Claudia erbij geroepen (Preek Mattheüs 27:19)

Doopdienst

Gemeente van Christus,

je kent vast wel dat gevoel dat je een keer een verkeerde keuze hebt gemaakt en dat je er daarna vervolgens eigenlijk niet van afkomt. Dat je erover blijft liggen malen en piekeren.
Dat je wakker ligt en twijfelt. Dat je denkt, had ik het maar anders gedaan. Soms zijn het kleine dingen, je zei iets bot tegen iemand en s’avonds als je in bed stapt, dan denk je daar ineens aan terug.
Soms zijn het ook grote beslissingen, dingen die echte gevolgen hebben. Ze blijven je bij en je komt er niet los van. Je geweten spreekt tot je.
Dat kun je ook hebben als je medeverantwoordelijk bent voor iets. Niet de eerste, maar toch, je bent er wel bij. Die jongen in je klas, je weet het nog precies van vroeger al, is het misschien al heel lang geleden, die gepest werd. En jij deed niet mee met dat pesten, maar je deed er ook niks tegen. En zo werd je eigenlijk toch medeverantwoordelijk. En je weet hoe het met die jongen is afgelopen. Hoe die er z’n hele leven last van hield. En dan zit het jou ook dwars, want ergens heb jij ook meegedaan.
Ik las pas een geschiedenis van iemand, een misdadiger, die had een ander doodgeschoten. Degene die hem het wapen had verkocht, die hoorde daarvan. Die wist, dat is met het wapen gebeurd, dat ik hem verkocht heb. Toen greep hij toch nog niet in, maar de man doodde nog iemand en nog iemand. Hij werd een seriemoordenaar, met dat wapen. Toen dacht die wapenhandelaar, ik stap naar de politie. Een wapen verkopen aan iemand is één ding, maar als die ander ermee gaat schieten, dat is toch nog wat anders.
Vandaag lezen we over iemand die ook in zo’n soort situatie zit. De vrouw van Pilatus. De vrouw van, ja maar toch, zo dicht bij haar man, zo ook betrokken in alles, medeverantwoordelijk, toch ook, voor wat er gebeurt. En bezorgd. Om het proces tegen Jezus.

Claudia, heet deze vrouw van Pilatus volgens de traditie. In de Bijbel heeft ze geen naam, maar de latere traditie heeft ze wel een naam, Claudia. En als je goed kijkt op deze ets van Rembrandt, dan is ze er ook een beetje bij, want je ziet Pilatus en Jezus hier op het bordes staan. Als je goed kijkt, dan zie je links van Pilatus ook nog een jongen met een waskom, waar Pilates zijn handen in zal wassen. Voor het podium zie je twee groepen mensen. Links de schare. En rechts de elite, zal ik maar zeggen. En dan zie je boven ook nog raampjes. En rechtsboven uit dat raampje, daar kijkt de vrouw van Pilatus mee. Zo heeft Rembrandt dat bedoeld. Zij is erbij. En zij voelt zich medeverantwoordelijk. Je wordt ook ergens ingezogen. Dan ben je ook medeverantwoordelijk.

