Renate Dorrestein, Want dit is mijn lichaam

Renate Dorrestein, Want dit is mijn lichaam, boekenweekgeschenk 1997, 94 pp.

I.

Renate Dorrestein (1954) werd geboren in een Amsterdams advocatengezin. Ze komt uit een rooms-katholiek gezin. Ze debuteerde in 1983 met ‘Buitenstaanders’. Veel van haar romans gaan in op maatschappelijke misstanden en actualiteiten. Dorresteins zus pleegde zelfmoord en zelf heeft zij sinds 1991 de ziekte ME. Deze dingen werken ook door in haar schrijven. Ze is bewust kinderloos gebleven.

II.

De titel van het boekenweekgeschenk verwijst uiteraard naar de instellingswoorden van het Avondmaal/de eucharistie, als de predikant/priester de woorden van Christus uitspreekt: “Want dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt.” In deze novelle verwijst de titel evenwel in het algemeen naar het thema ervan: de lichamelijkheid. Ironisch en inlevend tegelijk beschrijft Dorrestein de huidige lichaamscultus.

Casper en Xandra Olson laten niets aan het toeval over. Hun eerste kind zal een jongen zijn, dat heeft de genderkliniek gegarandeerd. Daarna een meisje, zo is hun plan, en dan nieuwe borsten voor Xandra en voor de kids een blonde labrador.

Ook de norse schilder Job Olson, Caspers beroemde grootvader, is heer en meester over zijn lijf en leden en zijn lot, totdat hij kort na zijn huwelijk met de veertig jaar jongere Felicity wordt getroffen door een beschamende kwaal. Tot overmaat van ramp wordt in zijn tuin bij toeval het stoffelijk overschot van zijn eerste echtgenote gevonden. Job wordt zo door de verwikkelingen in beslag genomen, dat zijn werk er bij in dreigt te schieten.

Zijn kreupele dochter Maria, die al levenslang zijn enige model is en wier beeltenis in musea over de hele wereld hangt, vreest dat al zijn schilderijen in hun lijst zullen vervagen en verbleken als Job de draad niet weet op te pakken.

III.

Volgens dit boek leven we in een cultuur waarin het christelijk geloof voorgoed verleden tijd is. Geen van de hoofdpersonen hangt een of ander geloof aan. Slechts af en toe is er een vaag gevoel van een `overkant’, zoals bij Maria die na de dood van haar moeder een tekening van de hemel maakt. Het kan geen toeval zijn dat juist Maria, degene die door haar handicap niet voluit mee kan doen aan de lichaamscultus, nog enig religieus besef bewaard heeft. Maar ook bij haar vinden we er later niets meer van terug. Hoewel zij door haar handicap elke dag geconfronteerd wordt met de beperkingen van het leven, en zij soms daardoor een anti-figuur lijkt, wordt ook zij op haar manier bevangen door de lichaamscultus: ’s nachts belt ze 06-lijnen waar ze een bepaald genot aan beleefd (ze kan zo ook fantaseren over een eigen volmaakt lichaam) en feitelijk bestaat Maria alleen op de schilderijen van haar vader. Voor haar vader heeft ze slechts waarde als model voor zijn schilderijen, en zo is ze ook zichzelf gaan zien. Maria vond ik een van de meest fascinerende personages uit het boek. 

IV.

In plaats van het christelijk geloof is hier de overtuiging gekomen dat de mens zijn eigen maker is. Toch laat Renate Dorrestein duidelijk zien dat dit nieuwe geloof niet zaligmakend is. Ieder van de hoofdpersonen krijgt op zijn/haar manier te maken met de grenzen van deze maakbaarheid: Job heeft een beschamende kwaal die niet genezen kan worden; het eeuwige gezeur over diëten, pilletjes, kalorieën en dergelijke verpest de relatie tussen Casper en Xandra; Felicity beseft op haar beste momenten dat niet het fitnesscentrum maar Job’s liefde voor haar haar gelukkig maakt. De mens is niet zijn eigen maker, al is dat wat hij verlangt, waar hij alles voor over heeft. Er blijven allerlei dingen die hij niet in zijn macht heeft.

IV.

Dit leidt bij Dorrestein echter niet tot pessimisme, en ook niet tot een terugverlangen naar het christendom. Er blijft ook aan het slot van deze novelle hoop voor de toekomst, hoop die niet in iets buiten ons ligt, maar in ons en in onze relaties met elkaar. Er klinkt een positief mensbeeld in door. Er zijn wel wat strubbelingen, maar die kunnen we ook met ironie bekijken, en de mens is ook wel in staat die strubbelingen te overwinnen. Als we een beetje leren lachen om de huidige lichaamscultus, dan ontdekken we weer dat de liefde eigenlijk de hoogste waarde is, liefde van onvolmaakte mensen voor onvolmaakte mensen.

(1997)