heimwee naar het verloren gegane gereformeerde geloof van de kindertijd. Dit is bijvoorbeeld aan de orde in het Boekenweekgeschenk van 1984, ‘De ortolaan’. Ook in ‘De kroongetuige’ (1983; net als ‘Het woeden der gehele wereld’ een detective, zijn eerste) komt een positievere houding ten opzichte van het geloof voor.

Men kan zeggen dat ’t Hart het christendom niet serieus neemt en slechts ironisch kan vertekenen. En ongetwijfeld zit er veel van zulke bijzonder humoristische vertekening in deze roman. Een dominee bijvoorbeeld die preekt over Jona in drie punten: Jona op de tong van de walvis, Jona in de keel van de walvis en Jona in de maag van de walvis. Toch begrijpen we ’t Hart alleen, als we dat alles plaatsen binnen de grondthematiek van zijn werk, waarin meestal het identiteitsprobleem aan de orde is, en dan met name de vraag hoe om te gaan met het noodlot van de eenzaamheid. Ook deze roman is een psychologische roman meer dan een misdaad- of dorpsroman. Alex heeft al als kind het gevoel er niet bij te horen, niet alleen omdat hij gepest wordt, maar vooral omdat zijn ouders eigenlijk vreemden voor hem zijn. In die vervreemding is de muziek zijn enige houvast. Voor ’t Hart is dit ongetwijfeld allemaal sterk autobiografisch, maar het is ook meer dan dat. Het weerspiegelt een tijd waarin het christendom zijn oorspronkelijke kracht voor velen verloren heeft, en in de leegte die dit achterlaat de religie van de kunst gaat bloeien. Als God geen schuilplaats tegen het woeden meer biedt, en de mensen in feite ook niet te vertrouwen zijn, dan kan men altijd nog schuilen in de kunst. Dat is een weg die vooral een elite, maar ook een deel van het ‘gewone volk’ (met dan andere muziek) in de negentiende en twintigste eeuw is gegaan.

Literatuur:

Primair:

M. ’t Hart, Het woeden der gehele wereld

Secundair:

Jaap Goedegebuure, ‘Maarten ’t Hart’, Kritisch literatuur lexicon, februari 1992.