Zo is het in het geloof ook. Je wordt er ineens bij betrokken. Je denkt misschien: Wat heb ik eigenlijk met die Jezus te maken? Maar ja, je wordt er toch in betrokken. Zo zie je dat vaker gebeuren. Claudia is niet iemand die we een grote rol toekennen in het lijdensverhaal van Jezus. De andere evangelieën noemen haar überhaupt niet. Maar hier komt ze even naar voren. Als de vrouw van Pilatus. En ze voelt dat er iets niet klopt. En daarom stuurt ze haar man een boodschap, die door merg en been gaat. “Bemoei je niet met die rechtvaardige, want ik heb vannacht om hem moeten dromen.” Wat ze precies gedroomd heeft, dat zegt ze er niet bij. Maar, ze zegt wel, en dat is heel belangrijk, dat ze in haar droom veel om hem geleden heeft. Dat is wel een bijzondere manier van zeggen natuurlijk. Dan denk je, nou zou iemand dat nou zo zeggen? Mattheüs heeft het in ieder geval niet zomaar zo opgeschreven. Want “veel geleden” is de term die het evangelie ook gebruikt voor Jezus zelf. Jezus zelf zegt het een aantal keren: “Ik moet naar Jeruzalem gaan en ik moet veel lijden.” Dat is dan natuurlijk geen toeval, dat de evangelist hier datzelfde woord gebruikt voor wat Claudia vertelt. Het lijden van deze vrouw in haar droom raakt, dat wil de evangelist zeggen, aan het lijden van Jezus zelf. Jezus moet veel lijden om de mensen en Claudia moet veel lijden om Jezus. Jezus betrekt haar dus in zijn eigen lijden. Haar lijden wordt een mede-lijden met Christus. Zij wordt in zijn weg betrokken, meegenomen. Al is het dan op haar manier en van afstand, maar zij wordt er wel in meegenomen.
Zoals dat vaker gebeurt in de lijdensgeschiedenissen. Simon van Cyrene, die zal straks eigenlijk een soort toevallige voorbijganger zijn. Als Jezus naar het kruis loopt, maar Hij kan het kruis niet meer dragen, omdat Hij al zo verzwakt is door de geseling, dan grijpen ze Simon van Cyrene er ineens bij. Iemand die er eigenlijk niet bij hoorde, wordt erin betrokken en moet met Jezus gaan lijden. Zoals Petrus ook bespot wordt en zoals de vrouwen die wenen. Jezus betrekt mensen bij zijn eigen lijdensweg. En dat is geloven, dat je je daarin laat betrekken en mee gaat doen in die geschiedenis van Jezus. Het is ook een heel hoopvol bericht, dat we in de Evangelie dus lezen dat dat ineens zomaar met iemand kan gebeuren. Van wie je het eigenlijk niet zou verwachten en die het misschien ook niet van zichzelf verwachtte.
Maar het gebeurt. Misschien wel in een droom. Nog steeds. Misschien is er in deze tijd ook in jouw leven wel iets kleins waarvan je denkt: ja, moet ik daar nou naar luisteren? Zo’n droom. Je kunt het ook negeren. Maar het Evangelie vertelt: er kunnen kleine dingen zijn, die moet je dus niet negeren. Dat kan Gods manier zijn om jou erbij te betrekken.

Jezus staat ondertussen voor de man van Claudia, Pilatus. De stadhouder wordt hij hier genoemd. Zijn Romeinse functie. Vanuit Rome is hij hier neergezet om het Joodse volk te regeren. Uit andere bronnen weten we dat Pilatus een gruwelijke hekel had aan het Joodse volk. Maar hij moest zijn taak waarnemen. Hij staat daar. En nu wordt hij weer geconfronteerd met een kwestie waar hij als Romein eigenlijk geen verstand van heeft. Maar hij heeft wel door: dit kan toch eigenlijk niet zomaar. En die godsdienstige twisten kan ik toch ook niet zomaar voor mijn rekening nemen. En toch gaat hij Jezus veroordelen.

Daarmee, zegt het Evangelie, wordt de wereld op zijn kop gezet. Want Claudia zegt precies wie Jezus is. De rechtvaardige. “Bemoei je niet met deze rechtvaardige”. Dat wil zeggen: degene die geen schuld heeft. De onschuldige. De onschuldige wordt hier behandeld alsof hij zelf een misdadiger is.

En de schuldige, Pilatus, die mag rechtspreken. Dat is de wereld op zijn kop. En ergens voelen de mensen in de geschiedenis rond Jezus dat ook wel aan, dat dit te ver gaat. Dat een mens niet zover zich mag verheffen dat hij een onschuldige veroordeelt. Dat hier iets van God naar hen toe komt. Maar ja, je hebt als stadhouder ook je eigen belangen. Je eigen carrière. En bovendien, wie kan je eigenlijk wat maken? Jij bent de stadhouder.

Pilatus zit in een krachtenveld. En in dat krachtenveld hoort hij dan ook de stem van zijn vrouw, die ineens inbreekt. Dat heeft invloed. Of toch niet? Nou, zegt het Evangelie, het is in ieder geval een draaipunt in de geschiedenis. Want Pilatus had al een plan bedacht. Het wordt Jezus of Barabbas. Die zal ik ze voorstellen. Jezus, van wie eigenlijk iedereen wel weet dat hij onschuldig is. Of Barabbas, de grote misdadiger, de grote crimineel. En Pilatus is eigenlijk wel zeker van zijn zaak. Ze zullen Barabbas niet kiezen om vrij te laten. Ze zullen voor Jezus kiezen. Jezus zal vrij raken en daarmee zal Pilatus er dan ook weer van af zijn. Dan zal hij er goed van afgekomen zijn.

Maar dan komt het briefje van zijn vrouw binnen. Het wordt gebracht. Pilatus moet het lezen. En terwijl dat gebeurt, draait de situatie. Mensen nemen de pauze te baat om anderen op te hitsen Barabbas te kiezen als vrijgelatene.
Pilatus is er even niet bij. En als hij opkijkt is de stemming, is de sfeer al zo gedraaid dat het zal worden: Barabbas vrij, Jezus gekruisigd. Het plan wordt een mislukking.

