William Shakespeare, Hamlet

Renaissance

Shakespeare behoort bij de periode van de Renaissance. De Renaissance begon aan het einde van de 15e eeuw. De snelle verspreiding ervan werd mogelijk gemaakt door de introductie van de boekdrukkunst door William Caxton (1476).

De Renaissance is een complexe beweging. Het is het einde van de Middeleeuwen. Tijdens de Renaissance werden alle oude waarden kritisch beoordeeld: sociale, wijsgerige en literaire problemen, de Bijbel en de dogma’s van de kerk. Tijdens de Renaissance komt nieuw onderzoek op in alle mogelijke richtingen, niet langer bekneld door de kaders van de Middeleeuwen.

Sonnetten en blank verse

Shakespeare schreef vele sonnetten, een dichtvorm die in de Renaissance bewonderd werd. Een sonnet is een 14-regelig lyrisch gedicht met een vaste vorm, rijm en metrum. De Engelse of Shakespeariaanse dichtvorm is een sonnet met het rijm abab cdcd efe fgg.

Shakespeare werd ook bekend vanwege zijn gebruik van ‘blank verse’. ‘Blank verse’ is een vers zonder rijm, gewoonlijk in regels van vijf jamben (ieder kort-lang).

Leven

Shakespeare werd geboren in Stratford on Avon, in 1564. Hij stierf in 1616. Zijn vader was een schoenmaker. Zijn moeder was de dochter van een aristocratische familie van landeigenaren. William was het derde kind en het eerste dat zou blijven leven. Hij ging vanaf zijn zevende jaar naar school. In 1587 (23 jaar oud) ging hij naar Londen en sloot zich aan bij een groep acteurs genaamd ‘The Queen’s Men’. Hij was zelf maar een matige toneelspeler. Toen Shakespeare naar Londen kwam, was koningin Elisabeth 53 jaar oud en al 28 jaar koningin. Mary, de koningin van Schotland was het jaar ervoor geëxecuteerd. De Armada werd een jaar later verslagen. Een paar jaar later verliet Shakespeare The Queen’s Men en sloot zich aan bij de beroemde toneelgroep van ‘The Lord Chamberlain’s Men’, het beste toneelgezelschap van die tijd, dat vaak aan het hof speelde.

Werken

Hij schreef onder meer de historische toneelstukken Henry VI, Richard III, Richard II, Henry IV. Nog beroemder werden zijn tragedies, waaronder Julius Caesar, Coriolanus en Anthony and Cleopatra (drie Romeinse tragedies), Romeo and Juliet, Hamlet, King Lear, Macbeth en Othello. Hij schreef ook komedies: A Midsummer Night’s Dream, As you like it, Much ado about nothing, Twelfth night en The merchan of Ballas. En ten slotte de romantische stukken: Cymbeline, The winter’s tale en The tempest.

Hamlet

‘Hamlet’ werd geschreven tussen 1601 en 1608. Shakespeare was toen ongeveer 40 jaar oud. Mogelijk had hij de Franse vertaling van de ‘legende van Amleth’ gelezen uit de ‘Historia Danica’, en heeft hij deze voor zijn stuk gebruikt.

Het verhaal van de legende lijkt op dat van het stuk, maar is veel grover, ordinairder. Amleth overleeft en wordt koning. Hamlet daarentegen is een wraak-tragedie waarin de opdracht om wraak te nemen op de schouders van de held drukt. Moord moest gewroken worden, omdat algemeen werd aangenomen dat de ziel van een vermoorde persoon niet kon rusten totdat deze was gewroken. De held wordt gevraagd iets te doen waar hij niet zeker van is. Daarom duurt het zo lang voordat Hamlet tot handeling overgaat. Hij moet zijn leven opofferen en degene van wie hij houdt om aan het licht te brengen wat verborgen is, de feiten aangaande zijn vaders dood. Hij verliest zijn geloof in het leven en in de liefde en terwijl hij zich als gestoorde voordoet om tijd te winnen, wordt hij bijna echt gek omdat het hem teveel is. Wat Hamlet zo’n interessant stuk maakt, is het feit dat Shakespeare het geweten hier zo sterk introduceert. Dit maakt het thema bijna modern. Naast het geweten spelen bovendien alle menselijke emoties en gebreken een rol: hebzucht, liefde, nieuwsgierigheid, macht, manipulatie, sterke en zwakke karakters.

Thema

Het thema van ‘Hamlet’ is de dunne grens tussen goed en kwaad, de manier waarop mensen zich verbergen achter valse pretenties, kwaad dat meer kwaad voortbrengt: om kwaad te verbergen moet meer kwaad worden gedaan. Het stuk gaat ook over de manipulatie van zwakke mensen door sterke karakters. Zo gebruikt Claudius Rosencrantz en Guildenstern en ook Laertes.

Taal

Het stuk is geschreven in ‘blank verse’ (zie boven). Soms wordt proza gebruikt om een gebrek aan emotie aan te geven, of een verschil in sociale klasse (de dienaren en grafdelvers spreken nooit in poëzie), en in de scenes waarin Hamlet doet voorkomen dat hij gek geworden is.

Structuur

Het stuk is verdeeld in vijf acten en elke act in meerdere scenes. De setting is meestal het kasteel van Elsinore, met uitzondering van enkele scenes daarbuiten.

