Herman Westerink, Verlangen en vertwijfeling

De ondertitel van dit boek is: ‘Melancholie en predestinatie in de vroege moderniteit’ (Sjibbolet, 2014). De auteur is van vrijzinnig Hervormde huize, studeerde en promoveerde op een godsdienstpsychologisch onderzoek naar een van de theologen van de Nadere Reformatie: Willem Teelinck (Met het oog van de ziel. Een godsdienstpsychologische en mentaliteitshistorische studie naar mensvisie, zelfonderzoek en geloofsbeleving in het werk van Willem Teellinck; 2002). Hij is nu verbonden aan het Titus Brandsma Instituut en de Radboud Universiteit Nijmegen. Dit boek is een uitwerking van de thematiek van zijn proefschrift. Westerink vraagt zich onder meer af waarom juist in de Reformatie de predestinatieleer zo’n belangrijke rol gaat spelen. Zijn antwoord hierop is dat de Reformatie deel uitmaakt van de moderniteit en dat in de moderniteit een nieuw soort vrijheid, maar daarmee ook de mogelijkheid van een nieuw soort wanhoop en vertwijfeling ontstaat: de vertwijfeling jegens de aanwezigheid van God. Ook de Nadere Reformatie is dus een modern en niet een premodern verschijnsel. Het kent net als de filosofische moderniteit (Descartes) en de atheïstische moderniteit de ervaring van de afwezigheid van God en de radicale twijfel. Dit verdiept in deze traditie het geloofsbegrip. Het bijzondere van de studie van Westerink is dat hij het denken van de 16e en 17e eeuwse theologen verbindt met de psycho-analyse van Freud en Lacan. Het wordt een psycho-analytische lezing van de vroegmoderne vroomheid. Een uitermate interessant project dat de Nadere Reformatie uit de stoffigheid van de ultra-Refo-zuil in het midden van de cultuur trekt. Van harte aanbevolen.

Een interview met de auteur over zijn boek in het Reformatorisch Dagblad: Interview