Die kleine scène met Claudia is dus wel degelijk een draaipunt in deze geschiedenis. Iets kleins kan dat zijn, een draaipunt, ten goede of ten kwade. Bedenk dat ook. Dat is een eerste les uit deze geschiedenis. Sta open voor wat God je wil zeggen. Door de Bijbel, maar misschien ook wel door een droom, door iets anders, door iets toevalligs. Sta daarvoor open en doe er dan wat mee. Denk niet: dat maakt toch niks uit. Wat heb ik nou voor invloed? Dat had Claudia ook best kunnen denken. Wat is nou mijn plek? Wat maakt mijn plek uit? Dat verandert toch niks? Maar dat weet je nooit. Dat zal blijken. Dat is misschien niet in je hand, maar dan is het in Gods hand. Dan hoeven we het ook niet te weten. Maar het neemt je verantwoordelijkheid niet weg.

Je kent het spreekwoord: als een vlinder in Brazilië zijn vleugels opslaat, dan kan in Europa een storm losbreken. Zo werkt dat soms. Kleine dingen doen er toe. Dat is een troost voor al onze levens. Wij hebben niet zoveel invloed. Wij zitten niet aan de grote knoppen te draaien. Maar wij doen er wel allemaal toe.

Claudia heeft dat ergens toch begrepen. Ze moet iets doen met dat wat ze beleefd heeft. Ingaan tegen zo’n primaire ervaring is altijd slecht. Is slecht voor je geweten, maar is helemaal slecht voor je. En als je er wel iets mee doet, dan mislukt het misschien. Maar dan kun je in ieder geval later tegen jezelf zeggen: ik heb gehandeld naar wat ik toen dacht dat gebeuren moest.

Nu is het wel de vraag of Claudia zover durft te gaan. Want ze laat haar man schrijven: “Bemoei je niet met deze rechtvaardige”. Veel verder durfde ze blijkbaar niet te gaan. Ze heeft haar man niet laten schrijven: “Spreek hem vrij”. Maar: zoek een manier waarop jij er niet mee te doen hebt.

Daarin lees ik toch nog een bepaalde angst. Een bepaalde angst om echt iets te doen met wat ze heeft beleefd in haar droom. Angst om helemaal te doen met wat ze eigenlijk wel weet en van overtuigd is, dat Jezus rechtvaardig, onschuldig is. Een onschuldige verdient het niet dat je je gewoon niet met hem bemoeit. Een onschuldige verdient het dat hij vrijgesproken wordt.

Een andere evangelie vertelt dat Pilatus zelf ook niet verantwoordelijkheid wilde nemen voor Jezus. Hij wil het doorschuiven. En hij schuift het dan door naar Herodes. Ik wil er niet mee te maken hebben.

Dat is een verleidelijke houding. Dat kan ook voor ons tegenover Christus een verleidelijke houding zijn. Dat je zegt: ik wil er eigenlijk niet mee te maken hebben. Ik wil niet tegen Jezus kiezen. Maar voor Jezus kiezen, dat is ook nogal wat. De tragiek van de geschiedenis van het lijden van Jezus is nu, dat ook diegenen die niet tegen Jezus kiezen, toch ook medeschuldig worden aan zijn dood. Slechte mensen worden medeschuldig aan Jezus dood, mensen die het kwade echt willen zoals Judas. Maar ook goede mensen zoals Claudia, die zich laat aanspreken door God, en die het ergens ook wel weet, hoe het zit. Die ongetwijfeld iets nobels in haar karakter heeft. Ook zij kan uiteindelijk niet meer doen in het evangelie van het lijden, dan meewerken aan de dood van Jezus.

Daar zit voor mij ook de boodschap in dat Jezus voor alle mensen moest komen, en voor alle mensen moest sterven. Er lijkt zo’n enorm verschil tussen de gemene Judas die Jezus verraadt, en zo’n fatsoenlijke, zuivere, nobele vrouw als Claudia. Als je Judas’ gezicht door een kind zou laten tekenen, dan zou je een heel eng gezicht zien, een nare grijns, gemene ogen, een kille verradersblik. En Claudia zou een kind tekenen als een lieve, deftige, intelligente, geïnteresseerde en nobele vrouw. En toch worden ze er in het evangelie zo bij betrokken, dat ze uiteindelijk allebei meewerken aan de dood van Jezus. Omdat Claudia ook niet durft te zeggen: “Spreek hem vrij”. Juist als je een goed mens bent en je hebt een positie bereikt in je leven, is het ook verleidelijk om je maar buiten de dingen te houden, buiten de moeilijke situaties. Juist als nobel en gezien mens heb je zoveel te verliezen.0

Maar op cruciale punten is je er niet mee bemoeien net zo gevaarlijk en ook net zo verkeerd als het kwade doen. Claudia en Pilatus zijn daarin een, dat ze een manier zoeken om zich erbuiten te houden. Claudia door te zeggen: bemoei je niet met deze rechtvaardige. Pilatus door zijn handen te wassen in onschuld. Hij wordt dan wel mede schuldig aan de dood van Jezus, maar hij probeert het voor zichzelf zo te draaien dat hij toch eigenlijk niet schuldig is.