Karakters

Karakters zijn: een geest, Claudius, Gertrude, Hamlet, Polonius, Ophelia, Laertes, Horatio, Rosencrantz en Guildenstern.

De geest: Dit is de geest van Hamlets vader, de koning van Denemarken. Deze is mysterieus maar betrouwbaar. Hij was een nobel mens, een goede koning, loyaal aan zijn volk, geliefd door het volk, een goede vader en goede echtgenoot, en zeer geliefd door Gertrude. De moord op hem moet gewroken worden voordat hij rust kan vinden. Hij is vermoord door Claudius, zijn broer.

Claudius: ambitieus, kwaad, op zoek naar macht. Hij vermoordt de koning en is bereid om meer kwaad te doen om oude boosheden te verbergen. Hij houdt van veel drinken en vrouwen. Hij is het tegenovergestelde van zijn broer, de voormalige koning. Hij is niet geïnteresseerd in het Deense volk. Hij is hypocriet en manipuleert mensen. Oprecht is alleen zijn liefde voor Gertrude. Op één moment in het stuk wil Hamlet Claudius doden, terwijl deze aan het bidden is. Hij doet dit echter niet, omdat Claudius dan naar de hemel zou gaan. Claudius gelooft niet dat Hamlet echt gek is, daarom wil hij hem naar Engeland sturen. “If this is madness, there is a method in it.”

Gertrude: een tamelijk zwakke persoonlijkheid, kan gemakkelijk beïnvloed worden door anderen. Zij heeft haar vorige man (de vermoorde koning) beloofd nooit met een ander te zullen trouwen, maar huwt Claudius al binnen twee maanden. Zij verandert gemakkelijk van gedachten. Ze weet dat ze verkeerd zit, maar vergeet het. Gertrude’s handelingen maken Hamlet onzeker en mede daardoor verliest hij het geloof in de liefde die vrouwen voor mannen voelen: in concreto de liefde van Ophelia voor hem.

Hamlet: een denker, hij probeert tijd te winnen door zich als gestoord voor te doen, hij houdt van studeren en lezen. Hij zou niet snel of impulsief handelen. Hij is ook niet praktisch. Zijn relatie met Ophelia begint onder druk te staan als zijn moeder met zijn oom Claudius trouwt. Hij verliest daardoor zijn vertrouwen in vrouwen. Vrouwen zijn te zwak. Hij zou een man zoals zijn vader geweest zijn. Nu voelt hij zowel liefde als haat voor zijn moeder. De enige persoon die hij vertrouwt en bij wie hij zijn gedachten kwijt kan, is Horatio.

Polonius: hij is te nieuwsgierig. Hij houdt ervan zich met anderen te bemoeien. Hij doet dit om macht te verwerven. Hij denkt dat Hamlet gek geworden is vanwege een door Ophelia afgewezen liefde. Hij is hypocriet. Zijn nieuwsgierigheid wordt zijn dood.

Ophelia. Zij staat voor iemand die in de steek gelaten en afgewezen wordt. Alles wat Hamlet haar vertelt, brengt haar in de war, maar zij kan met niemand er over spreken. Zij wordt echt gek. De bloemen die zij aan de mensen geeft, geven aan dat zij wel de karakters van ieder kent.

Laertes: zoon van Polonius, broer van Ophelia, heeft in Frankrijk gestudeerd en is teruggekomen voor de bruiloft. Hij komt terug na zijn vaders dood. Hij is heel impulsief en roekeloos. Hij wordt gemakkelijk door Claudius beïnvloed.

Horatio: vriend van Hamlet. Betrouwbaar, kan goed luisteren. Hij wordt door niemand beïnvloed, een zelfstandig iemand. Aan het einde moet Horatio alles vertellen aan het volk en Fortinbras.

Rosencrantz en Guildenstern: onbelangrijk, geen karakters op zichzelf. Zwakke karakters, die door Claudius beïnvloed worden. Claudius vraagt hen om naar Elsinore te komen, naar hij zegt om Hamlet op te vrolijken maar in werkelijkheid om te zien of Hamlet echt gek is, of maar doet alsof, en of hij weet van de moord of niet. Hamlet heeft hen echter door.

Opvallende scenes

Er vindt in het stuk nog een stuk plaats: een toneelgroep komt langs op het kasteel en speelt voor de koning. De functie hiervan is uit te vinden of de geest de waarheid heeft gesproken. Koning Claudius reageert heel sterk, is doodsbang. Dan weet Hamlet hoe het zit.

Er zit ook een scene van grafdelvers in het stuk. Tijdens die scene krijgen we de mening van de gewone man te horen. Zij spreken over zelfdoding, omdat je in dat geval niet in gewijde grond begraven kon worden. In het geval van Ophelia is het anders. Als zij tot het gewone volk had behoord, zou zij niet begraven zijn. In dit geval heeft de rechter echter gezegd, dat het water haar overstelpt heeft, en het dus geen zelfdoding is. Er wordt in deze scene gewone taal gesproken. Bovendien is de scene grappig en daardoor een belangrijke lichte toets in een zwaar stuk.

Literatuur

Shakespeare, Hamlet

Arjan Plaisier, Is Shakespeare ook onder de profeten? Theologische meditaties bij zeven stukken van Shakespeare, 2008 (m.n. p 84-106)