Maar zo gemakkelijk kom je niet aan je schuld van de dood van Jezus af. Pilatus heeft geen kommetje voor zijn handen nodig. Maar Pilatus heeft een doopvont nodig. De doop lijkt niet zoveel anders dan die wassing van Pilatus. Maar ondertussen is de doop eigenlijk precies het tegenovergestelde van die wassing van Pilatus. Pilatus wast zich om op een goedkope manier van zijn schuld af te komen. Maar wie zich laat dopen bekent juist schuld. Wie zich laat dopen bekent juist schuld, in plaats van dat hij daar vanaf wil komen. Wie zijn kind laat dopen bekent ook schuld voor zijn kind. Zegt eigenlijk: mijn kind is net als ik. En ik ben weer net als Pilatus. Ik wil er eigenlijk ook buiten blijven.

Maar nu is er ook vandaag weer gedoopt. Job en Romy zijn gedoopt. Hopelijk zijn zij niet als Judas en meer als Claudia. Maar hoe ze ook zijn, ergens is er ook voor hen alleen maar toekomst als ze zich laten betrekken in het lijden van Jezus. Als ze veel om hem ook leren lijden, en als ze leren om hun handen niet te wassen in onschuld, maar te leven vanuit hun doop.

In de vrouw van Pilatus herkennen we dus een goed mens. Een mens zoals een mens vanuit zichzelf, vanuit zijn eigen krachten maximaal kan zijn. Een mens zoals je zou willen dat je kind wordt. Een mens met het hart op de juiste plek. Met een gevoel voor rechtvaardigheid. Maar ook die mens heeft uiteindelijk Jezus nodig. Misschien herken je dat ergens wel. Dat je denkt: ja, zo denken de mensen nou ook over mij. Ik denk dat alle mensen over mij denken als een lief, nobel, goed mens. En er zijn ook veel dagen waarop je over jezelf denkt als een goed mens. Een mens met een gevoel voor rechtvaardigheid en het hart op de juiste plek. Maar ook goede mensen falen uiteindelijk rond het kruis van Jezus. En daarom is Jezus ook voor goede mensen gestorven. En hebben ook goede mensen hem nodig. En moeten ook goede mensen leren dat ze uiteindelijk alleen vanuit hun doop kunnen leven.

Pilatus kreeg de boodschap: bemoei je niet met deze rechtvaardige. Maar wij moeten ons dus juist wel met hem bemoeien. Wij moeten iets met hem doen. Niet hem afwijzen, maar hem ontvangen. Niet zwijgen, maar geloven. Niet je handen wassen, maar je hart openen. Christus geeft zijn leven voor je. Niet omdat je zo geweldig bent, maar omdat Hij zo vol liefde is. Dat mag je meenemen, dat mag je je een leven toe-eigenen. Als je hier zit, zoals jullie als de ouders die net je kind lieten dopen. Als je hier zit als een tiener die misschien twijfelt aan het geloof. Die denkt, wil ik Hem wel volgen? Of wil ik mij er ook niet teveel mee bemoeien? Of als je hier zit als iemand die heel goed weet van schuld. En dat je dat niet zomaar afwast met je handen in een kommetje. Dan mag je in alle gevallen horen: ten diepste moest alles precies zó gaan als het gaat. Dat is het wonder van het lijdensevangelie.

Je denkt: Had Pilatus maar zijn rug gerecht en gedaan wat hij wist dat hij moest doen, Jezus vrij spreken! Ja, je hebt gelijk. Had Claudia maar net iets meer moed gehad, en geschreven: spreek hem vrij! Ja, je hebt gelijk. En toch: onder alles wat waar is, gebeurt iets wat God op een nog diepere manier wil. Er is de waarheid dat Jezus niet mocht sterven. En er is de nog diepere waarheid dat Hij moest sterven. Daarom zwijgt Hij waar Pilatus en Claudia en elite en het volk spreken. Jezus wil zijn leven geven, en geeft het. En dat doet hij voor ons allemaal. Nog steeds, en voor altijd. De lijdende Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.

Amen.

(Waddinxveen, 6 april 2025)